Boekenarchief R-S

Piet Snijders

altTies van Tontjes
Piet Snijders

Het is 1964. Ties van Zummeren uit de Peel is het jongste lid van een gezin met negen kinderen. Hij is een lieve jongen maar ook een eersteklas klungel. De goede bedoelingen van de jonge Ties worden vaak tenietgedaan door de onbeholpen uitvoering ervan. Zo weet flapuit Ties meteen op zijn eerste dag op de ulo St.Stephanus een horde leraren tegen zich in het harnas te jagen. Ties zal later zeker niet terugverlangen naar zijn tijd op de ulo. Gelukkig maakt de daaropvolgende hbs-tijd veel goed. Wat een verademing na de benauwde jaren op de ulo. Samen met zijn vriendenschaar geniet Ties zorgeloos van het leven. De toekomst lijkt nog ver weg. Volwassen worden kan altijd nog.

Ties komt uit een warm nest. Moeder Tonna en vader Tontje houden van hun kroost. Helaas wordt Tontje regelmatig geplaagd door depressies. Verschillende behandelmethoden zijn al geprobeerd maar toch gaat het nog regelmatig mis. Dan is er geen land met de zwaarmoedige Tontje te bezeilen. Wanneer Tontje zwelgt in zijn depressieve gevoelens is het voor Tonna flink aanpoten. Het is hard werken om negen kinderen op te voeden.

Alhoewel het gezin van Zummeren het niet slecht heeft, is zuinigheid geboden. Een gezin van een dergelijke omvang brengt nu eenmaal veel kosten met zich mee. Als jongste telg van het gezin moet Ties het dan ook vaak met afdankertjes doen. Daar baalt Ties van maar hij laat zich niet kisten en weet geregeld een hippe look te creëren uit zijn tweedehandse garderobe. In 1968 is het wat Ties betreft tijd voor een brommer. Hij droomt van een supersnel exemplaar waarmee hij de blits kan maken. Helaas moet Ties zich tevreden stellen met de Magneet, een oude brommer die nog bij zijn zwager in de schuur stond. Er rest Ties niets anders dan zich te schikken in zijn lot. Op de Magneet komt hij overal waar hij wezen moet, alleen een tikkeltje later dan zijn vrienden.

Dan dient een eerste verliefdheid zich aan. Mariska heet het meisje in kwestie. Ties heeft het zwaar te pakken maar is allesbehalve een ervaren charmeur. Zijn eerste versierpoging loopt uit op een fiasco. Zal hij het hart van Mariska alsnog weten te veroveren?

Dit verhaal speelt zich af tussen 1964 en 1973. Aan het eind van het boek is Ties 21 lentes jong, een piepjonge volwassene. Dit is een vrolijk boek over opgroeien en de draai vinden in het leven. Over jongensstreken en eerste verliefheden. Een verhaal over vallen en opstaan, verkeerde keuzes maken en met de gevolgen moeten leven. Maar of Ties nu geplaagd wordt door grote of kleine zorgen, zijn kijk op het leven zal velen doen schaterlachen.

Al groeide ik zelf niet op in de jaren zestig, ook voor mij was dit boek een feest om te lezen. Als kind genoot ik al met volle teugen van de oude meisjesboeken van mijn moeder. Ties van Tontjes heeft ook dat kneuterige sfeertje waar ik toen zo van genoot alhoewel het allemaal, gelukkig, een stuk minder braaf is. Een boek waar jong en oud van zal genieten.

ISBN 9789028802148| Paperback | 287pagina's | Uitgeverij Europese Bibliotheek | november 2011

© Annemarie, 8 december 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ties van Tontjes
Piet Snijders


Jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw.


Kleine Tieske is Ties geworden. Ties van Tontjes noemen ze hem waarmee verwezen wordt naar vader Tontje en moeder Tonna van Zummeren. Lazen we in  Tieske 'n minkukeltje uit de Peel over de grappige belevenissen van de onhandige jonge Tieske, dan kunnen we nu de verdere avonturen van hem volgen. Ties gaat inmiddels naar de middelbare school, de ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs) en hij heeft er een bloedhekel aan. De leerkrachten treiteren hun leerlingen en de leerlingen doen hetzelfde bij de leraren. De hele ULO-jaren ervaart Ties als een moeizaam verlopende oorlog. Er zijn een paar verliefdheidjes maar ook heel zware vlinders in zijn buik om Mariska. Hilarisch is de manier waarop Ties aan Mariska duidelijk wil maken dat ze voor hem moet kiezen. Stuntelig als Ties altijd is, loopt zijn mooie plan helemaal mis, het wordt dan ook helemaal niets met Mariska.
Maar dan de HBS! Dat is een hemel op aarde na de verschrikkelijke beklemmende schooltijd. Ties geniet!


Moeder Tonna heeft ook zo haar problemen, de negen kinderen groeien tegen de klippen op en vader Tontje krijgt elke herfst een flinke depressie van de zorgen om zijn kinderen en het vele werk dat de boerderij vraagt. En dan komt Ties ook nog eens thuis met de vraag om nieuwe kleren omdat hij voor gek loopt in die veel te grote broek van zijn broer. Hoe meer kinderen de deur uit gaan, hoe minder last Tontje krijgt. De kinderen komen zo langzamerhand allemaal goed terecht en de kinderen steken op de boerderij ook flink de handen uit de mouwen.
Vader Tontje zorgt ook steeds voor, soms hilarische, verrassingen waar Ties af en toe gloeiend de pest over in krijgt maar ondanks zijn streken heeft  vader een goed hart. Als hij iets verkeerd doet probeert hij het wel steeds weer goed te maken op zijn eigen schutterige manier.
De vakanties waren niet zoals nu dat iedereen naar het buitenland gaat. Ties wil met vrienden kamperen maar zal zijn vakantiegeld zelf moeten verdienen door aardbeien of bessen te plukken. Natuurlijk doet hij dat! Zo ging dat in die dagen.
Ook breekt de leeftijd aan dat iedere jongen een (opgevoerde) brommer heeft. Zo'n brommer met hoog stuur is natuurlijk prachtig maar dat zit er financieel niet in voor Ties, dan maar wat anders... of toch niet.


Na de HBS gaat Ties studeren, hij heeft inmiddels zijn grote liefde gevonden. Zij is voor hem de ware, hij is stapelgek op haar.
Maar ja Ties gaat wel in de stad wonen en er wordt stevig gefeest waarbij vrouwen niet ontbreken... en sommigen zijn erg geraffineerd. Dat moet misgaan en dat gaat het ook. Ties heeft spijt als haren op zijn hoofd maar het kwaad is geschied.
Financieel is het ook niet alles. Vader Tontje kan ook niet alles ophoesten dus Ties moet aan de bak en vindt een studentenbaan die de vriendelijke Ties beter niet had kunnen nemen. En dan is er iets met Tontje...


Eigenlijk moet  je niets over dit boek zeggen. De jaren zestig en zeventig worden voor mensen die ze meegemaakt hebben herkenbaar weergegeven, wat erg leuk is.  Maar Piet Snijders beschrijft op zo'n unieke manier de belevenissen van Ties dat iedere poging om dat weer te geven wel moet stranden. Ties is een dromer, een naïeveling die af en toe ineens een uitschieter heeft waar iedereen versteld van staat. Bijvoorbeeld die keer na de laatste schooldag op de ULO wanneer hij de meest gehate leraar enorm op zijn plaats weet te zetten met een zeer directe opmerking. 
Ties sluit je onmiddellijk in je hart. Hij is oprecht en vaak verbaasd over zijn medemens én zichzelf. Ties is een gemoedelijke Brabander uit de Peel die vaak het leven neemt zoals het komt.
Het is zo'n boek waarvan je er minstens tien moet aanschaffen en weg moet geven waarbij je alleen zegt: 'Lees nou maar’.
Het kan niet anders dat er na lezing enthousiaste reacties op komen want je voelt je gewoon helemaal goed bij die ontwapenende, vriendelijke Ties!


ISBN 9789028802148 Paperback 287, pagina's, Uitgeverij Europese Bibliotheek november 2011

© Dettie, 27 november 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altTies van Tontjes
Piet Snijders

Wie Tieske nog niet kent: het is het verhaal van een leven in de Peel, in het onderhavige boek worden de jaren zestig beschreven, eerder in ’Tieske, een minkukel uit de Peel’ waren de jaren vijftig aan de beurt.
Tieske is de jongste, een nakomertje, in het elfkoppige gezin van Zummeren. Moeder Tonna houdt de boel grotendeels draaiende, omdat haar man Tontje vaak last heeft van depressies. Toch is Tontje goed in zijn werk: verzekeringsagent, en ze hebben het niet slecht. Zeker niet nu Tieskes broers en zussen groter zijn en al goed mee kunnen helpen op de boerderij. Eerder zijn broers naar de ulo gegaan, en Tieske droomt ervan: dat wil hij ook!
Maar de arme Ties is al meteen op de eerste dag van zijn middelbare schooltijd het mikpunt van spot. En erger: het doelwit van de leraren, die, wordt later verteld, niet bepaald de gedreven enthousiaste docenten zijn die je je als scholier wenst. Waar is de inspiratie voor de toekomst? Waar vind je meer dan de oppervlakkigheid van het bestaan? Nou, niet op de ulo. Later, op de hbs gaat het beter, maar in die tijd beginnen de hormonen pas goed op te spelen, en staan Ties’gedachten niet altijd naar leren.
En als hij met horten en stoten zijn diploma heeft behaald heeft hij geen idee wat hij nu moet. Hij is helemaal niet opgegroeid met het idee dat nu zo normaal is: middelbare school, verder studeren, een goede toekomst opbouwen. In zijn omgeving gaan nog steeds de meesten meteen werken, thuis of bij een ander. De ulo is al heel wat, maar met zijn hbs is Ties in een ander milieu terechtgekomen dan waar hij uit stamt. En hij weet zijn draai niet te vinden. Van thuis komt er weinig hulp, die weten het ook niet.
Als hij tenslotte besluit te gaan studeren, loopt dat dan ook bepaald niet op rolletjes. Hij is en blijft een boertje van buuten.


Het is een schets van het leven in de jaren zestig, roerige tijden, waar onze Ties met grote ogen naar kijkt, maar er nauwelijks door geraakt wordt. De kant van het studentenleven die meer draait om drank ziet hij wel zitten, maar de revolutie gaat toch aan hem voorbij. Zelfs met de vrije seks heeft hij moeite, opgevoed als hij is met katholieke strenge normen en waarden...
Natuurlijk zijn er de nodige amoureuze escapades, en en passant lezen we ook hoe het leven in de Peel verder gaat, maar het blijft, zoals in het eerste boek, vooral het verhaal van Tieske, met dertien ambachten, twaalf ongelukken. Al treffen de ongelukken hem niet altijd zelf.
Ik heb extra van dit boek genoten omdat een deel er van in mijn stad speelt, in de tijd dat ik daar ook studeerde. Ik weet dus uit eigen ervaring dat het allemaal écht zo was.  De kazerne is afgebroken, er is nu een groot park, maar de Watertoren staat er nog. De hogeschool is universiteit geworden.
Ik had Ties zomaar tegen het lijf kunnen lopen!


ISBN 9789028802148| Paperback | 287pagina's | Uitgeverij Europese Bibliotheek | november 2011

© Marjo, 30 december 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tieske
'n minkukeltje uit de Peel


Ciske en Kees uit Amsterdam en Bartje uit Drenthe gingen hem, Tieske uit de Peel, voor. Hij leeft in een andere tijd, op een andere plaats, maar hij heeft eenzelfde ontwapenende argeloosheid en charme, die de lezer ontroert.


Tieske is een jongen die opgroeit in de Peel. Geboren in 1952 maakt hij grote veranderingen mee, die tussen neus en lippen door verteld worden. Af en toe laat Snijders een naam te laten vallen van iets dat in die tijd gemeengoed was of noemt hij een bekend persoon van toen. Door zich zo te beperken en geen uitleg te geven zou misschien voor iemand die onbekend is met die tijd het boek lastig te lezen zijn. Maar Tieske is een joch dat je in je hart sluit, hij doet zo zijn best, en heeft helemaal geen slechte bedoelingen. Nou ja, ondeugend is hij soms wel, maar welke gezonde Brabantse jongen is dat niet?


Het begint al als hij net geboren is: een buurvrouw die op kraamvisite komt oordeelt snel:
"ocherm, den dizze is 't durhààuwe nie werd"
Dat laat moeder Tonna zich niet zeggen! Haar jongste kind is misschien een minkukel, ze zal hem er door slepen! En dat lukt haar. Tieske groeit voorspoedig op, al blijkt hij een onhandige knul te zijn die steeds weer valt of andere ongelukjes heeft.
Op een dag valt hij zo ongelukkig van de trap dat zijn hoofd wel een waterhoofd lijkt: ach, dat trekt wel weg, zegt de dokter, die daar toch maar een handje bij helpt. Tieske geneest snel, maar hij houdt er wel een eigenaardigheid aan over: hij kan niet meer huilen. Als hij zijn verdriet of pijn wil uiten, klinkt er een hysterisch schril en krijsend gelach. Ach, als je eenmaal weet wat dat betekent dat valt er wel mee te leven.
Maar Tieske moet toch leren zijn emoties te beheersen, de buitenwereld snapt er immers niets van. Het veroorzaakt misverstanden zoals hij tot zijn spijt en schande ontdekt als hij moet getuigen in het proces tegen een pedofiel...


Een voorbeeld van die tijd -hoe de mechanisatie ook het boerengezin van Tieske raakt - is het verhaal over Frieda, het paard.
Vader van Zummeren heeft een Belgische knol, dat ieder jaar een veulen werpt, en steeds prijzen wint. Ze doet haar werk prima, maar boeren in de omgeving zijn al overgegaan tot de aanschaf van een tractor en de oudste zoon wil dat zijn vader dat ook doet. Maar als vader van Zummeren zijn paard wegdoet, moet hij ook het enige uitje dat hij ieder jaar heeft: de show waar Frieda haar prijzen haalt, opgeven, en dat wil hij niet.
Tiekse heeft met dit dilemma helemaal niets te maken, hij kan zich er niet druk om maken, maar hij is wel degene die tenslotte de doorslag geeft, doordat hij weer een paar van zijn onhandigheden begaat.
Natuurlijk speelt ook het geloof een grote rol, het boerengezin is godsvruchtig en vooral moeder van Zummeren heeft er moeite mee dat haar jongste geheel in de trant van de jaren zestig geleidelijk afvallig wordt.


Voor mij, geboren twee jaar na Tieske in een ander deel van Brabant is dit een heel herkenbaar boek, maar ik weet zeker dat iedere lezer zal meeleven met Tieske. De Brabantse woorden en uitdrukkingen die gebruikt worden zijn niet storend voor begrip, en omdat de geschiedenis niet op de voorgrond staat, is het vooral een streekroman over het opgroeien van een jongen in de Peel, van zijn geboorte tot zijn eerste afspraakje met een meisje. Tieske is een boerenjongen in de jaren zestig van de vorige eeuw, die met vallen en opstaan wijzer wordt.

Een paar voorbeelden van de stijl en de humor. (Deze hebben allebei te maken met het geloof, dat is toeval.)


“voor de meeste volwassenen was de jaarlijkse periode van veertig dagen versterving een ware krachtproef, om over de veertig dagen ‘onthouding’ nog maar te zwijgen.
Maar Tieske had daar totaal geen hinder van. Van veertig dagen niet snoepen werd hij geen grammetje lichter en veertig dagen ‘onthouding’ kostten hem niet de minste moeite. Hij kon wel vijftig dagen onthouden als het moest; wat zeurden die grote mensen eigenlijk?”


Als de pastoor bij Tontje en Tonna van Zummeren zijn Pater of pastoordagen komt aanprijzen (=de gang naar het seminarie), kijkt Tieskes vader bedenkelijk. “U weet toch wel”. zei hij, “dat onze Ties geen heilige is?”
“van Zummeren, dat is geen probleem. Er zijn maar weinig paters of pastoors die ooit zo’n status bereiken”, antwoordt de pastoor slim.
“ja maar, onze Ties kan een opgewonden standje zijn.”
“Een prima eigenschap voor een geloofsverkondiger, van Zummeren, want de wereld zit nog vol heidenen die met kracht bekeerd moeten worden.”
“En hij heeft hier in huis al eens een paar centen achterovergedrukt.”
“onze bisdommen en kloosterorden kunnen altijd goed fondswervers gebruiken.”


Paperback | 244 Pagina's | Heinen, Uitgeverij september 2007 ISBN10: 9086800610 | ISBN13: 9789086800612

© Marjo, september 2007

Reageren? Klik hier!