Boekenarchief H

Roman Helinski

altBloemkool uit Tsjernobyl
Roman Helinski


‘Mijn vader leefde niet naar wie hij was en wat hij kon, maar naar wie hij zou kunnen zijn en wat hij dacht te bereiken.’

Een avonturier en een lapzwans, zo ziet een buitenstaander de vader van Victor. Maar hoe moeilijk de man ook is, als vader en als echtgenoot, toch is dit boek, verteld door de zoon, een ode aan die moeilijke man. Zoals dat gaat staat de man gedurende Victors jeugd op een voetstuk. Helaas verzinkt dat langzaam in de grond, verder en verder. En toch: hij is wel zijn vader!

Roman, de vader, is van Poolse afkomst, geboren in België. Na zijn huwelijk met een Nederlandse vrouw ging hij in een dorp wonen waar men hem de Gekke Pool noemt. Maar Victor vindt hem niet gek. Hij doet belangrijk werk in een ziekenhuis, ‘iets met patiënten die weer naar huis mochten’. Hij is erg begaan met de mensen die onder zijn hoede staan en neemt ze tot schrik van zijn vrouw ook mee naar huis. Iedere zondag gaan ze op bezoek bij Babunia, de moeder van Roman. Zij woont in Vlaams- Limburg, vlak over de grens. Die bezoekjes eindigen vrijwel altijd in ruzie, maar waarom, dat begreep de jongen niet. Zijn vader en oma spraken Pools. Ook als de familie over komt uit Polen, in grote getale, kan de jongen er niet veel van volgen. Het valt hem vooral op dat er heel veel gedronken wordt, en dat is dan meteen een van de grootste problemen van zijn vader: ook hij kan de alcohol niet missen.

Roman vergeet zijn zoon een cadeau te geven met 5 december, maar bouwt wel een privé-voetbalveld voor hem. Was hij niet op reis, dan was hij ook ’s avonds vaak afwezig. Victor denkt dat hij dan iets belangrijks doet, tot moeder hem uit de droom helpt: ‘hij zit gewoon in het café hoor.’
Vader zegt: ‘Geen mens is perfect, Victor. Dus mijn vader niet en jouw moeder niet. Jij niet, ik niet, het gaat er om dat we anderen hun fouten vergeven.’


Hij deed zijn best, als was het op een vreemde manier. Victors moeder wordt er wanhopig van, en als haar enige zoon wat ouder is, volgt er dan ook een scheiding. Voor Victor verandert dat niet veel: zijn vader was er toch maar zelden. Altijd op reis, altijd weer kwam hij thuis met de meest fantastische verhalen.


Zijn vader is een verhalenverteller. Als het niet over de familie gaat zijn er wel de grote avonturen van zijn reizen om over te vertellen. De bloemkool uit Tsjernobyl is er een van. Ten tijde van de kernramp verblijft hij in de nabijheid. Hij komt thuis, met een enorme witte bloemkool. Moeder weigert die te eten, en Victor doet het dus ook maar niet. Maar als moeder even weg is, proeft hij toch een hapje van de bloemkoolsoep… lekker!
Verhalen beheersen zijn leven. Wat is er van waar? En als zijn vader besluit om in Afrika te gaan wonen, om zijn eigen verhalen waar te maken, wat doet hij daar in vredesnaam? Zal zijn vader die eigenlijk een groot kind is, een dromer, een fantast, ooit volwassen worden?


Heerlijk verhaal, met een trieste ondertoon. Want hoe liefdevol de zoon ook schrijft over zijn vader (deels autobiografisch), het feit is onbetwistbaar: de man was er nooit.


Roman Helinski
(1983) viel op met publicaties in literaire tijdschriften als De Brakke Hond en Deus ex Machina. Hij studeerde moderne letterkunde en journalistiek en schreef columns voor Dagblad De Pers en het AD/Utrechts Nieuwsblad. Zijn verhalen verschijnen in onder meer Hollands Maandblad en Hard gras.


ISBN 9789044625592 | Paperback | 240 pagina's| Uitgeverij Prometheus | februari 2014

© Marjo, 6 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER