jeugd 10-12 jaar

Mark Tijsmans

http://www.marktijsmans.be

 

altStrooi as van een verborgen held
Deel 3 van 'De bende van Teiresias'

Mark Tijsmans


Van zilver zal de ketel zijn
Het heilig hout brandt zonder pijn
een gift, een ruil. Door list of macht
Verliest de drank zijn toverkracht
De ketel blijft een volle maan
onaangeroerd ter plekke staan
Meng aarde, water, vuur en wind
Voor drakenbloed! Dank maagd’lijk kind
Strooi as van een verborgen held
Een toverstaf een tovenaar
Roert om en om twee keer en klaar

Lang is het vrede geweest onder de bezielende leiding van Hoogkoning Teiresias. Maar de koning wordt oud en zal zijn opvolger net zo wijs zijn als hij? Wie moet hem trouwens opvolgen? Die wijsneus van een Andreas, die nu zelfs zijn liefjes niet meer na elkaar in zijn bed toelaat, maar met zijn allen tegelijk?


In Vrijhaven staat de ketel klaar. Maar het drakenbloed en de as van een verborgen held ontbreken. De draak Hifferioon moet verslagen worden, maar wie is de nieuwe drakendoder, nu de laatste verslagen is?  En wie is de verborgen held? De arme prins Andreas is er van overtuigd dat hij het is, maar hij wil niet sterven! Hij heeft veel te veel plezier in zijn leven met de meisjes! Hij raakt er depressief van en brengt zelfs een nacht alleen door!
Teiresias stuurt hem naar het dorp Rietschoorvelden, dat door de vuurspuwende draak verwoest is. De draak lijkt verdwenen, en er moet herbouwd worden. Bovendien hebben de overlevenden voedsel en goederen nodig.


Terwijl enkele soldaten de gereedstaande ketel bewaken, vertrekt de karavaan. Schildknaap Floris heeft een geheime opdracht gekregen van de koning, en wordt vergezeld door zijn vrienden: de kabouters Galei en Gallooi, Aura en prinses Catho. Helaas: Koopman Doge en zijn stinkende geit zijn ook van de partij!


In het tentenkamp hoort Floris per ongeluk een gesprek tussen broeder Franchesco en een onbekende, waarin gezegd wordt dat Floris een broer heeft! Hij is dus niet zomaar een jongen die in het weeshuis is gedumpt! Maar wie dan wel, dat krijgt hij niet te horen.
Er zijn nogal wat dingen die de jongen bezig houden: de geheime opdracht, dit afgeluisterde gesprek, de legende van de draak, waarin gezegd wordt dat een van de broertjes de drakendoder zal zijn. En de meisjes  - ja, ook hij!!


‘De jongen moest zich achter de bosjes verschuilen om op veilige wijze zijn kleren weer doornvrij te maken.
‘De hoeveelste keer is dat al dat je in de bosjes belandt?’ wilde de prinses ondertussen met alle geweld weten.
‘Beter in de bosjes belanden dan de waarheid moeten vertellen aan die blaaskaak,’ mokte Floris, die niet zeker wist of het bladerdek wel ondoordringbaar genoeg was om zijn broek uit te trekken. ‘Ik vertrouw hem voor geen centimeter.’
'Over centimeters gesproken. Misschien moet je een centimeter of tien naar links opschuiven.’
‘Ik denk en nog niet aan.’
‘Naar rechts dan.’


Op het thuisfront is Teiresias druk met de voorspelling en de organisatie van zijn ‘bende’, en elders in het land zitten de vijanden ook niet stil, maar de brandende vraag blijft natuurlijk wie de verborgen held is. En dan blijft het nog de vraag of Hoogkoning Teiresias de drank wil drinken, want, zegt hij: Is het niet beter een nieuwe roos te laten bloeien als de oude verdord is?


Het knotsgekke avontuur, gebaseerd op mythen en legenden, sprookjes en heldenverhalen gaat verder. Hilarische scenes, vooral met de geit en de twee kabouters, wisselen ernstige zaken af.  Want Tijsmans schat zijn jonge lezers hoog in: die kunnen best wat hebben. Het gaat dan ook niet met alles helemaal zoals die lezer dat zou willen. Het is niet niks om drakenbloed te bemachtigen, en tja, iemand moet toch die held zijn.


Net als ik zullen jonge lezers weer zitten te springen om het vervolg!
Er is namelijk een voorzet gegeven: een rotsblok dat valt, een man in het ijs en een kralenketting. Wat betekent dit allemaal?


ISBN 9789022330579 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Manteau | oktober 2014
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 19 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet heilig hout brandt zonder pijn
Deel 2 van 'De bende van Teiresias'
Mark Tijsmans


Na het eerste avontuur dat beschreven werd in het eerste deel (‘van zilver zal de ketel zijn’) werd het winter en hebben onze helden even tijd gehad om tot rust te komen, hoewel prins Andreas die rust niet zo letterlijk nam: als de mooie dochter van de bakker door de voordeur het huis verliet, liet hij aan de achterdeur bevallige dochter van de slager binnen. Enzovoort.


Ver weg in de Winterbergen had de winter voor de kabouters Galei en Galooi een tijd van voorbereiding moeten zijn. Hun koning, Simaisnon, had hen dat opgedragen, omdat ze zodra de sneeuw zou smelten een reis moesten maken: naar Vrijhaven, de hoofdstad van het rijk van Koning Teiresias. Die verkeert in gevaar, wist koning Simaisnon, want de scepter was opgelicht. Eén keer eerder had die scepter licht gegeven, vijfenzestig jaar geleden, en dat had toen weinig goeds betekend.
Koning Teiresias moet daar van weten, en zo komt het dat Galei en Galooi hun opwachting maken op het moment dat er een feestelijke avond is in het paleis.

‘Plots ontstond er een groot tumult achter in de zaal. De grote deuren zwaaiden open, er klonk gegil en geroep, en de meeste aanwezigen begonnen spontaan te applaudisseren toen ze twee kereltjes van ongeveer een onderbeen lang zagen binnenstormen. De ene droeg een paarse muts, de andere een blauwe, en ze hadden een hoop kabaal mee. Ze werden namelijk gevolgd door een hond, een stuk of drie katten, een verdwaalde kip en een hangbuikzwijntje dat de rij sloot.
‘Zijn  we er?’
’Zijn we waar?’
’Op het kasteel natuurlijk.’
‘Ja, natuurlijk zijn we daar. Waar dacht je anders dat we zouden zijn?’
‘In de zoo misschien! Met al die dieren...’


Floris, de schildknaap van Andreas, is blij zijn vrienden weer te zien!
Maar het betekent ook het begin van een riskant avontuur, waarin we behalve oude vrienden ook oude vijanden tegenkomen.
Biskopus Sylvester is er nog steeds op uit om koning Teiresias in diskrediet te brengen en zelf de macht te grijpen. Floris probeert het knechtje van de bisschop te helpen, maar Danté durft zijn meester niet te verlaten. De struikrover Signor Semi Sancti is ook nog op vrije voeten, en dan is nu ook Puuck, de zoon van elfenkoning Oberon en koningin Titania, opgedoken.
‘Hij is nog slechter en verdorvener dan het meest verachtelijke wezen dat je je voor kunt stellen.’  legt koning Teiresias uit.
En deze koning, geliefd bij zijn volk, voelt steeds meer dat hij oud wordt. Wat zal er gebeuren als hij er niet meer is? Zal zijn rijk uiteen vallen en zal er oorlog komen? Dat mag niet gebeuren. De onsterfelijkheidsdrank moet gemaakt worden, de drank waarvoor  het eerste ingrediënt, het kabouterzilver, al gehaald is. Nu moet Andreas, met Floris en de kabouters –  prinses Catho gaat natuurlijk stiekem mee, en de koopman van Venetië laat zich ook niet tegenhouden -  op reis naar de Binnenwouden van de elfen. Elfenkoning Oberon moet overgehaald worden om hen het Heilig Hout te geven, het tweede ingrediënt voor de toverdrank.


Opnieuw een knotsgek verhaal, waarin de hond en de katten, om maar niet te spreken over het hangbuikzwijntje, steeds opduiken. Galei en Galooi zorgen weer voor hilarische situaties, en op het amoureuze terrein is Andreas niet te stuiten. Floris probeert alles in goede banen te leiden, maar ja, hij is in de ogen van de anderen nog maar een kind. Zoals Danté, en Rune, het kind dat bij koning Teiresias woont.
Heerlijk is het een verhaal te lezen dat zo sprankelt door de humor. Van begin tot eind wordt de lezer betrokken in een avontuur vol acties, waar zelfs in de wat rustiger scènes van alles gebeurt.


ISBN 9789022328996 |paperback|240 pagina's |Uitgeverij Manteau Jeugd| maart 2014
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 25 april 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVan zilver zal de ketel zijn
Deel 1 van 'De bende van Teiresias'
Mark Tijsmans


In dit eerste deel over de ‘Bende van Teiresias’ maken we kennis met prins Andreas.
Hij is dol op avonturen, en dol op meisjes. Bij iedere ontmoeting met iemand van het mannelijke geslacht denkt hij: ‘Heeft hij misschien een oudere (of jongere) zus?’
Andreas is een knappe prins, de meisjes vallen dan ook als bakstenen voor hem. En de jongens dromen er van om te zijn als hij. Negentien jaar is hij, en net ridder geslagen. Koning Teiresias heeft drie jaar geleden zijn oude trouwe raadsheer met pensioen gestuurd, en Andreas als nieuwe aangesteld.


‘Andreas had in die drie jaar een stevige reputatie opgebouwd. Minnestrelen en troubadours bezongen zijn avontuurlijke tochten. Verhalen over zijn heldendaden gingen vlotjes van mond tot mond, en werden elke keer dat ze verteld werden op jaarmarkten of bij winterse haardvuren nog grootser en spectaculairder.
Was het niet Andreas geweest die eigenhandig de hoofdstad Vrijhaven had gevrijwaard van de Vikingen? En dat niet één, niet twee, maar tot drie keer toe? Ja zeker! Toch wel! Het was echt gebeurd! Verschillende mensen waren er bij geweest, of hadden met iemand gesproken die iemand kende die er bij was geweest.
Andreas haalde altijd maar zijn schouders op of schudde even zachtjes zijn hoofd, als hij weer eens een zoveelste versie van het verhaal hoorde.’


Duidelijk: dit boek is een fantasyverhaal over de strijd tussen goed en kwaad. In Teiresië wonen elfen en kabouters nu nog vreedzaam samen met mensen.
Koning Teiresias vertelt zijn nieuwe raadsheer over zijn angst dat het rijk in in vreselijke oorlogen terecht zal komen als hij komt te overlijden. En hij is al oud. Nu bestaat er een toverdrank die hem onsterfelijk kan maken, vertelt hij de ridder. Maar daar zijn bepaalde ingrediënten voor nodig, en dat is de taak van Andreas: zorgen dat die er komen! Afgezien van het feit dat Andreas zijn twijfels heeft over de spreuk over die onsterfelijkheidsdrank, vindt Andreas avonturen prima. Dus hij trekt er op uit.
En dan komen we de in mijn ogen ware hoofdpersoon pas tegen: de elfjarige vondeling Floris. Een bijdehand joch, dat altijd en overal zijn woordje klaar heeft en wie niemand makkelijk de mond snoert. Goedgelovig is hij ook, en wat hij vooral kan is goed kijken. Floris ziet dingen die niemand ziet. Andreas neemt de jongen aan:


‘Ik heb met de koning gepraat,’ vervolgde hij glimlachend, ‘en die heeft zijn toestemming gegeven. Ik denk dat het tijd wordt dat ik een schildknaap neem.’
‘Een schildknaap?’ klonk het een beetje achterdochtig.
Andreas knikte. ‘Ja, een page. En wie zou dat beter kunnen worden dan jij, de jongen die me gered heeft?’
‘En wat houdt die job dan zoal in?’ wilde Floris wantrouwig weten. Kwestie van niet blij te zijn met een dode mus.
‘Wel...,' begon Andreas enthousiast, ‘ het leuke is dat het schillen van patatten vrijwel zeker tot het verleden behoort. En het overige keukenwerk trouwens ook’, voegde hij er nog snel aan toe, omdat hij bij Floris een zekere twijfel voelde. ‘En wat het precies WEL inhoudt, is op voorhand een beetje moeilijk uit te leggen. Vanaf nu vergezel je me overal waar ik ga...’
‘Overal?'
'Nee. Niet echt overal!’ verbeterde de ridder vlug. Hij dacht daarbij aan bepaalde plekken waar hij bijvoorbeeld mooie meisjes ontmoette. Dat deed hij het liefst zonder toekijkende jongetjes van een jaar of elf. ‘Ik bedoel gewoon... op alle avonturen die ik beleef en zo!’
‘Ha, als een team, zeg maar’, knikte Floris blij.
‘Precies. Een team! Ik als ridder Andreas, en jij als mijn knecht.’
‘Assistent!’ verbeterde Floris snel. ‘Medewerker zeg maar.’
‘Schildknaap’.
‘Assistent dus.’


En zo gaat dit nog even door. De samenwerking van Andreas en Floris is vanaf het begin een bron van gestechel over en weer. Toch werkt het prima in het avontuur dat ze nu tegemoet gaan: de zoektocht naar kabouterzilver.
Natuurlijk zijn er mensen die willen verhinderen dat de drank gemaakt wordt, of althans: niet voor de koning! Er zijn twee geheimzinnige koffertjes, en wat is het belang van de ontdekking die de kabouters Galei en Galooi doen? De koopman van Venetië heeft vast ook een grotere rol, en Biskopus Sylvester onderschat misschien wel zijn slaafje Danté. En wie is Signor Semi Sancti eigenlijk?
Dit ontzettend leuke verhaal, met avontuur en humor - én romantiek!-  smaakt naar meer. Dat komt er gelukkig ook. Dit was immers pas het eerste deel.


ISBN  9789022329207 | paperback |240 pagina's |Uitgeverij Manteau Jeugd | oktober 2013
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 8 december  2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet geheim van te veel torens
Mark Tijsmans


‘Als driemaal toe onduidelijk is wie wel of niet de oudste is...’


In een weeshuis met de toepasselijke naam ‘Het ongetwijfeld ongelukkige kind’ wonen twee elfjarige kinderen die het geluk hebben dat ze elkaar hebben omdat ze een tweeling zijn. De andere kinderen hebben het eigenlijk nog slechter dan zij! Er is één maaltijd per dag: vieze, aangebrande brokkenpap uit een pan die nooit afgewassen hoefde te worden, omdat de hongerige kinderen de bodem volledig schoon schraapten. Ze werkten de hele dag hard, poetsten het hele huis. En er moest afgewassen worden, en dat mocht de tweeling dan doen. Nou, dat valt dan wel mee, zou je zeggen, die schone pan... Maar de twee zusters die het weeshuis leidden, Prudentia en Cleptomania aten er zelf juist wel goed van: ze aten iedere dag een menu met wel dertien gangen! Dus er was een enorme afwas.


De zusters gunnen de kinderen ook een vakantie: ze gaan maar liefst een hele nacht kamperen! Op drie kilometer van het weeshuis en in een tot op de draad versleten tent, maar ze zijn weg, en als het verhaal begint, zijn Willem en Nelle Ter Toren, onze hoofdpersonen, alleen thuis. Ze hebben straf. Ze mochten niet mee ‘op vakantie’.
Als Willem die nacht uit het raam kijkt, ziet hij een zwart paard in de tuin. En even later ziet Nelle zelfs twaalf zwarte paarden, en een onguur uitziende man die duidelijk iets zoekt... De kinderen verstoppen zich, maar de man heeft hen al gezien en komt naar boven.


‘De man leek heel oud, en had weliswaar dringend nieuwe kleren nodig, maar hij had een keurig onderhouden gebit. En zijn prachtig glanzende, spierwitte haar lag zo mooi in model dat het leek of hij net van de kapper kwam. De man gedroeg zich voornaam en had fijne manieren. Hij liep op zijn oude dag nog kaarsrecht.’


Wie is deze man? Wat hij beweert kan niet waar zijn!


‘Jij, jongen, jij bent een jonkheer en je volle naam luidt Wilhelmus Catastrophus Trop de Tours.’
‘En de jongedame hier, heet Petronella Silence Trop de Tours.’


Dan vertelt hij dat er op een paar uur rijden een kasteel staat, dat later hun eigendom zal zijn.  De kinderen staan perplex. Wat raaskalt die man... Nelle zegt:  ’wie heet er nu in godsnaam Petronella?‘


Het is het begin van een knotsgek avontuur, over een schat die gevonden moet worden voor de laatste toren neerstort. En als je als lezer weet dat die toren al aan het barsten is, en er stenen naar beneden vallen, dan heb je er een hard hoofd in dat het de kinderen lukken zal.
Bovendien is het nog de vraag of zij wel de tweeling is uit de voorspelling, waar het eerste hoofdstuk mee begint. Want ze zijn niet de enige tweeling in de familie.


Het is een verhaal voor kinderen vanaf tien jaar, maar zonder twijfel zal ook een oudere lezer die het boek voorleest of lekker voor zichzelf leest het niet zomaar weg kunnen leggen. In een sneltreinvaart dender je mee met de tweeling, op avontuur in een kasteel dat opgebouwd is uit torens, waar je niet weet wat er zich aan de andere kant van de muur bevindt. De kinderen krijgen te maken met hun dommige oom en tante, een trouwe dienstbode die niet zo aardig behandeld wordt, en een andere tweeling, net zo oud is als zij, en die in het dorp woont.
En er is dus Fidelius, de butler, en het zwarte paard Delinquento.
Boordevol humor, leuke vondsten, verrassende wendingen, en spannend, en gewoon ontzettend leuk. Een plezier om te lezen!
Het boek is bekroond door de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen 2008 en genomineerd voor De Boekenleeuw.


Mark Tijsmans (Merksem, 1969) wilde al van jongs af schrijver worden. Na zijn middelbare schooltijd schrijft hij zich in op de afdeling Toneel van het Koninklijk conservatorium in Brussel. Sindsdien is hij niet meer weg te slaan van het podium en van televisie; op muzikaal vlak en als acteur. Hij geeft ook een tijdje les en richt een eigen managementbureau op.‘Het geheim van te veel torens’ is zijn debuut, het verscheen eerder in 2006.
Zijn uitspraak  ‘Jeugdliteratuur heeft iets heel gek. Wanneer ben je te oud voor jeugdliteratuur en is die periode voorbij? Vanaf je 15 of 16 jaar? Ik spreek daarom veel liever over de term familieboeken of gezinslectuur.’  Dat onderschrijf ik ten volle!


ISBN  9789022326961  |paperback |364 pagina's |Uitgeverij Manteau | februari 2012
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 28 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altUit de lucht geplukt
Mark Tijsmans


Lezen doe je voor je plezier, dat weet Mark Tijsmans heel goed. Dit boek is een verbazingwekkend fantasievol verhaal over een onbestaande wereld die wel degelijk overeenkomsten heeft met die wij kennen. We worden hierbij niet in het diepe geworpen, want het boek begint met een uiteenzetting over hoe de wereld er uit ziet: er zijn twee zusterwerelden, Europia en Titania.


Onze hoofdpersoon woont op Europia en weet niet beter of het is onbekend is of er leven is op Titania. Ricky droomt er van om een vliegtuig uit te vinden waarmee hij als eerste die andere wereld kan onderzoeken.
Maar eerst lezen we nog dat er zich nog iets in het luchtruim bevindt: een stip waarvan men denkt dat het een komeet is. Hij zweeft al vele duizenden jaren in een eigen baan om de zon en verandert niet. Al denken veel mensen dat de stip groter wordt, de ministeriële besluiters die de baas zijn in Europia houden vol dat het niet zo is. Die besluiters houden hun volk goed in de gaten: zelfs spreken over ontdekkingen die te maken hebben met de twee andere luchtruimbollen is verboden.


Ricky heet voluit Ricky Van De Ruigerots. Elf jaar is hij, en heeft al zo lang als hij zich kan herinneren uitvindingen gedaan. Hij heeft bijvoorbeeld een heel bijzondere wekker uitgevonden, waarbij niemand in bed kan blijven liggen. Zijn vader was zo slim om het aan- en uitknopje te verwijderen, dus nu kan ook Ricky niet meer uitslapen.
Voor school wil Ricky een spreekbeurt houden over een uitvinding die de grote uitvinder Eustachius ooit deed: de trein. Dat was een mislukking, want de professor had geen oplossing voor de terugreis, maar Ricky heeft bijna de oplossing gevonden. Of hij dat op school ook mag vertellen, is nog de vraag: de geheime politie controleert alles. Maar gelukkig heeft hij wel toestemming gekregen om de professor te bezoeken die in een gesticht woont.
Laat nou die professor die dag na het interview verdwenen zijn? Daar moet Ricky meer van weten, denken Van Zwart en De Wit, die zich komen voorstellen (!) als geheim agenten.
Zijn ouders worden gearresteerd en hij kan zelf slechts op het nippertje ontsnappen.
En dat doet hem natuurlijk besluiten om de professor te zoeken, hetgeen tot knotsgekke avonturen leidt.
Maar pas op: dat woord ‘knotsgek’ kun je beter niet gebruiken als de bewoners van het gesticht je kunnen horen!


‘Op de gang gingen al vlug een paar deuren open.
'Wat scheelt het?´ was her en der te horen. ´Is de soep weer niet te vreten?’
'Nee… Ja, dat ook waarschijnlijk . Maar het woord is gevallen!’
‘Welk woord? Het woord van God?’
‘Nee. Dat nu weer niet. Het verboden woord. Dat wel!’
‘Wat… bedoel je…’
‘Ja!’
‘Gek bedoel, je?’


En dan breekt de pleuris uit!


Ricky ontmoet een paar leeftijdgenoten, vliegt met de heli-schroef-a-flap-trap-tor, voert oorlog met pompoenen, en leert hoe propaganda werkt. Er zijn albatrossen die fungeren als boodschappers, en er is een walvisvaarder. En nog veel en veel meer van die grappen en grollen. Zinnen die zich te pas en te onpas herhalen, het verhaal van Ikarus duikt op en wat je zoal met een bowlingbal kan doen - heel veel leuke vondsten - maken dit boek een knotsgek avontuur.
O jee, nu heb ik het woord weer gebruikt…


ISBN 9789022328446 | paperback |440 pagina's | Manteau Jeugd | maart 2013
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 19 mei  2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER