Boekenarchief B

Ben Bouter

altFeliz en de vergeten kinderen van Andaluz
Ben Bouter


Het verhaal over Feliz en de vergeten kinderen wordt onderbroken en omlijst door een cursieve tekst. Het is de spiegel die spreekt als buitenstaander, hij weerspiegelt en signaleert. Want wat zie je als je in een spiegel kijkt? Zie je jezelf of slechts één van je reflecties? Wat is echt, en wat niet?

De vierenvijftigjarige gerenommeerde acteur Bob Boom krijgt een telefoontje. De beller, een jongedame, citeert de zin die Boom nu al zo’n honderd keer uitgesproken heeft op het toneel. ´Ik besloot blind te zijn. Ik wil mezelf niet meer zien, niet door de ogen van anderen.´ Voor hij het beseft heeft hij al een afspraak gemaakt.  Na de laatste voorstelling houdt alleen dat hem nog bezig: wat voor meisje is dat? Wie besluit er nu om de rest van haar leven blind te zijn? Op het moment dat hij haar ziet, weet hij: zijn leven gaat veranderen.


Tevoren had hij al wel eens gespeeld met de gedachte om eens wat vastigheid in zijn leven aan te brengen. Een vaste partner. Hij heeft er tenslotte de leeftijd voor. Maar de relatie met Victoria, de vrouw met wie hij al jaren een goede vriendschap heeft, lijkt platonisch te blijven.
Nu raakt hij in de ban van de mooie, jonge vrouw met wie hij een afspraak heeft. Zij vraagt zijn hulp bij een experiment dat ze in het kader van een afstudeerproject wil doen: kan zij een lijkend portret tekenen van iemand die ze zelf niet kan zien, maar die zichzelf beschrijft in een interview?


De stelling is dat het beeld dat iemand van zichzelf heeft, niet overeenkomt met de werkelijkheid. Boom vraagt zich nauwelijks af hoe zo’n experiment uitgevoerd kan worden, hij was al om toen hij haar zag. En hij laat zich naar Frankrijk meevoeren. In een kasteeltje ontmoet hij raadselachtige personen: Jan-Pieter, een dubieuze schilder en Desirée (what’s in a name?) een jongedame die op zoek is naar haar moeder.


Hij heeft gelijk: zijn leven verandert. Hij komt tot het schokkende besef dat ook zijn zelfbeeld niet overeen stemt met de werkelijkheid. Nu hij is ingegaan op het voorstel van Feliz, heeft hij niets meer in de hand. Voor de anderen is hij een klankbord, zij werpen hem hun leven voor de voeten. Niets is meer zeker: wie zijn die mensen? Wie is hij zelf? Wie spiegelt hier eigenlijk? Jan- Pieter confronteert hem met de schijnwerkelijkheid: hoe weet je of een schilderij echt is? Maakt een handtekening een schilderstuk per definitie mooi?
Als wijn uit een fles komt met een bepaald etiket erop, weet je dan zeker dat dat ook de drank is die je nuttigt? Maakt het wat uit dat je nooit zult weten of de persoon Shakespeare ook de schrijver van een stuk is? Zelfs: als Bob Boom een slechte dag heeft, is het stuk dat hij speelde toch goed, alleen omdat hij een beroemd acteur is?


Ben Bouter vertaalt deze thematiek ook naar het katholieke geloof, naar een van de vreselijke daden die in naam van het geloof begaan zijn. Is datgene dat je in naam van een overtuiging doet, automatisch ethisch juist?
Onder dictator Franco werden vele kinderen gestolen en illegaal geadopteerd door de heersende klasse. Nonnen haalden kinderen bij hun moeder weg terwijl ze hen vertelden dat het kind gestorven was. Zij brachten die kinderen onder in ‘goede’ katholieke gezinnen. Velen zullen het te goeder trouw gedaan hebben: kinderen van ongelovige ouders konden nooit in de hemel komen. Maar ook kinderen van ouders die geen Franco-aanhangers waren, werden weggehaald. En niet alleen vanwege de goede zaak, ook menig portemonnee werd gevuld. Daar ging de ethiek al de mist in.
In het verhaal is Desirée een van de vergeten kinderen. Met hulp van Bob wil zij proberen haar moeder te vinden.


De ingewikkelde thematiek van deze roman zet aan tot reflectie. Jawel. Terwijl het verhaal netjes afgerond wordt, ontkomt de lezer er evenmin aan. Wat zien wij dan wel als we in die spiegel kijken?


Het blijft me verbazen hoeveel schrijvers er in Nederland ondergewaardeerd blijven. Ben Bouter is er een van. Ook deze vierde roman heeft me van begin tot einde geboeid. Het is misschien wonderlijk om de problematiek van de vergeten kinderen in eenzelfde boek aan de orde te stellen als het thema van wat werkelijkheid eigenlijk is, maar Bouter weet dat heel aannemelijk te vertellen.
Hij bedenkt en doet dat toch maar: een historisch gegeven verklaren – en zeker niet goedpraten! – aan de hand van een psychologisch experiment.


ISBN 9789461539045 | Paperback | 252 pagina's | Uitgeverij Aspekt | maart 2016

© Marjo, 21 januari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSculptuur
Ben Bouter


‘Ik kijk op hem neer. Mijn vader zit op de onderste trede van de steile betonnen trap naar mijn appartement aan de Troelstrakade. Zijn glimmende schoenen zoeken steun op de stoeptegels. Grond onder de voeten, een mens heeft dat nodig. Hij houdt zijn rug recht. Altijd. Alsof een stok zijn ruggengraat onbuigzaam maakt. Hij draagt een grijze menerenhoed met in het midden een zorgvuldig aangebrachte deuk. Zijn grijze haar piekt er onverschillig onderuit. Zjn winterjas met visgratenmotief eindigt in een gifgroene wollen sjaal.  Zijn enige uitwendige uitspatting. Het is mijn sjaal. Het is mijn uitspatting.’

Een jonge vrouw lijkt het er om te doen: haar vader zo lang mogelijk te laten zitten, voor de deur, in de kou. Waarom is ze zo hard voor haar vader? Is er sprake van omkering van rollen?
Als je er achter komt als lezer dat niet alles is wat het op het eerste gezicht lijkt te zijn, ben je al zo geraakt door het verhaal dat je meer wil weten. Wie is Liesje eigenlijk?
Er zijn wel feiten bekend: in haar verleden was haar moeder niet in beeld; ze is alleen door haar vader opgevoed; er was wel een mevrouw, beeldhouwster van beroep, die zich over haar ontfermde, maar het leven was moeilijk voor Liesje. Gepest om haar anders-zijn, zonder steun op het thuisfront, moest ze haar weg zien te vinden.


In het heden is ze ook alleen, heeft de kunstacademie gevolgd en probeert de kost te verdienen door beelden te maken. Ze heeft ook de zorg voor haar verouderende vader. Ze voelt het als haar plicht om dat te doen, maar ze haat de man, en kan daar niet mee omgaan: hij is immers de man die voor haar gezorgd heeft, op een eigen manier.  Paul, haar therapeut, heeft een originele aanpak, en het resultaat daarvan vormt de kern van de eerste twee delen van het verhaal, dat daarnaast ook wisselt van heden en verleden.


‘De werkelijkheid gaat altijd vermomd.  Niets is wat je ziet, wat je leest is niet zo bedoeld. De lezer schrijft zijn eigen boek. Niemand leest hetzelfde boek.’

Bij ieder boek dat je leest is dat waar, maar bij dit boek telt het nog meer, het boek bevreemdt, door de opzet, door het verhaal. De geschiedenis lijkt zich te herhalen.
Het valt in drie delen uiteen: 'Vader', 'Mama'  en 'Eva'  heten die delen, waarmee aangegeven wordt wie het belangrijkst is in het betreffende deel. Het zijn drie personen die op hun beurt belangrijk zijn voor Liesje. Ze vormen haar tot wie ze is, ieder op een heel eigen manier. En wat is de rol van Farhad, die mooie jongen die haar lijkt op te zoeken zonder dat hij iets van haar wil?
Het is duidelijk waarom het vertelperspectief verandert bij het laatste deel, maar ook jammer, omdat een deel van het verhaal zich daardoor herhaalt.
Het is de enige opmerking die ik heb, het verhaal is prachtig en ontroerend. Net als in zijn eerdere boeken ‘Pianist zonder brein’ en ‘Oorlogshelden’  laat Ben een vlotte manier van schrijven zien die mij zeer bevalt. Die stijl is bondig, duidelijk; het verhaal zit vol spitsvondigheden en humor.
Zijn boeken verdienen een groter leespubliek.


ISBN 9789048429868   | Paperback | 200 pagina's | Free Musketeers | juli 2013

© Marjo, 16 september  2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altOorlogshelden
Ben Bouter


‘Ik houd niet van gestolde waarheden, verpakt in dogma’s met een heilig zegel erop. Waarheden zijn me iets te vaak herzien. Of eigenlijk, iets te weinig. Waarheden zijn onhoudbare kletskoek, ik heb het te vaak gezien. Uitroeptekens worden zelden vraagtekens. Waarom hebben we de moed niet om te zeggen dat we het gewoon niet weten? Is dat niet de enige waarheid?’


De jaren zestig. De oorlog suddert nog wat na, een nieuwe tijd breekt aan. Een andere soort vrijheid ontstaat, oude normen en waarden worden losgelaten, oude zekerheden dreigen te verdwijnen.  Ook voor Peter, een intelligente jongen met een streng protestantse vader. Mede omdat ze in een katholiek dorp wonen, ziet hij hoe andere mensen anders denken en leven en dat roept de nodige vragen op. Aanvankelijk stelt hij die alleen om te begrijpen, waarom zit de wereld in elkaar zoals dat lijkt te zijn?  Hij wil best geloven dat het waar is wat zijn vader zegt, maar waarom kan hij het dan niet uitleggen?


Was hij moslim geweest als hij in Egypte was geboren?
Kan een mens weten wat de Waarheid is?
Waarom laat God de mens aan zijn lot over?
Wat is dat eigenlijk het Lot, enz, enz.
En naarmate hij minder antwoorden krijgt en dus verder gaat zoeken in boeken van denkers van allerlei allooi, begint hij er van overtuigd te raken dat begrijpen niet kan. Zijn vader zegt dat hij moet aanvaarden: ‘geloven heeft niets met weten en vragen te maken.’
Maar juist dàt wil Peter niet accepteren. Bovendien ontdekt hij bij toeval dat diezelfde vader, die zijn mond zo vol heeft van dienen en geloven, wèl de vader is van zijn - katholieke!- buurmeisje. En er gaan geruchten dat hij in de oorlog mensen verraden heeft.
Peter is dol op halfzus Nel, die achttien jaar ouder is. Zij trouwt met een toneelspeler, die Peter aanspoort om ook naar de toneelschool te gaan. Peter weet het niet. Hij heeft zoveel mogelijkheden. En zijn vragen worden nog steeds niet afdoende beantwoord, al vreet hij boeken en heeft hij leraren  die hem stimuleren en meedenken. Intussen is de verhouding met zijn vader er niet beter op geworden, en blijkt die ook nog zwaar ziek te zijn. En is er op de achtergrond nog steeds die oorlog: wat is er waar van die geruchten? Ook dat wil Peter weten.
De lezer ook, want die is tussen alle zielenroerselen en gewetensvragen waar Peter mee worstelt ook geconfronteerd met stukken tekst in cursief, die gaan over Heydrich, de bedenker van onder meer de gaskamer, en zijn ambities om de Endlösung goed aan te pakken. Ook is de titel van het boek nog steeds niet duidelijk.
Als Peter met Nel mee mag naar Tsjechië, vallen de stukken in elkaar, en worden in ieder geval de praktische vragen beantwoord.


Een roman over preutsheid en strak fatsoen, over opgroeien in de woelige en verwarrende jaren zestig, over schuld en nog veel meer. Er worden heel wat thema’s bij de kraag gevat, waarvan geloof de meest belangrijkste is. Ook is er de smeulende seksualiteit van een nieuwsgierige jongeman, als in een wordingsroman. Samengevat: dit boek gaat over het Leven, met alles wat daar bij hoort.
Ben Bouter weet deze filosofische vragen goed te mixen met een soort plot op de achtergrond, zodat het nooit saai wordt. De naadloze overgang tussen de verschillende personages als vertelperspectief helpt de lezer de aangehaalde kwesties van meer kanten te bekijken.
Hij haalt er vele beroemde voorgangers bij zoals Spinoza, Thomas van Aquino, maar ook Shakespeare en Marnix Gijsen. De maatschappijkritische toespeling op Max Dendermonde met zijn boek ‘de wereld gaat aan vlijt ten onder’ lijkt precies toegesneden op deze tijd. Wie geïnteresseerd raakt in de thematiek van dit boek wil ongetwijfeld ook meer van de aangehaalde schrijvers en denkers weten! En dan blijkt uit het naschrift dat een groot deel van het verhaal op waarheid berust. Van Heydrichs verhaal wisten we dat wel, maar ook het verhaal van Peters vader is gebaseerd op ware gebeurtenissen. Dat geeft nog iets extra’s mee aan een toch al boeiend boek.


ISBN 9789048422876| paperback| 262 pagina's | Free Musketeers| februari 2012

© Marjo, 13 juni 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pianist zonder brein
Ben Bouter


Het kunstje is vaker vertoond, het boek begint met deze zin: ‘Je vraagt je af waarom ik hem heb vermoord’.
Maar je vergist je: na dit clichébegin volgt een verrassend verhaal. De verteller houdt een lange monoloog tegen iemand, en al dwaalt ze daarbij soms wat af, of babbelt ze soms een eind in de ruimte, altijd komt ze weer terug in de kern van het verhaal: iemand is dood, en zij heeft schuld.
Over het slachtoffer worden we lang in het ongewisse gelaten, maar de schuldige is dus de verteller zelf: Eline, een jonge anesthesist, vertelt over hoe tijdens haar opleiding een kind op de operatietafel kwam. Een joch van een jaar of acht, een wonderkind met mooie handen dat prachtig muziek kon spelen, al vanaf het moment dat hij kon lopen. Maar daarnaast heeft hij last van epileptische aanvallen, hetgeen hem nu op de operatietafel bracht. De artsen zouden in zijn rechter hersenkwab moeten snijden.
Eline is  verkocht zodra ze de jongen ziet. Is ze verliefd? Vanwaar die fascinatie? Hoe dan ook is ze vanaf dat moment onlosmakelijk verbonden met de jongen. Toch overweegt ze hem stiekem een overdosis te geven: hoe kan die jongen verder leven als zijn talent wordt weggesneden? Kan ze hem dat aandoen? Ze doet het hem aan, en tot haar verbijstering blijkt de jongen, ook na een tweede operatie, gewoon nog steeds prachtig te kunnen spelen.
Eline ontdekt dat ook zijn moeder dat talent heeft. Ze raakt bevriend met Johanna, en hoort over het moeilijke bestaan dat die met haar ijzervlechter heeft. Haar echtgenoot is een gruwel: een ruwe zuiplap, een Rotterdammer in hart en nieren, nota bene werkend aan de Nieuwe Doelen, waar straks zijn zoon furore zal maken! Zo denkt Eline zonder het gezinnetje echt goed te kennen.
Als er een steen door haar raam wordt gegooid, kan dat alleen maar die man zijn geweest.
Maar het is niet zo simpel. Wat begon als een verhaal over schuld en boete, wordt een zoektocht naar de waarheid. Wat hebben haar ouders met dit alles te maken? En wat is de rol van die Amerikaan?


Een boeiend verhaal, met vele kanten. We zien hoe de jonge studente een serieuze arts wordt. We ontdekken de voorgeschiedenis van Johanna en Youri, en passant krijgen we een stukje geschiedenis van Rotterdam in de vroege jaren zestig mee, terwijl een thema als misbruik (gelukkig) kort wordt aangestipt,  en er een filosoof met aparte ideeën opduikt.
Bijna een thriller dit boek, in een prettige stijl door de afwisseling in de zin van afdwalingen en korte themastukjes. Jammer van de spel- en tikfouten die toenemen tegen het eind van het boek, maar met een betere controle kijk ik uit naar een tweede boek van deze schrijver.


ISBN  9789048419173| Paperback | 140 pagina's | Free Musketeers | mei 2011

© Marjo, 30 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER