jeugd 6-9 jaar

John Kelly

De Monsterdokter
John Kelly


‘Op een ochtend liep ik over straat, toen de man voor me zijn linkerarm op de grond liet vallen.’

Verbaasd lees je die eerste zin. En de ik-verteller, Appie, is ook best verrast, het overkomt hem niet iedere dag, zegt hij, maar of jij zou doen wat hij doet? (Zeker niet als je de man zou zien!) Appie raapt de arm op en loopt achter de man aan.


’Ik geloof dat u iets hebt laten vallen.’


Voor hij het weet is Appie een soort van assistent van de dokter, Annie v.d. Keuken-Trap, waar de man, Morris Mors, hem mee naar toe neemt. Het is een monsterdokter, maar dat wil niet zeggen dat ze zelf een monster is:


‘Dit moest de monsterdokter zijn.
Ze was niet langer dan één meter vijftig en zag er simpel gezegd uit als een kanonskogel. Haar armen waren zo groot als die van een gorilla, maar ze had kleine, tengere handen. Haar hoofd was zo puntig als het uiteinde van een raket met daarop het verbazingwekkendste kapsel dat ik ooit had gezien. Volgens mij kun je dat soort haar alleen maar krijgen door je hoofdhuid in te smeren met secondelijm en dan een complete paardenstaart aan de rechterzijde van je schedel te plakken. En dan moet je nog op zoek naar een tweede paardenstaart voor de linkerzijde.’


De patiënten zijn echter wel degelijk monsters: behalve Morris Mors is er een meisje wiens hoofd helemaal achterstevoren zit, en er is een Yeti met zere voeten.  
Annie ziet het wel zitten: Appie als assistent, hij is zelfs slimmer dan ze denkt. Maar dat ontdekt ze later pas.
Eerst is er een monsternoodgeval, waar ze onmiddellijk naar toe moet. Appie gaat mee in een bizar vervoermiddel: een levende ambulance. Die heeft vleermuisnavigatie, met de leuke naam Tim-Tim. Als ze bij Vesuvia de zieke draak arriveren, kan Appie meteen bewijzen hoe nuttig hij wel niet is. Als hij geweten had dat het zo gevaarlijk zou zijn!


Behalve de uit elkaar vallende zombie en de levende ambulance zijn er nog veel meer bijzondere, verbijsterende en monsterlijke wezens. Ze worden leuk beschreven, en ook nog grappig getekend, net als de omslag. Op iedere pagina vind je tekeningetjes, soms zijn ze ook bladvullend.


Het originele verhaal is hilarisch, en al gaat het over monsters en kunnen de rillingen je af en toe over je lichaam lopen, door de manier waarop het verteld wordt weet je dat dit niet echt is en dat maakt het minder eng. De tekst wordt ook nog ‘versierd’ doordat er verschillende lettertypen en lettergroottes gebruikt worden. Ook de keuze in namen is zo leuk!
Een ontzettend grappig boek voor kinderen met een levendige fantasie. Ze zullen genieten van dit verhaal. Zelfs de woordenlijst achterin is grappig.
Weet je wat ridders op witte paarden zijn? Dat raad je nooit! Of een leraar? Vooruit, die krijg je, dat is:


'Oeroude levensvorm die zich in lang vervlogen tijden afsplitste van de gemeenschappelijke voorouders van het monster en de mens.'


Na het verhaal De Monsterdokter volgt er een lekkermakertje: een fragment uit het vervolg, dat zal verschijnen in 2021.


John Robert Kelly (1964, Stockton-on-Tees, Engeland) is illustrator en ontwerper van kinderboeken. Zijn boeken zijn onder andere The Robot Zoo en Everyday Machines, die beide werden genomineerd voor de Rhône-Poulenc Junior Prize.


ISBN 9789048854103 | Hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Moon | juni 2020
Vertaald uit het Engels door Willem Jan Kok | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 9 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER