Lynn Austin

De plantage
Lynn Austin


3 april 1865
President Jefferson Davis en de regering van de Confederatie zijn op de vlucht geslagen. Hongerige bendes plunderen het centrum van Richmond, Virginia. De vijandelijke invasie die iedereen zo lang had gevreesd stond op het punt te beginnen. De noordelingen, de yankees kwamen eraan!
Op 12 april 1865 geeft het 'aristocratische' Zuiden zich over en de slaven zijn vanaf die datum vrij.


Josephine Weatherly (22) is met haar moeder Eugenia en zus Mary (16) gevlucht naar haar tante Olivia in Richmond, Virginia. Vader Philip is afgelopen winter gestorven aan longontsteking, broer Samuel is gesneuveld en van haar andere broer, Daniel (25), die vocht tegen de yankees, hebben ze al tijden niets gehoord. De velden zijn geplunderd, iedereen heeft honger, de yankees delen gratis rantsoenen uit in het zuiden.
Moeder besluit terug te gaan naar White Oak, hun eigen plantage in Fairmont, Virginia. Van de slaven zijn alleen de trouwe Otis, zijn vrouw Lizzie en hun drie kinderen Rufus (8), Jack (6) en Roselle (15) gebleven. De rebelse Roselle is geen kind van Otis, ze weet niet wie haar vader is. Lizzie wil het haar niet vertellen. Later misschien eens… Otis beschouwt en behandelt haar als een eigen kind.
Otis vertelt zijn vrouw dat ze vrij zijn om te gaan en te staan waar ze willen. Ze moeten nu hun eigen beslissingen gaan nemen. Lizzie is verward...


'Maar wij besluiten zelf niets, Otis. Nooit van ons leven. Zij doen al het denkwerk voor ons.' Lizzie knikte in de richting van het Grote Huis. 'Elke dag van ons leven vertelt iemand ons wat we moeten doen en mogen niets zelf willen. Ze behandelen ons alsof we niet beter of slimmer zijn dan dat paard daar.'


Maar waar moeten ze heen? Ze hebben geen huis, geen eten. Ze besluiten voorlopig te blijven.
Vanaf dat moment zitten ze weer onder het strenge plak van de vrouw des huizes. De sterke, knappe miz Eugenia is gewend te commanderen en altijd haar zin te krijgen. Ze is woedend dat Philipe overleden is en dat de zorgen voor de plantage nu op haar schouders rusten. Beeldschone Mary maakt zich voornamelijk druk om uiterlijkheden. Maar Josephine is uit ander hout gesneden. Zij is de enige realist van hen drieën. Ze ziet dat Lizzie en Otis al het werk niet aankunnen, zij weet, anders dan haar moeder, dat de gouden dagen voorbij zijn. Ze zullen moeten roeien met de riemen die ze hebben. Tot schrik van Lizzie, maar ook van haar moeder, helpt ze Lizzie o.a. in de moestuin. ‘We moeten toch eten’ zegt Josephine laconiek. Zij is ook de enige die de voormalige slaven behandelt als gelijken en wijst haar moeder er constant op dat deze mensen niet meer haar bezit zijn.
Niet dat het veel helpt. Moeder wil haar oude status en grandeur terug, maar als je niets meer hebt wordt dat moeilijk.
Josephine is ondertussen haar geloof in God kwijtgeraakt. Ze heeft constant gebeden voor alles en iedereen en het heeft niets uitgehaald. Haar vader en broer zijn dood. White Oaks is niet meer hetzelfde, uit het huis zijn veel spullen gestolen door de yankees, bijna alle slaven zijn weg en de katoenplantage staat vol onkruid. Hoe moeten ze verder? Nee, bidden helpt niets.


En dan komt Daniel thuis! hij heeft tot grote blijdschap van iedereen de burgeroorlog overleefd. Moeder haalt opgelucht adem, er is weer een man in huis, nu komt alles goed... Maar Daniel is erg veranderd Hij is verbitterd en vol haat naar de yankees. Ook voor de vrije slaven die nu in het bos wonen heeft hij geen goed woord over.
Saul de broer van Otis woont met zijn gezin in dat bos, hij wil nooit meer werken voor een blanke. Hij weet Otis te vertellen dat een yankee, Alexander Chandler, zich gevestigd heeft in Fairmont. Hij zal de negers gaan helpen. Hij deelt voedsel, kleding en andere dingen uit en zegt dat ze eigen land zullen krijgen. Hij zal met de blanken praten en er voor zorgen dat ze dat land ook echt krijgen. Saul wil daarop wachten en leeft tot die tijd in het bos..
Otis gaat met Lizzie naar Alexander en daar horen ze dat er ook een school voor hun kinderen geopend zal worden. Lizzie weet niet hoe ze het heeft, haar kinderen zullen leren lezen en schrijven! Ze zullen het beter dan zij krijgen. Ze kan haar geluk niet op.
Tot vermaak van Josephine is Lizzie niet meer de vreselijk onderdanige vrouw die ze was als slaaf. Ze geeft nu antwoord en heeft een weerwoord als ze niet hard genoeg werkt volgens miz Eugenia.
Lizzie is evenwel wel angstig voor de toekomst, wat zal het hun brengen? De zeer gelovige Otis vertrouwt op Gods goedheid en weet dat alles goed zal komen. Lizzie vindt zijn innerlijke rust benijdenswaardig vooral omdat Daniel duidelijk laat blijken dat hij niet gediend is van vrije slaven, de school en het ‘zwarte gespuis’ in het bos en er alles aan zal doen om ze weg te krijgen, geweld wordt niet geschuwd.
Ondertussen doet, de overigens ook gelovige,  Alexander alles om de negers verder te helpen tot genoegen van Josephine, die af en toe gesprekken met hem voert en in de war raakt van zijn opvattingen.
Daniel en Alexander staan lijnrecht tegenover elkaar en natuurlijk leidt het tot een enorme escalatie.

Een mooi verhaal waarin het geloof in God nadrukkelijk aanwezig is. Maar niet op zo’n manier dat het wrevel oproept. Sommige boeken stralen uit ‘als je maar gelooft en veel bidt dan kan je niets gebeuren’ dat heeft dit boek zeker niet. Vooral de praktische Josephine zet zo haar vraagtekens bij veel gebeurtenissen. Ondanks dat het boek gaat over de eigenaren van de plantage is vooral Otis een boeiend personage die rustig zijn weg gaat, volledig overtuigd van de goede afloop. Hij heeft daar zelf trouwens een grote hand in.  
Een boek over vergeven en vergeven worden. De burgeroorlog heeft veel leed aangericht. Zowel de yankees als de zuiderlingen zijn daar debet aan. Beiden hebben hard gevochten, er zijn veel slachtoffers gevallen en na de oorlog is het zwaar om opnieuw te beginnen. Het geloof is op een natuurlijke manier door het verhaal heen geweven. Het eind is verrassend en hoopvol.


Zie ook het Leesfragment


ISBN 9789029720472 Paperback 464 pagina's Uitgeverij Voorhoeve, oktober 2012
Mooi vertaald door Roelof Posthuma

© Dettie, 30 oktober 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER