Boekenarchief W-X-Y-Z

Gerwin van der Werf

http://www.gerwinvanderwerf.nl

 

Luchtvissers
Gerwin van der Werf


Gerwin van der Werf (1969) is muziekleraar, schrijver, componist en arrangeert muziek voor verschillende ensembles. Ook speelt hij zelf in een coverband. Naast columnist voor dagblad Trouw, schrijft hij gedichten en romans.


Ik ken Gerwin van der Werf van zijn columns in Trouw, die ik altijd erg prettig vind om te lezen. Toen dan ook de kans kwam om een proefexemplaar van zijn nieuwe roman 'Luchtvissers' te recenseren, greep ik die met beide handen aan. Kan Van der Werf ook boeien in iets uitgebreiders dan een column? Het antwoord is zonder meer: ja.


Het verhaal voltrekt zich op een klein, verlaten eiland, Lundines. De bewoners zijn gedwongen geëvacueerd omdat er geen middelen van bestaan meer zijn. Slechts enkelen (zijn het er vijf of zes? Wie laat de vuurtoren branden?) zijn stiekem achtergebleven: de van zijn geloof gevallen dominee, de oude man die zijn dementerende vrouw verzorgt, het jonge meisje Jo-Anne en haar vader. En dan is daar Josh, de vreemdeling, die naar het eiland is gekomen om van zijn schuldgevoel af te komen nadat het zoontje van zijn vriendin bij een door hem veroorzaakt auto-ongeluk is omgekomen. Ieder vecht tegen zijn eigen demonen.


Luchtvissers is een formidabele roman. Grote thema's als mantelzorg, rouwverwerking, sexualiteit, bescherming, worden op boeiende wijze op microniveau uitgewerkt. Dat levert een prachtig verhaal op, herkenbaar, rauw, levensecht. Met messcherpe observaties en sterke dialogen geeft Van der Werf de lezer een bewogen inkijk in het leven van mensen die alle moeite doen om te (over)leven – terwijl ze dat eigenlijk niet meer willen. Eenmaal begonnen in het boek is het praktisch onmogelijk om het weg te leggen. Een regelrechte aanrader!


ISBN 9789025441975  Paperback 256 pagina's Atlas Contact november 2013

© Joanazinha 30 december 2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWild
Gerwin van der Werf


In hoeverre  is het verleden bepalend voor het heden? In het voorwoord wordt een man opgejaagd, in het bos Wolden. Alsof het een filmscene is, wordt beschreven hoe hij opgejaagd wordt, even respijt krijgt als hij plots tegenover een andere jonge man staat, maar dan toch het einde…


‘Jarenlang zal men met de luchtbuksen op zwijnen jagen in plaats van op mensen, en al krijg je die wilde beesten er ook niet mee om, het is voor de aardigheid. Verder zal het stil worden in Spijck. Tot Simon de Ridder uit de schaduw zal treden.’


Die Simon woont bij zijn grootouders aan de rand van het bos. Als het verhaal begint is hij dertien jaar oud. Hij heeft zojuist een jong konijn gehad van zijn vriend Kris. Opoe vindt het maar niks. Maar van grootvader mag het, zegt Simon, hij gaat er een hok voor timmeren!
Opoe haalt haar neus er voor op.  ‘die man zit maar in de schuur te smoren.’
Als er een geheimzinnig postpakket bezorgd wordt, en zijn grootouders zijn niet in de buurt, peutert Simon het pak nieuwsgierig open. Er zit een luchtdrukpistool in, en net wil hij het weer netjes inpakken, als Kris binnenloopt.
Kris is even oud, maar wijzer, en daagt Simon uit. Die beweert dat het pistool van hem is, en kan er dan niet meer onderuit. Hij moet met Kris mee, oefenen!
Natuurlijk loopt dat verkeerd af, Kris wordt geraakt, en Simon vlucht. Met zijn konijn, en met het pistool. Wat aanvankelijk een onschuldig weglopen uit angst voor straf lijkt, mondt uit in een drijfjacht. ‘Koetjesmannen’ zitten hem achterna. In zijn pogingen uit hun handen te blijven, verwordt Simon tot opgejaagd wild. Hij vertrouwt niemand meer, zelfs zijn grootvader niet.
In dit kleine verhaal is het enige dat verteld wordt hoe Simon moet zien te overleven.


'Simon stelde vast dat het allemaal heel anders was wanneer zo'n bos niet je speelplek was, maar je huis.' 


(Met andere woorden: het is tijd om je jeugd achter je te laten en volwassen te worden.)
Het bos is helemaal niet onbeperkt groot, hij stuit regelmatig op grenzen. Maar de jongen is vindingrijk, en vooral volhardend. Hij moet keuzes maken om te bepalen hoe hij om zal gaan met de dingen die gebeuren..
Waarom dat andere verhaal aan het boek vooraf gaat,  is de enige open vraag, want hoe het verhaal van de jongen zal verlopen, dat is voorspelbaar. Er is een pistool? Daar gaat mee geschoten worden! Dat konijn? Natuurlijk gebeurt daar niets goeds mee! En naarmate de gebeurtenissen zich voordoen en de jongen steeds meer van de wereld vervreemd raakt, is ook niet moeilijk te begrijpen dat hij zich niet zonder slag of stoot over zal geven.
Een jongen wordt volwassen, maar de manier waarop is bepaald niet alledaags.
Een zinderend en boeiend verhaal is het zeker. De lezer blijft verbijsterd achter. 


ISBN 9789025436650 | paperback | 223 pagina's | Uitgeverij Contact | 2011

©  Marjo 25 maart 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Gewapende man
Gerwin van de Werf


Het voorbeeld bij uitstek van hoe een cover en een boektitel je helemaal op het verkeerde been kan zetten. Op die cover staat een brommer afgebeeld (het is een Zundapp, blijkt uit het boek) en met een titel als 'Gewapende man', verwachtte ik een boek dat zou gaan over een echte mannenwereld met motoren en wapens. Het blijkt duidelijk te simpel gedacht.
Laat ik dus eerst maar meteen stellen dat dit een roman is voor iedereen, een boek met humor, een strak geweven spanningsboog met een dramatische ontknoping, en ook nog wat geleerdheid.


De hoofdpersoon, Gideon, tegelijk de ik-figuur, is een jonge musicoloog, die een proefschrift wil gaan schrijven over een onvolledig manuscript met miscomposities dat in 1925 gevonden is in een Napolitaanse bibliotheek. In het vijftiende-eeuwse handschrift staan zes misdelen, waarvan niet duidelijk is wie de componist is.  Het zijn meerstemmige missen, gebaseerd op de melodie van ' l'homme armé', een soldatenlied.  Voilà!
Gideon heeft een huisje gehuurd in Zwinnerschans.

'Dit wist ik wel zeker: mijn oud-klasgenoot woonde buiten het dorp, vlak over de grens. Siewert Siepkema, de Friese Zeeuw. De supporters van Club Brugge noemden hem de Vlaamse Reus, en ze spraken die hoofdletters ook echt uit. Vroeger, bij ons op school, was het gewoon Siep. Het kon toen al niemand ontgaan dat Siep een jongen was die alles in het leven mee had. Siep wist niet dat ik mij ging verschansen in een tuinhuisje bij hem om de hoek, een hok dat ongetwijfeld veertig keer in zijn Belgische villa paste. Twee noorderlingen in het uiterste Zuiden. Een beroemdheid en een nul met een schuilnaam'.


Zelfkennis heeft de jongeman wel, maar ook dromen: hij zal zijn professor eens wat laten zien! Hij gaat promoveren met de hoogste lof dat vijf missen van Antoine Busnois, een Bruggenaar zijn, en een van de nog beroemdere Johannes Ockegem. Hij denkt zich terug te kunnen trekken in een idyllisch dorpje waar men hem vanwege zijn geleerdheid met achting zal behandelen. Niets blijkt minder waar. Hij ontkomt niet aan het dorpsgekrakeel. Als hij het hok betrekt - zonder wc! - in de tuin van een weduwe met een stuurse puberdochter, ontkomt hij niet aan hun bemoeienissen. Ook sluit hij vriendschap een jongetje van een jaar of zeven, dat later de zoon van Siep blijkt te zijn. Via Pleun, de echtgenoot, wordt hij aangesteld als dirigent van het plaatselijk koor, dat dan zijn Kyrie zal zingen. Ook Siep neemt contact op: hij wil het dorp (en zichzelf) onsterfelijk maken; kan 'Leon' niet een uitvoering geven, hij zorgt wel voor de publiciteit. Zo haalt hij een wolf in schaapskleren binnen, want al ligt het er niet dik bovenop: Gideon wil graag wraak nemen voor wat Siep hem in zijn jeugd heeft aangedaan.
En dan is Gideon zo verwikkeld geraakt in de gebeurtenissen dat zijn onderzoek in de knel komt. Maar hij kan de dingen niet meer  tegenhouden. Net zo min als hij zijn stoelgang kan tegenhouden, want dat er in zijn hok geen wc is, blijkt een gegeven voor onverwachte verwikkelingen, deels in het verleden liggend, maar natuurlijk ook erg actueel voor onze hoofdpersoon.


Het zal duidelijk zijn dat er heel veel gebeurt in dit boek. Het is alleen al knap om al die verhaallijnen op een geloofwaardige manier te laten verlopen, en de ontknoping is nog verrassender. Drama ten top. Het geheel is opgedeeld in drie hoofdstukken, met flashbacks, en muziek en veel meer verborgen symboliek, bijvoorbeeld aan de hand van de 'Gewapende man',  dan je er in een eerste lezing uithaalt. Natuurlijk speelt de muziek een grote rol, en er wordt informatie over de vijftiende eeuw gegeven.
Het is een verhaal over twee dromers, waarvan een een wat huichelachtige stiekeme loser is, en de ander een zelfvoldane branieschopper, die denkt het gemaakt te hebben. Ook de andere personages in dit boek zijn niet wat ze lijken. Ze doen zich anders voor; ze hebben een geheim of ze zijn nog niet wat ze willen zijn. Allemaal willen ze iets van de nieuwkomer, maar die heeft natuurlijk ook een eigen agenda. En zo is er eigenlijk geen ontkomen aan wat er gaat gebeuren.
Alleen al door al deze verwikkelingen is het een genoegen om dit debuut te lezen. Er zit humor in, leuke zinsneden ( 'zijn gezicht begon terug te keren'), en tja, ik heb de muziektermen niet paraat, maar als je weet dat Gideon de ontbrekende muziekdelen zelf heeft aangevuld moet er ook een parallel zijn met de muziek. Dieptepunten en hoogtepunten, af en toe een pas op de plaats, dreigend en versnellend naar een  dramatisch einde.

'De waas in de wilgen was een sluier van groen geworden waar je nog altijd de tenen doorheen zag. Een uit de kluiten gewassen appelboom in de buurt van de molen bloeide weelderig, had elk uur een andere aanblik. Zo zag ik de tijd bewegen met een doelgerichtheid die mij elke dag, elk uur herinnerde aan datgene wat ik hier kwam doen, en wat ik moest volbrengen.'

ISBN  978 90 254 3438 0 2010 paperback 296 pagina's | Uitgeverij Contact | april 2010

© Marjo, juni 2010

Lees de reacties op het Leestafelforum en/of reageer, klik HIER