Boekenarchief H

Hein-Anton van der Heijden

Waar ze was
In Van Goghs sporen
Hein-Anton van der Heijden


Léon Huet gaat dat jaar, net als elk jaar, weer een week naar Arles, het dankzij Van Gogh bekende stadje in de Provence. Maar ondanks deze gewoonte is alles anders. Robine is er niet meer bij. Zij was fotografe en samen met haar bezocht Léon altijd het jaarlijkse fotografiefestival. Haar laatste opdracht was een fotoboek maken over Van Gogh, in die zin zij zou tonen wat er nog resteerde van de gebouwen en omgeving uit de tijd dat Van Gogh er woonde. Maar Robine werd helaas ziek en is een klein jaar geleden overleden.


Het is vreemd en onwennig om nu alleen rond te dwalen door het plaatsje terwijl aan de andere kant ook zoveel herkenning is. Daar liep hij met haar, daar aten ze vaak, daar sliepen ze altijd. Ook nu heeft hij hetzelfde hotelletje als altijd. Het is heel vreemd om daar nu alleen te moeten slapen.
Ondanks gevoelens van intens verdriet is het ook prettig in Arles te zijn want er liggen ook veel mooie herinneringen daar. 


Toen zij daar nog samen kwamen, ging ieder vaak zijn eigen gang, zodat ze in hun eigen tempo en tijd alle tentoonstellingen konden bekijken. Er komen nu vragen bovendrijven. Waarom was hij niet méér geïnteresseerd geweest in de dingen die zij de moeite waard vond om te bekijken? Waarom had hij geen geduld gehad om net zo lang naar iets te kijken zoals zij dat kon. Waarom had hij niet kunnen of willen begrijpen dat andere zaken haar niet aantrokken? Heeft hij haar eigenlijk wel gekend, ondanks dat ze meer dan tien jaar samen waren? De vele gedachtes komen en gaan, de ene keer grijpen ze Léon aan, de andere keer bieden ze troost.
Over haar verleden wilde Ro niets vertellen, het enige wat hij uit de tijd voor zij hem kende weet, is dat zij drie succesvolle dichtbundels heeft uitgegeven, die ze eigenhandig allemaal vernietigd heeft. Waarom? Het blijft een terugkerende vraag. Hij kent alleen die titels van de gedichten, titels die hij als een cryptogram probeert op te lossen.


Tot zijn verrassing wordt Léon door een stel dat ook in het hotel verblijft voor de volgende dag uitgenodigd om samen met hen te dineren. Die ontmoeting wordt de ommekeer van het rouwproces dat Léon ondergaat. De vrouw, Lucette, vertelt hem dingen die hij altijd afketste als Robine daar over begon.
Lucette vertelt hem bijvoorbeeld over astronomie, synchroniciteit, een paralelle wereld, het universum. Zij weet het zo te brengen dat Léon gefascineerd raakt. Waarom luistert hij naar haar wél en deed hij dat niet bij Ro? Waarom deed hij het bij Robine af als zijnde quatsch, onzin, flauwekul? Hij merkt dat Lucettes woorden hem na die tijd ook nog  lang bezig houden.


Om Robines werk af te kunnen maken, heeft hij zich ook verdiept in het leven van Van Gogh met name in de tijd die hij doorbracht in Arles. Hij leest elke dag een stuk uit een door hem meegenomen boek met brieven aan Theo, de broer van Van Gogh. Hij (be)zoekt de straten die genoemd worden en beeldt zich in hoe het in de tijd van Van Gogh geweest moet zijn. Ook dat zorgt voor afleiding. Hij bekijkt het stadje met andere ogen, zoekt naar herkenningspunten die Van Gogh beschrijft. Het besef van verstreken, huidige en komende tijd wordt daardoor vergroot en maakt dat hij alles ruimer en meer in een groter perspectief kan zie, wat bevrijdend werkt.


Later ontmoet hij nog een bijzondere vrouw, Coralie, die twee jaar geleden de curator van de tentoonstelling van Robines foto's was. Zij had een goed contact met Robine en vertelt Léon enkele zaken over Robine die hem onthutsen. Opnieuw rijst de vraag, kennen we de ander én onszelf eigenlijk wel?


Het boek heeft me erg verrast, Hein-Anton van der Heijden heeft dankzij een zorgvuldig gekozen woordgebruik een prachtig en gevoelig portret van een huwelijk neergezet. De latere meer filosofische gedachten lijken mogelijk zweverig maar dat is schijn. De gesprekken die Léon voert en de inzichten die hij tijdens zijn hele verwerkingsproces krijgt, zijn in feite heel realistisch, bijzonder en vooral helend. Zijn cirkel van verdriet wordt doorbroken daardoor en maakt het leven weer de moeite van het leven waard voor hem.


Wie denkt dat het een en al tobberijen is, heeft het mis. De schrijver meldt de gevoelens van Léon wel maar zonder vals sentiment, het is zoals het is. Het zijn gedachten die elk mens in zo'n situatie kan hebben. Het verhaal maakt juist daardoor veel indruk.
Daarnaast wordt er erg beeldend over Arles geschreven, je zou het boek mee moeten nemen bij een bezoek aan het stadje en dan de straten kunnen bezoeken die Léon gelopen heeft.


Kortom, een mooi koesterboek.

ISBN 9789492020208 | Paperback | 252 pagina's | Uitgeverij Nieuwe Druk | april 2017

© Dettie, 20 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De zomer van Godard
Hein-Anton van der Heijden


Dat was smullen! Van der Heijdens boek is als een dubbeldik, verantwoord belegde, volkoren sandwich. Die wel naar meer smaakt, maar het is nu eenmaal op. De hoofdpersoon krijgt aan het begin een hoop geld in bezit om daar op het eind op een aparte manier iets mee te doen. Dat het begin je doet denken aan het verhaal van 'Slumdog Millionaire' en dat je dat einde ziet aankomen, dat hindert niet. Bij een sandwich gaat het om het beleg, en dat is bij dit boek dan ook het geval. Thomas Griffioen is de ik-verteller. Hij is schrijver, maar niet zoals hij dat gedroomd heeft.


'En plotseling, in een flits, zag ik mijn plaats in de wereld en hoe ik mij tot de anderen zou verhouden. Hier stond ik, midden tussen duizendendemonstranten van wie ik er niet één persoonlijk kende, en toch voelde ik me één met hen. Hier stond ik, een jongen van twintig die van lezen hield, wiens grootste genot het was zich in het hoofd te verplaatsen naar andere plaatsen en tijden, zich in te leven in anderen. Maar vandaag had ik  iets ontdekt wat ik nog niet wist. Hooft en Bredero, Du Perron en Nescio: tot vandaag waren het mannen geweest die ik bewonderde, maar vanaf nu waren zij meer dan dat. Vanaf nu waren het voorgangers in wier voetstappen ik zou treden. Vanaf dit moment wist ik wat voortaan richting zou geven aan mijn leven: Ik zou schrijver worden.'


Tot op heden is er van zijn roman weinig terecht gekomen. Zijn muze, Olga, is verdwenen.  Hij is redacteur bij een uitgeverij en schrijft over kunst.
Na de droog-komische inleiding waarbij hij herinnerd werd aan de zomer, midden jaren zeventig, waarin hij een relatie had met Olga Jongkind, is het haast onvermijdelijk dat hij op zoek gaat naar haar. Het is zo'n vijfentwintig jaar geleden dat ze samen optrokken: hij student Nederlands, en later, door haar aangestoken, kunstgeschiedenis; zij deed beide studies. Hun relatie was intens en voor altijd. Dacht hij. Maar ze verdween. Op een dag was ze zomaar weg, en er lag een briefje waarin stond dat hij haar niet moest zoeken. Niettemin deed hij een halfslachtige poging, die gedoemd was te mislukken. Hij moest haar vergeten, en zijn leven ging door.


Op het moment dat het verhaal begint is hij gelukkig met Laureen. Maar hij vertelt haar niet waarom hij in werkelijkheid naar Frankrijk gaat. Dat hij een droom najaagt. Twee zelfs: een oude droom, Olga en de liefde die hij voor haar had. En een nieuwe droom: want hij droomde dat hij Olga zou weerzien in Avignon. Dat is dan ook het doel van zijn reis. Zal de droom in vervulling gaan, of in duigen vallen?


Godard waar de titel naar verwijst is de Franse filmregisseur Godard, die vooral bekendheid in de jaren zestig genoot. Zijn film 'Pierrot le Fou' is een beetje de rode draad van het verhaal van Thomas en Olga. Samen zagen ze de film, en voor Thomas heeft hun leven een parallel met de levens van de hoofdrolspelers. Wie de film 'Pierrot le fou' waardeert, waardeert dit boek.


Want ook voor Hein-Anton van der Heijden is er een parallel.  Zoals Godard vooral véél wilde in zijn films, zo wil van der Heijden dat ook in zijn boek. Daardoor worden thema's niet altijd uitgewerkt, maar eigenlijk is dat niet erg. Filosofietjes, summier psychologische analyses, stootjes maatschappijkritiek waardoor je de schrijver verdenkt van linkse sympathieën, het zit er allemaal in. Van der Heijden maakt veel gebruik van literaire trucjes zoals flashbacks, opsommingen, herhalingen, cliffhangers, die maken dat je in het verhaal meegesleept wordt.
Dit is een mooi verhaal, dat stilistisch goed in elkaar zit, een goed debuut dus.


'Hoe komt het toch dat Nederlanders, die tot diep in de vorige eeuw bekendstonden als ingetogen en bescheiden, zich binnen een paar generaties hebben ontwikkeld tot een overassertief, luidruchtig collectief van continu mobiel bellende, dan wel notoir verongelijkt hun levensleed uitventende talkshowgasten?' 


ISBN 9789059119345 Paperback 248 pagina's Uitgeverij Aspekt maart 2010

© Marjo, juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De zomer van Godard
Hein-Anton van der Heijden


Als literair schrijver debuteerde Hein-Anton van der Heijden in 1997 in De Tweede Ronde met het verhaal 'Zinderend Marmer' dat door Vrij Nederland 'een geslaagd debuut' werd genoemd. Daarna verschenen nog vier verhalen in De Gids en in De Tweede Ronde. Zijn romandebuut De zomer van Godard verscheen begin 2010 bij uitgeverij Aspekt.
Behalve politicoloog en schrijver is Hein-Anton van der Heijden ook docent creatief schrijven en schrijfcoach. Bij Script+ begeleidde hij sinds het eind van de jaren tachtig bijna elk jaar een workshop Verhalend proza, hij beoordeelde meer dan honderd manuscripten van verhalenbundels en romans, en begeleidde ook jonge schrijvers op weg naar hun debuut. (Bron: http://www.heinantonvanderheijden.nl)


Als ik schrijfaspiraties had dan zou ik na zijn debuut De zomer van Godard te hebben gelezen mij onmiddellijk proberen in te schrijven voor een cursus gegeven door deze schrijver of mijn manuscript naar hem sturen ter beoordeling.  De zomer van Godard vind ik namelijk dermate goed geschreven dat ik aan de mening van deze schrijver grote waarde zou hechten. En nu volgt weer het moeilijkste deel van een recensie schrijven en dat is... weer te geven waarom je een boek de moeite waard vindt. Een poging...


Wat Van der Heijden doet is allerlei zaken mengen en hij weet daar een mooi verhaal van te maken. Hij roept een tijdsbeeld op van de jaren zestig en het heden, de romantiek ontbreekt niet, er is een vleugje cynisme, een vleugje humor, een beetje avontuur, een berusting maar ook verlangen, wat reizen, redelijke hoeveelheid kunst en bovenal een goed geloofwaardig neergezet hoofdpersoon. En dat allemaal in één boek.


De titel De zomer van Godard verwijst naar een een film van Godard getiteld Pierrot le fou (Pierrot de waanzinnige/de gek) die Thomas samen met zijn toenmalige vriendin Olga Jongkind zag in de bioscoop. De film maakt en verpletterende indruk op Thomas: schoonheid, politiek en een spannend verhaal kunnen dus toch samengaan! Vlak na dit bioscoopbezoek is Olga verdwenen, hij moet niet naar haar zoeken schrijft ze. Olga was de ware voor Thomas en het kost hem erg veel moeite om de klap te boven te komen. Maar zoals dat gaat, het leven gaat verder en langzamerhand raakt de vrij korte relatie met Olga op de achtergrond totdat Thomas een vraag over de kunstschilder Jongkind moet beantwoorden in een televisiequiz en daardoor een miljoen wint. Dankzij Olga, een verre nazaat van deze schilder, wist hij het antwoord op die vraag. Vanaf dat moment wil hij alleen nog maar Olga terugvinden en haar vragen waarom ze zo plotseling verdween.


Omdat Thomas zijn huidige vriendin Laureen te danken heeft aan iets wat hij droomde gaat hij ook deze keer af op een droom. Hij droomt over Place de l'Horloge in Avignon, daar zal Olga zijn, hij weet zelfs wanneer, op welke dag. Thomas,  inmiddels redacteur bij een uitgeverij en schrijver van essays en boeken over kunst, mag nu hij bekend is geworden door de quiz, eindelijk zijn boek schrijven over kleine musea in Frankrijk. Onder dat mom vertrekt hij naar Frankrijk maar zijn echte doel is de ontmoeting met Olga.


De reis is natuurlijk gelardeerd met herinneringen aan de tijd met Olga, aan de jaren zestig, maar ook worden mooie beschrijvingen gegeven over de plaatsjes in Frankrijk waar de terrasjes met platanen zijn en de schitterende korenvelden worden beschreven alsof je naar een schilderij van Van Gogh kijkt.
Van der Heijden laat subtiel zijn visie doorschemeren over het hedendaagse toerisme, het niet meer kunnen genieten van kunst en schoonheid, de gekte rond kunstveilingen en de moeite die kleine musea hebben om een waardevol stuk te kunnen kopen, gezien de waanzinnige prijzen die door privéverzamelaars betaald worden.


'De telkens nieuwe, maar toch steeds dezelfde reclamecampagnes en al die andere manieren om van geld meer geld te maken. Ze benauwen me en ik kan er niet omheen.
Zelfs de boeken die ik zelf schrijf ontkomen er niet aan. Steeds meer, zo komt het me voor, dienen ze om mensen kalm te houden, ze te verzoenen met de manier waarop de wereld is ingericht. Steeds vaker zie ik ze liggen in de door designers ingerichte museumwinkels, winkels waar je ook sjaaltjes kunt kopen in Van Goghkleuren en theepotten in de vorm van Picassostieren.
Natuurlijk is dat ook de reden dat ik zo graag in kleine, nog niet ontdekte galeries kom. Bij exposities in gebouwen die vroeger dienst deden als slachthuis of als reparatiewerkplaats van de spoorwegen. Gebouwen waar schilderijen flodderig aan de muren hangen omdat de schilders nog jong zijn en onbekend, geen geld hebben om een lijst te kopen. Maar waar de afbeeldingen soms een stijl verraden die ik nooit eerder ben tegengekomen, het tegendeel van gelikt, een beetje groezelig vaak, misschien zelf gevaarlijk.'


Een klein grapje is dat Van der Heijden aan Raymond Martinus - museumdirecteur - het uiterlijk van zichzelf geeft.
"Martinus is kaal; alleen aan de zijkanten van zijn hoofd en van achteren zit nog haar. Hij heeft een zwart snorretje, heldere ogen die ironisch kijken vanachter zijn brillenglazen. "
Met veel kennis van zaken bespreekt Van der Heijden schilders en hun schilderijen. De film Pierrot le fou, die voor Thomas zo belangrijk was, loopt als een rode draad door het verhaal.

Het verhaal fascineert, het boek leest als een trein terwijl je toch je hoofd erbij moet houden. Het is geen oppervlakkig verhaaltje maar heeft toch de nodige luchtige momenten. Kortom, een erg goed debuut.


ISBN 9789059119345 Paperback 248 pagina's Uitgeverij Aspekt maart 2010

© Dettie, juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER