jeugd 13-15 jaar

Droomtuin
Ingrid Kluvers


Joop (jawel, genoemd naar het beroemde personage) zit in de eerste klas van de middelbare school, waar ze al snel haar draai heeft gevonden. Ze zal stralen in een musical die in december in het basisjaar wordt opgevoerd: Grease.
Haar vrienden, Mees, Juul en Dennis doen ook mee. Dennis is haar tegenspeler, met wie ze heerlijk de liedjes kan laten schallen. Maar het noodlot slaat toe: op een dag, daar begint het boek mee, wordt ze wakker en constateert dat ze niet in haar eigen bed ligt.


‘Waar ben ik?’ fluister ik.
‘Ik ga je ouders halen,’ zegt de ene man. En weg is hij.
Mijn ouders roepen? Weten die niet, dat ik in deze kamer lig? Ik heb vier ouders, welke gaat hij roepen?’


In een kort stukje tekst zijn er al een heleboel vragen? Wat mankeert Joop? (Op dat moment weet je ook nog niet dat ze een meisje is overigens) Waar is ze? En vier ouders? Hoe zit dat?
Ze blijkt ernstig ziek te zijn, door een tekenbeet. Nu ze uit haar coma ontwaakt is, lukt het haar nog niet om alle woorden goed te zeggen.

‘het was net een droomtuin. Ik wilde er niet meer weg. Het was heerlijk om daar rond te zweven. Het leek net jouw tuin, alles bloeide en groeide en... je zou het er heel dauwig gevonden hebben.’


De tuin van haar oma is een droomtuin, maar later zal haar klassenleraar tegen haar zeggen dat haar hele leven als een droomtuin was. Alles ging vanzelf, haar punten, haar contacten, lieve ouders, goede vrienden. En nu ze moet werken om weer beter te worden, nu moet ze beseffen dat het leven je niet in de schoot geworpen wordt: Iin een tuin moet je spitten, zaaien wieden, sproeien, harken. Het is hard werken om iets uit de grond te krijgen.’
En dat is inderdaad zo, ontdekt Joop. Ze heeft het met zichzelf al moeilijk genoeg: het werken aan haar herstel is één ding, er is ook de musical die ze zo graag zou doen, maar nu kan ze de tekst van de liedjes niet meer onthouden, en neemt die akelige Nathalie haar rol over.
En ze wordt verliefd. Tenminste, dat zegt Mees; dat wat ze voelt verliefdheid is. Haar keuze is wel heel vervelend, vindt Mees. Het is die macho uit de vierde, Thomas. En al is het misschien zo dat hij, nu hij naast Joop in een ziekenhuisbed ligt, heel aardig is, het is en blijft een ‘player’. Natuurlijk wil Joop dat niet geloven.


Dit debuut voor jeugd vanaf twaalf jaar heeft de debutantenprijs van de Jonge Jury 2012 gewonnen.
Ik ken eventuele concurrenten niet, maar ik heb nu wel een vrij goed boek gelezen.
Ik ben de doelgroep niet, maar kan me wel voorstellen dat meiden dit een prettig verhaal zullen vinden. Over de liefde en alles wat daarmee samenhangt kan niet genoeg geschreven worden. Gevoelens waar iedere puber mee te maken krijgt, daar heeft ook Joop het druk mee. Haar thuissituatie, de vier ouders, vraagt ook aandacht, en de vriendschap met Mees en Dennis blijkt ook niet zo vanzelfsprekend.
De schrijfster mag misschien al wat ouder zijn dan de jeugd waarvoor ze schrijft, ze kent hun wereldje heel goed: ze noemt freerunning, SpangaS, en snijdt vele thema’s aan waar jongeren graag over lezen.


ISBN 9789048804429 | Hardcover | 223 pagina's | Moon | 2010
Leeftijd: vanaf 12 jaar

©  Marjo 16 april 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER