Boekenarchief K-L

Michiel Löffler

Unamuno
Michiel Löffler


Jean kiest een pad. Samen met zijn hond. Het is niet wat zijn ouders voor hem gewild hadden. Maar het is een pad dat leidt naar een betere wereld. Gelooft hij. Anderen denken er net zo over. Ze worden familie, een volk. Met Jean en Christine in het middelpunt. Ze kopen een boerderij in de Vogezen en beginnen gewoon helemaal opnieuw. Maar je kan niet leven van zon en dauw alleen. Geiten moeten gemolken worden, elektriciteit is niet gratis. Mensen trekken weg, alleen Jean en Christine blijven over. Eerst maakten ze nog ruzie. Dan niet meer. Ze weten dat het zo niet verder kan. Iets moet anders. Alles moet anders. Het is alleen zo moeilijk.


In staccato-zinnen doet Löffner het verhaal van wat je, grof gezegd, ontgoochelde hippies zou kunnen noemen. Idealen botsen met het leven van alledag. Groepen hangen niet zo hecht aaneen als men aanvankelijk zou willen geloven. Het is een verhaal van teleurstelling en doorgaan zonder goed te weten waarom. De stijl, die ik op zich wel kan smaken, maakt het verhaal echter moeilijk te volgen. Er zit poëzie in, maar het is niet altijd duidelijk waar het over gaat. Zeker in het begin buitelen halve zinnen over elkaar heen zodat je moet vissen om een verhaallijn boven water te halen. Wat uiteindelijk overblijft, is vooral een gevoel, meer gevoel dan verhaal. Niet slecht, maar ook weer niet beklijvend.


ISBN 978-94-6068-007-6 Hardcover 191 pagina's Uitgeverij Marmer oktober 2009

© Elvira, februari 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Unamuno
Michiel Löffler


Bij het schrijven van zijn debuut is Michiel Löffler geïnspireerd door de filosoof Miguel de Unamuno (1864-1936, Bilbao). Unamuno had grote invloed op het intellectuele leven in Spanje. Gedurende zijn leven werd hij dikwijls heen en weer geslingerd tussen de dictaten van de rede en de verlangens van het hart. Net als Tolstoi verlangde Unamuno ernaar te kunnen leven als een eenvoudige boer. Maar dat kon niet meer – de twijfelende en kritische rede had dat alles verstoord.

Dit bovenstaande staat te lezen op de site van de uitgever en inderdaad het hele boek gaat over de verlangens van het hart en het dictaat van de rede.


In Parijs leeft een groep mensen, vermoedelijk hippies, die in vrede en vrijheid willen leven, het liefst op het platteland, zij zullen het ‘nieuwe volk’ vormen. Geen oorlogen meer, geen geweld meer.

Ze willen een plek, een familiehuis, waarnaar ze altijd kunnen terugkeren, waar ze 's winters zullen zijn.
Een plek waar de kinderen gebaard zullen worden. Waar de moederkoeken begraven worden. En later zijzelf. Waar hun zielen kunnen huizen. Een plek, een dak, wat grond.


Jean en Christine zijn een stel, zij willen die plek ook, ze gaan naar de landbouwschool, ze leren alles over kippen, koeien, schapen. Als zij in de Vogezen een vervallen huis zien, weten ze dat dit de plek is. De groep is enthousiast maar meebetalen is wat anders. De een wil nog naar Amerika, de ander wil liever aan zee...
Met veel moeite weten de twee het geld bij elkaar te sprokkelen. Ze zijn vol plannen, hier komt het atelier, daar een werkruimte om te schrijven.  Ze zullen geiten en kippen houden  en zelf kaas maken. De droom komt uit... Hun verlangen is waarheid geworden. De groep zal het goed hebben.

De eerste winter zijn Christine en Jean alleen in het droomhuis, ze genieten van elkaar en de omgeving. Ze bouwen een stal, een kaasmakerij. De eerste sneeuw wordt gevierd. De hond Una bevalt, ze houden alle  jongen. In het voorjaar rijdt de bus hun erf op. De groep is gearriveerd mét vijf geiten. Ze praten over de wereld, oorlog en vrede, Vietnam... Maar de bus vetrekt ook weer.


Jean en Christine blijven achter. Met negen honden. Zeven geiten. Drie kippen. Eén poes. Geblaf. Gemekker. Getok.


De winter komt en gaat. In mei arriveert de groep weer. Ze praten, lachen, schilderen, boetseren, filmen. Geitjes worden geboren. De eerste kaas wordt gemaakt en verkocht. De winter komt en gaat, Jean en Christine zijn alleen met de dieren.
Rekeningen stapelen zich op.  Ze kunnen niet alle jongen geiten houden, ze moeten ze verkopen of...  De groep komt en raakt verdeeld. Geitjes slachten en verkopen? Dat was toch niet... Kunnen ze niet...
De winter komt en gaat, de groep wordt kleiner, Igor moet filmen, en de anderen... wat doen zij?
De winter komt en gaat. Geblaf. Gemekker. Getok. De winter komt en gaat. Geblaf. Gemekker. Getok.
De realiteit neemt het over van de dromen, er is geen weg terug, of wel? Heel even lijkt het erop. Maar dan...

Een indringend verhaal. Vooral door de schrijfstijl die bijna knappend te noemen is. Als brekende takken springen de zinnen het boek uit. Op het eind lijken de zinnen zelfs zo'n vaart te maken dat je het gevoel hebt dat je aan het rennen bent. Totdat...
Het verhaal is dus  letterlijk adembenemend. In het begin moet je wennen aan deze  korte, knallende zinnen maar als je eenmaal in het verhaal zit kun je nauwelijks meer stoppen met lezen.  Prachtig debuut. 


ISBN 978-94-6068-007-6 Hardcover 191 pagina's Uitgeverij Marmer oktober 2009

© Dettie, februari 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Unamuno
Michiel Löffler

Het verhaal is snel verteld: een stel idealisten komt tot op een harde manier tot de ontdekking dat de werkelijkheid botst met hun ideeën. Jean en Christine vinden de materialistische wereld maar niets. Ze wijzen de strijd om de macht af, vinden de drang om geld en bezit te vergaren niet zaligmakend, en willen terug naar het eenvoudige leven. Zichzelf bedruipen, en niet mee doen aan de ratrace die de wereld beheerst. En al helemaal ver weg van het geweld en de oorlog. Ook na de onlusten in Parijs van 1968, ook na die hete zomer, gaat het leven rondom hen gewoon door zoals het was.


'I have a dream, zei Martin Luther King nog maar zo kort geleden.
En daar gaat het om.
In mijn droom zijn er geen geweren.
Wordt het leven geleefd en niet gedood.'


Samen met een paar andere idealisten vinden ze een huis in de Vogezen, afgelegen van de bewoonde wereld. Ideaal.  Het eerste barstje negeren ze: hun vrienden vinden hun plannen -die toch ook de hunne waren? - allemaal prachtig: natuurlijk zullen ze komen en helpen met van alles, maar deel uitmaken van een soort commune, meebetalen aan het huis en alles wat daar bij komt kijken? Nee, dat is niet de bedoeling. Zij hebben een eigen leven.


'De bus vertrekt. Jean en Christine blijven achter. Met negen honden. Zeven geiten. Drie kippen. Een poes. Geblaf. Gemekker. Getok. Verder is het rustig in het dal


Goed, Jean en Christine besluiten het toch door te zetten. Ze besluiten geiten te gaan houden. Van de melk kunnen ze kaas maken en dat verkopen. Zo moet het toch lukken? Ook die idylle wordt wreed verstoord: het idee om de geiten te melken houdt in dat ze de lammeren na een tijdje moeten weghalen bij hun moeders, het gemekker snijdt hun door de ziel. En natuurlijk worden er ook overbodige bokjes geboren, en wie zal die slachten?
Toch is dat niet de hoofdoorzaak die het geheel doet mislukken: het zijn de rekeningen die op de mat vallen, het is de sleur, die ontstaat als er geen tijd meer is voor iets anders dan werken, werken en nog eens werken... het breekt hen op dat alles hetzelfde blijft, dat ze er alleen voor staan, en dat er van hun idealen niets over blijkt te zijn.


'Druk genoeg, maar te weinig geld, zegt Jean. Geld te weinig, schampert Christine. Geld, geld, geld. Werk, werk, werk. En verder? Wandelen? Vakantie? Wat heeft geld voor zin als er verder niets is?
En de rekeningen? Vraagt Jean. Hoe stel je je dat voor? Dan maar geen geld? Geen elektra? Geen dierenarts?


Als ze niet meer kunnen, nemen Christine en Jean ieder voor zich hun besluit, een besluit met veel gevolgen.
Van het verhaal op zich moet Löffner het niet hebben, zo origineel is het niet. De taal dan? De stijl?
Michiel Löffner gebruikt heel eenvoudige taal. Dat past bij het idee van een simpel leven, terug naar de basis, maar als je dit boek in een ruk uitleest, - en dat kan makkelijk, het is niet dik- dan begint dat een beetje te
irriteren.


'Voor hun ogen voltrekt het zich. De geit schreeuwt, een oerkreet, alsof ze sterft. Ze schreeuwt weer. Slaat met haar poten. Strekt ze. Kreunt. Schreeuwt. De mond wijd open. De dikke tong naar buiten.'


Dat is jammer, want juist bij de mooiste scènes werkt deze manier van vertellen heel goed. De lezer wordt er in gezogen, ook al wordt je als het ware toegeblaft. Bijtende woorden worden geschreven als de dood toeslaat. De dood die er hard inhakt. Je kan niet anders dan begrijpen en meevoelen.
Je weet net als Jean: het hoort bij het leven, maar in een idealistische wereld zou je dat graag vergeten. Het schokt de hoofdpersonen, en de manier van beschrijven schokt ook de lezer.
Maar ondanks deze lichte ergernis, is het een boek waarvan de sfeer blijft hangen. De boodschap is duidelijk overgekomen.


ISBN 978-94-6068-007-6 Hardcover 191 pagina's Uitgeverij Marmer oktober 2009

© Marjo, februari 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER