jeugd 10-12 jaar

Jacques Vriens

http://www.jacquesvriens.nl

 

altNiet thuis
Jacques Vriens


De verteller van dit verhaal is een 16-jarig meisje. Zij woont in een leefgroep, niet bij haar ouders. Die zitten in een vechtscheiding, en dat ging ten koste van Hannah.


De leefgroep bestaat uit kinderen van verschillende leeftijden, Julius is de oudste, vijftien is hij. Twanneke is pas vijf. Daar tussen in zitten Hannah zelf, ze zit in groep 8, en Rosalie die in de brugklas zit. Zij is verliefd op Julius, en denkt dat het wederzijds is. En twee jongere jongens: Bjorn, licht contactgestoord, en Mathijs, een pestkop.
Zoals dat gaat bij een groep kinderen: soms kunnen ze het prima met elkaar vinden, soms is er ruzie. Ze zitten er natuurlijk niet voor niets, ze hebben ieder een rugzakje. Hun begeleiders proberen de rol van ouders te vervullen, en ook daar is het zoals dat gaat: met de een klikt het makkelijker dan met de ander. Ludo is superstreng, en Marieke juist heel lief. En er is een huishoudster, Lies, die altijd heel aardig en zorgzaam is.

Als het verhaal begint hoort Hannah de leiding praten: er is iets aan de hand, iets wat de een wil vertellen aan de kinderen, maar de ander niet. Natuurlijk is Hannah heel nieuwsgierig, en tenslotte komt ze er achter: de leefgroep dreigt opgeheven te worden. Bezuinigingen. Maar dat kan niet! Waar moeten ze dan naar toe? Zij zelf kan niet naar huis, en de andere kinderen evenmin! Er zit maar een ding op: Als niemand anders kan hen helpen, dan moeten ze het zelf doen.
Het is nogal een drastisch plan, en of het zal werken? Tenslotte is de bezuiniging ook niet de schuld van de leiding…


Jacques Vriens schrijft in een nawoord dat hij zelf ooit in een leefgroep zat, en nog steeds van plan was om daar een boek over te schrijven. Ook heeft hij onderzocht hoe het er vandaag de dag aan toe gaat, hoe de regels zijn, en over de bezuiniging heeft hij ook genoeg gehoord.
In dit verhaal komt de problematiek aan de orde vanuit het gezichtspunt van de kinderen zelf. Dat heeft deze schrijver als geen ander in zijn vingers!


Jacques Vriens
(1946) is één van de bekendste en succesvolste auteurs van kinderboeken in Nederland. Hij is geboren in Den Bosch en verhuisde in 1952 naar Helmond, waar zijn ouders een hotel begonnen. Daar schreef hij ook veel boeken over!

ISBN 9789000356126 | hardcover |128 pagina's | Uitgeverij van Holkema & Warendorf| september 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 16 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Smokkelkinderen
Jacques Vriens


1934
Arie is een vriendelijke, gevoelige dromer, hij wil later schrijver worden. Hij kent hele delen van Fulco de minnestreel, het boek van Cornelis Johannes Kieviet, uit zijn hoofd en gooit te pas en onpas citaten daaruit door zijn gewone spreektaal heen. De meester heeft plezier in deze leergierige jongen en leent hem boeken uit. Arie is stiekem een beetje verliefd op Lisa, de dochter van Rooie Paultje. Zij is op school net zo slim als Arie.


Arie komt uit een smokkelaarsfamilie. 'Smokkelen zit ons in het bloed' zegt vader Corneel dikwijls. Daarmee maskeert hij dat het smokkelen pure noodzaak is, anders hebben ze gewoonweg geen geld.  Er is in het kleine grensdorpje een eeuwige strijd gaande tussen de douane (de commiezen) en de smokkelaars. De truc is natuurlijk om de commiezen te slim af te zijn. De smokkelaars zijn daar inmiddels heel vindingrijk en gewiekst in geworden.


Ook Arie's vader smokkelt regelmatig 'het vette goud' (boter) naar België. Arie kan niet wachten tot hij een keer mee mag als 'voorloper' - dat is degene die moet kijken of de kust veilig is - . Maar vader is er niet zo happig op; "Het is te gevaarlijk, je bent nog te klein, je mag mee als je geen korte broek meer draagt, je bent nog te jong" krijgt Arie steeds te horen.
Vader Corneel overdrijft wel een beetje, écht gevaarlijk is het niet, in het dorpje kent iedereen elkaar en veel commiezen die de thuissituatie van de smokkelaars kennen, kijken 'toevallig' net een andere kant op als ze voorbij komen...

Maar nu is er een nieuwe commandant en die is er fel op gebrand om de smokkelaars te pakken te krijgen. Het wordt erg lastig om de spullen de grens over te krijgen en daarmee hebben de mensen het moeilijk, hoe komen ze nu aan hun inkomen? Er is geen werk te vinden en de kinderen moeten toch te eten hebben. Ze wagen het er maar op en tot groot geluk van Arie mag hij mee! Maar ze blijken verraden te zijn. De douane staat hen op te wachten...


Wie is de verrader? Is het de vader van Lisa? Dat zou een ramp zijn! Of toch iemand anders? In het dorpje gonst het van de geruchten, de sfeer wordt grimmiger, wie is de handlanger van de 'nieuwe'? Dankzij deze situatie komt Arie dingen te weten die hem tot in zijn ziel raken. Zijn alle volwassen niet te vertrouwen? 


Als dochter van een 'commies' móest ik dit boek natuurlijk lezen en daar heb ik geen spijt van. Het boek begint al prettig met een fraai getekende plattegrond van het dorp zodat je de routes die de smokkelaars nemen, kunt volgen. Ook de 'jaren dertig' sfeer weet Jacques Vriens goed uit te dragen zowel in de privé- en dorpssfeer, als op school. Het waren heel andere tijden, als een kind een appel kreeg was dat bijzonder, en een eigen schrift, helemaal voor jezelf, was helemáál geweldig. Het is in onze tijd ook bijna onvoorstelbaar dat boter zo'n gewild product was en dat daarvoor flinke risico's gelopen werden.
De thuissituatie van Arie is niet makkelijk, maar wordt geaccepteerd zoals die is, waardoor het verhaal zijn lichte toon blijft houden. Het einde is wel een beetje geforceerd maar wel zoals ik hoopte dat het zou zijn. Toch geeft Jacques Vriens met zijn laatste zin nog een onverwachte wending aan het verhaal en daardoor sla je het boek meer dan tevreden dicht. 


ISBN 9789000348886 | Hardcover | 136 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf/Unieboek | september 2016
Leeftijd 10+

© Dettie, 1 oktober 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Die rotschool met die fijne klas
Jacques Vriens


Een boek met een gouden kaft glimt me tegemoet. Het is namelijk veertig jaar geleden dat het eerste boek van Jacques Vriens uitkwam en dat was dit boek. Dat moet natuurlijk gevierd worden, vandaar deze 'gouden' editie.

Dat het eerste boek van deze schrijver over een school ging is niet zo verwonderlijk want Jaques Vriens is zelf vijfentwintig jaar meester en directeur geweest van twee verschillende basisscholen. Hij heeft speciale ideeën over lesgeven op school. De schrijver wil bijvoorbeeld graag dat de kinderen het fijn vinden op school en vind het ook heel belangrijk dat de juf en meester de kinderen laten ontdekken waar ze goed in zijn. Daardoor krijgen ze zelfvertrouwen en durven ze ook eerder dingen aan te pakken die ze niet zo makkelijk vinden, zegt hij.
Ook moeten kinderen een eigen stem hebben, vindt Jacques Vriens, kinderen moeten niet alles maar goed vinden wat grote mensen zeggen...
Dit bovenstaande is terug te vinden in dit boek dat dus in 1976 geschreven werd, toen het er op school nog wat strenger aan toe ging als nu.


Het is het verhaal over meester Jan Brinkman die zeer geliefd is bij 'zijn' kinderen van groep zeven. Meester Jan maakt de lessen altijd gezellig. De kinderen verheugen zich bijvoorbeeld op geschiedenisles want hij vertelt altijd heel mooie verhalen daarover. Maar Meester Jan wil ook dat de kinderen dingen begrijpen en van verschillende kanten leren te bekijken. Daarom vertelt hij aan zijn groep dat de man die Anneke lastig viel, ziek is. Want gewone mensen proberen niet aan kinderen te zitten. De meester vindt het belangrijk dat kinderen dit weten en niet weggehouden worden van de werkelijkheid, anders wordt het alleen maar enger.

Maar... meneer Wijnen de strenge directeur van de school, denkt er heel anders over. Hij houdt niet van die vrije aanpak waarin kinderen ook hun mond open mogen doen. Dat leidt regelmatig tot conflicten tussen meester Jan en meneer Wijnen. Soms staan ze zelfs in de gang te bekvechten, tot ontzetting én hilariteit van de kinderen.

Meester Jan heeft een grote snor en als hij zich druk of kwaad maakt, begint hij aan de snorpunten te draaien. De kinderen weten daardoor precies hoe zijn bui is.  De meester heeft ook een heel oude auto, een rode eend, die aldoor zuchtend en puffend aan komt rijden. Het is nog een wonder dat het ding rijdt! En nu heeft Rob gelezen dat er een racewedstrijd gehouden wordt met oude auto's op de bosweg! Meester moet zich opgeven vinden de kinderen. Meester Jan staat niet te trappelen maar geeft zich uiteindelijk gewonnen. Had hij dat maar niet gedaan want het levert enorme problemen op. Als de meester samen met Anneke en Rob een proefritje gaat maken, krijgt Rob een akelig ongeluk.

De vader van Rob is woedend en ook meneer Wijnen is heel boos. Meester Jan wordt met 'ziekteverlof' gestuurd om' tot rust te komen' en hoeft na het einde van het schooljaar niet meer terug te komen. Meneer Wijnen geeft nu voorlopig zelf les aan groep zeven. De kinderen zijn er beroerd van. Hun leuke meester weg! Ze moeten iets verzinnen, maar wat? Meester Jan is natuurlijk ook niet blij ermee, maar het meest erge vindt hij dat ondanks dat hij er niets aan kon dien, Rob nu in het ziekenhuis ligt. Hij voelt zich enorm schuldig, wat moet hij doen?

Het is een heerlijk, nog steeds eigentijds, verhaal waarin de kinderen hun eigen specifieke karakters hebben, zoals de bedachtzame Anneke die aldoor met goede doordachte ideeën komt, de felle Mickey, de flapuit die nergens bang voor is. Dirk, met zijn kleine hartje en hoogdravende uitspraken, de pesterige Bart die uiteindelijk ook alleen maar het beste wil enz.  Stuk voor stuk kinderen die je gelijk in je hart sluit.
Je gunt iedereen een Meester Jan, hij doet me denken aan de meester uit De gelukkige klas van Theo Thijssen. Ook die meester wilde het beste uit zijn kinderen halen, net als Meester Jan.
Fijn boek!


ISBN 9789000345915 | Hardcover | jubileumeditie | 159 pagina's | Uitgeverij Holkema en Warendorf | maart 2016
Leeftijd 11+

© Dettie, 6 april 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pagina 1 van 2

<< Start < Vorige 1 2 Volgende > Einde >>