Boekenarchief C-D

EKM Dido

Een ander ik


Dido is de eerste niet-blanke schrijfster die in het Afrikaans schrijft. Na haar eerste schrijfpogingen in het Engels, kreeg zij het advies in haar moedertaal - het Afrikaans - te schrijven. Het was voor haar een ontdekking dat die taal, die vooral gezien werd als de taal van de onderdrukker, haar zoveel vrijheid gaf. Zij debuteerde in 1996 metDie storie van Monica Peeters.In haar geboorteland is zij inmiddels een veelgelezen schrijster.'n Ander ekis het eerste boek van haar dat in Nederlandse vertaling verschijnt.


Ik zal eerlijk zijn, na de eerste bladzijden gelezen te hebben dacht ik, wat is dit?
Twee verpleegsters staan in een ziekenhuis met elkaar te praten en kijken naar een man die een beetje verdwaasd door de regen loopt. Ze leveren er commentaar op en halen de man naar binnen. Hij is drijfnat.
De man is op zoek naar zijn vrouw die verdwenen is. Zuster Anchen hoopt dat de man de vrouw herkent die al maanden bij hun in het ziekenhuis ligt. De vrouw is in coma en niemand kent haar naam, ze noemen haar Unknown. Helaas het blijkt niet de vrouw te zijn waar hij naar op zoek is. Echt onder de indruk ben ik na deze paar bladzijden niet, het wordt allemaal nogal simpel gebracht.


Maar dan springt het verhaal over naar Unknown zelf en dat is al beter. De vrouw hoort alles maar kan niet reageren. Vooral de pijnlijke opmerkingen van één verpleegster raken haar diep. Na lange tijd komt ze eindelijk uit haar coma en blijkt geheugenverlies te hebben. (Ook dit vond ik een beetje cliché.) Uit haar spraak en manieren blijkt dat ze van goede komaf is en aan haar lichaam is te zien dat ze kinderen moet hebben gehad. Het zegt Unknown allemaal niets. Ze krijgt te horen dat ze een half jaar in coma heeft gelegen nadat ze ernstig toegetakeld het ziekenhuis was binnengebracht. De revalidatie begint en eindelijk is Unknown, die zichzelf Egidius Papier, 'Giddy', heeft genoemd zover dat ze het ziekenhuis mag verlaten. Aangezien niemand haar heeft herkend van de foto's die het ziekenhuis in de krant had laten plaatsen, kan ze nergens heen. Ze wordt naar een daklozenverblijf gebracht...
Voor mij begint hier het echte verhaal.


Met een koffertje vol gekregen spullen als enig bezit en 150 rand om eten te kunnen kopen staat ze op straat. Het daklozenverblijf is alleen voor de avond en nacht toegankelijk. Overdag moet ze zich maar zien te redden. De daklozen kotsen haar uit, ze is veel te beschaafd voor hen. Ze praat te netjes, heeft te goede manieren. Giddy voelt zich doodongelukkig maar het meest erge vindt ze dat ze zich niets kan herinneren. Wel heeft ze gruwelijke nachtmerries en ze weet dat deze iets met haar verleden te maken hebben. Wat is er gebeurd? Waarom was ze zo toegetakeld? Waarom reageerde niemand op de foto's? Heeft ze kinderen, en waar zijn ze? Waar is haar man? Heeft ze die nog wel?
Toch houdt ze zich staande in de daklozenwereld, geholpen door Brainy, een zwerver, die ondanks een bars en nors doen en laten een gevoelig mens blijkt te zijn. Langzamerhand komen flarden herinneringen terug en die zijn soms prettig maar vaker angstaanjagend. Uiteindelijk vindt ze haar oude ik terug. Maar is zij nog wel dezelfde of een ander ik?


Vooral de laatste helft van het boek is goed. Het zwerversleven is hard maar wordt met veel inlevingsvermogen beschreven. Je leest hoe de zwervers zichzelf van geld kunnen voorzien, hoe groot de afgunst en concurrentie is, hoe zij zich weten te beschermen tegen de weersomstandigheden. Bovenal lees je over de innerlijke kracht die Giddy moet hebben om dit alles te ondergaan.
Echt laaiend enthousiast ben ik niet, met name door het eerste deel, hoewel de gevoelens van Giddy toen zij in coma lag wel knap beschreven werden. Het einde vond ik een beetje te snel, maar misschien ben ik wel té kritisch. Het boek las lekker weg maar voor mij persoonlijk was het net een beetje te 'makkelijk' geschreven. Het laat geen diepe indruk achter.


Paperback, 297 pagina's, uitgeverij Ailantus 2008, ISBN 9789089530028 Oorspronkelijke titel 'n Ander ek, vertaling: Riet de Jong-Goossens

© Dettie, oktober 2008

Reageren? Klik hier!