jeugd 6-9 jaar

Folkert Oldersma

http://www.folkertoldersma.nl

http://www.chrisvosters.be

http://www.frododedecker.com

 

Drakenvuur
Folkert Oldersma


Yorna, de ik-verteller, haalt haar vriend Reinout uit de bibliotheek, waar hij zoals altijd over de boeken gebogen zit. Hij is namelijk verslaafd aan kennis, hij wil alles weten. Yorna heeft daar veel minder behoefte aan, zij kan goed zonder boeken. Maar niet zonder haar vriend, de professor, zoals ze hem noemt. Hij is dan wel klein, maar hij is ook dapper; hij stapt overal op af en met alles wat hij weet overtroeft hij vaak degenen die denken dat ze hem aankunnen.


Reinout werkt systematisch het alfabet af hij is intussen aanbeland bij de D, en is gefascineerd door draken. Terwijl hij alles wat hij zojuist gelezen heeft aan het vertellen is komt de bibliothecaresse aangelopen. Ze duwt hem een boek in de hand, en dat blijkt een bijzonder boek te zijn. ‘Over draken’ heet het, ‘alleen voor lezers van dertien of jonger.’
Het boek leidt hen naar de Hellesteeg, waar ze een man ontmoeten die duidelijk ook erg geïnteresseerd is in draken. Tinkelbinkie heet hij, en hij gelooft er heilig in dat draken echt bestaan.


‘Jullie zouden ze willen ontmoeten?’
‘Natuurlijk,’ antwoordde Reinout. ‘Echte draken meemaken, ze zien, ze voelen, ze ruiken. Dat zou geweldig zijn.’
‘Doe normaal,’ zei ik.
‘Wat? Wil jij dat allemaal dan net?’ vroeg hij verbaasd.
‘Draken bestaan niet.’ zei ik.


Yorna gelooft niet in sprookjes, maar Reinout laat zich er van overtuigen dat hij echt in een parallelle wereld kan komen, waar draken leven.
En laat Tinkelbinkie gelijk hebben! Als Reinout en Yorna doen wat hij zegt komen ze terecht in een akelige wereld:


‘Alles was er zwart. Zwartgeblakerde boomstronken, zwarte ruïnes van torens, verbrande geraamtes van dieren, een gespleten gedenk- of grafsteen, ook zwart, en een zwart omvergehaald standbeeld van een ridder.’


Moeten hier draken wonen? Het is er ook ongelooflijk heet, niet om uit te houden. Gelukkig vinden ze een koelere grot. En daar zien ze hun eerste draak: een kleintje, dat wel, maar toch met vervaarlijke klauwen en vurige ogen. En hij kan praten! Het is Garold, een blauw draakje. Hij is ziek, en vertelt hoe dat komt. Ravenick, leider van de rode draken, is de baas. Zijn tirannie vernietigt de wereld.


Daarmee begint de strijd van Reinout en Yorna om de blauwe draakjes te redden van de rode draken en de orde in het drakenrijk te herstellen. Natuurlijk lopen ze tegen allerlei problemen aan en ze zijn ook niet de enige mensen in die wereld.
Maar het is een sprookje waarin alles kan. Voor ieder probleem is er meteen een pasklare oplossing, hetgeen soms toch wel ongeloofwaardig wordt. Onderweg moeten er veel raadsels opgelost worden om verder te kunnen met hun opdracht en daar is Reinout natuurlijk een kei in, dus die vindt dat wel leuk, hetgeen steeds maar weer benadrukt wordt. 
Maar  Yorna ergert zich – net als de lezer misschien  - aan al ‘dat gedoe om niks’. Ook het taaltje dat door de draken gebezigd wordt, hm, vinden kinderen dat leuk?


‘Passen op dat de rode draken jou betrappen buiten niet. De aangangers van Ravenick dat zijnen. Ze soldaten zijnen, zijn gelpers,  zei Garold.’


Folkert Oldersma kan beter dan dit. Ook het lesje over democratie maakt het verhaal niet spannender, het is een enigszins flauw verhaal. Dat ligt niet aan de twee hoofdpersonen, die zijn interessant genoeg. Maar het avontuur in de parallelle wereld lijkt op een computerspel waarbij je ook steeds opdrachtjes krijgt om verder te kunnen. Volgende keer beter.


ISBN 9789044835793 | Hardcover | 185 pagina's | Uitgeverij Clavis | september 2019
Illustraties Joachim Sneyers | Leeftijd 9+

© Marjo, 21 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het proefjesschrift van opa
Folkert Oldersma


‘Veertien dagen vakantie. Ik had er zin in.’


Helaas voor de negenjarige Aika gaat de reis die ze samen met haar moeder zou maken niet door. Haar moeder heeft een ongeluk gehad en ligt in het ziekenhuis. Er is geen vader die haar op kan vangen, er is alleen maar opa. En die heeft ruzie met haar moeder, ze hebben elkaar al heel lang niet meer gezien.
Toch zit er niets anders op: Aika moet naar opa. Flynn de hond mag gelukkig mee.
Als Aika arriveert lijkt het alsof er niemand thuis is. Maar achter het huis staan twee bontgekleurde woonwagens. Misschien is hij daar?


‘Wat moet dat hier?’

Nou, niet echt een warm welkom. Opa is een brombeer, hij lijkt niet te weten wat hij met zijn kleindochter aan moet. Gelukkig heeft opa een vriendin, Lynn, die wel weet hoe ze hem aan moet pakken. En langzaam ontdooit Dirk, want zo moet Aika haar opa noemen. Opa vindt het ook heel leuk dat ze heel geïnteresseerd is in de proefjes die hij graag doet, en omdat ze hem heel veel dingen laat uitleggen. Opa is bezig met een bijzondere uitvinding, en tijdens Aika’s verblijf wordt er ingebroken! Wie zou dat op zijn geweten hebben?


De logeerpartij is absoluut niet saai, maar Aika wil wel graag weten hoe het met haar moeder is. Lynn moet er zich mee bemoeien, want eigenlijk wil opa niet naar het ziekenhuis gaan, maar hoe moet Aika daar anders komen? Aika doet haar best om de twee te verzoenen, want zij vindt het leuk bij opa, ze wil graag meer contact. Er is ook nog een leuke buurjongen. Charles is dan wel doofstom, maar zeer zeker niet dom. En ook hij vindt opa’s werk heel interessant.


Een verhaal met veel inhoud: wie is die inbreker? Kan Aika haar moeder en opa weer bij elkaar brengen? En kan ze leren ‘praten’ met Charles?
Maar het verhaal is doorspekt met allerlei weetjes: alles wat opa uitlegt aan zijn kleindochter staat in aparte kaders in het boek: informatie over vleermuizen, over de motor van een auto, over brooddeeg maken, over hoe je CO2 maakt, maar natuurlijk vooral over wetenschap: hoe doe je proefjes zodat je er ook echt iets van opsteekt. Opa en Aika appen zelfs…


‘Dit bedoelde ik. Kunstjes.’ mopperde opa. ‘Dit moet je wetenschappelijk aanpakken.’
‘Vertel maar wat we moeten doen.‘
’Ik vertel niks. Dat gaan jullie zelf uitzoeken, dat gaan jullie onderzoeken.‘
’Flauw hoor.‘
’Niks flauw. Je wilt proefjes doen, dan moet je het goed doen. Bij een onderzoek zijn nu eenmaal afspraken. Waarom deden jullie dit?’


Een boek voor liefhebbers van wetenschap, maar geef je daar niets om, dan blijft er een leuk verhaal over, over een meisje dat graag wil dat iedereen om haar heen gezellig met elkaar omgaat.


Folkert Oldersma (1951, Leeuwarden) heeft meerdere boeken geschreven voor verschillende doelgroepen.

ISBN 9789044835809 | hardcover | 130 pagina's | Uitgeverij Clavis | juli 2019
Illustraties van Chris Vosters | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 30 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Voor hete vuren
Folkert Oldersma


En daar is dan het tweede verhaal rond de twee vrienden Britt en Boris.


In het kleine dorp waar zij wonen gebeurt iets akeligs: de supermarkt wordt overvallen! Eigenaresse Annie is helemaal van streek. En als je dan weet dat de winkel toch al geen vetpot is - wie dat kan gaat in de stad met zijn auto boodschappen halen – dan rijst de onzekerheid: zal Annie haar winkel wel open houden?


Boris is ook geïnteresseerd, al is het om andere redenen. Hij heeft sinds een tijdje een vlog, en een eigen YouTubekanaal, waar hij actuele filmpjes op wil plaatsen. Omdat zijn concurrent, Anton, het liefst sensatiefilmpjes op zijn kanaal zet, filmt Boris nu meer achtergrondverhaaltjes, of hij laat zien hoe dingen werken. Bij de winkel van Annie krijgen ze alle twee op hun donder van de plaatselijke agent, ze staan in de weg.


Intussen is Britt naar haar werk. Jazeker: ze heeft een baantje. Omdat de thuissituatie niet zo prettig is met haar stiefvader en stiefbroer, vindt ze het fijn de deur uit te zijn, en een zakcentje is nooit weg. Ze helpt Bert met zijn boten. Hij is al op leeftijd, doet alles in z’n eentje. En zijn hond Knut, een grote wolfshond, houdt ongewenste indringers op afstand. Maar deze keer niet: Knut komt Britt niet tegemoet zoals altijd, en ze kan Bert niet vinden. Bovendien ziet ze dat alle boten die ze die ochtend samen uit het water hebben getrokken weer in het water liggen! Ze hoort Knut blaffen, maar waar is hij dan? En waar is Bert?


Britt en Boris gaan op onderzoek uit. Ze constateren dat er een boot weg is en het kantoortje van Bert overhoop gehaald is, én ze vinden een blauwe plastic ton met stinkend spul. Dan vindt Boris een mobieltje. Als iemand daarop belt en Boris opneemt, begint er een hachelijk avontuur. Ze willen de politie wel inschakelen, maar agent Brouwer wil niet luisteren:


‘Brouwer stond op, liep naar het raam en keek naar buiten. Hij draaide zich om naar Britt, knikte peinzend en vroeg toen:
‘En jullie weten zeker dat jullie dat niet zelf hebben gedaan?’
’En het dan bij u aangeven zeker?!’ reageerde Britt verontwaardigd.
‘Omdat jullie dat grappig vinden. Omdat jullie vakantie hebben en jullie je vervelen.’
[...]
‘Ga een ander lastigvallen, niet mij, en neem dat vriendje van je alsjeblieft mee.’


Als Agent Brouwer niet wil helpen, dan lossen ze het zelf wel op, vinden Britt en Boris. Dat blijkt echter gevaarlijk, want – misschien snapte je het al wel: het gaat om drugs. En er speelt nog meer!


Britt en Boris vertellen om en om, en net als in ‘Werk aan de winkel’ gebeurt er heel veel, het is een boek volop actie. Britt en Boris zijn moedige ondernemende kinderen en dat werkt altijd in een verhaal.


Folkert Oldersma (1951, Leeuwarden) was leerkracht in het basisonderwijs en in het hoger beroepsonderwijs. Hij schreef altijd al, in zijn hoofd eerst en later non-fictie voor het onderwijs Ook schreef hij scenario’s voor tv en het theater.
En de laatste jaren richt hij zich op jonge kinderen, en Young Adults.


ISBN 9789044832884  | Hardcover | 365 pagina's | Clavis  | oktober 2018| Vanaf 8 jaar.
Tekeningen van Frodo de Decker

© Marjo, 4 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lees meer...

Pagina 1 van 2

<< Start < Vorige 1 2 Volgende > Einde >>