Delia Owens

https://www.deliaowens.com

 

Het moerasmeisje
Delia Owens


‘Moeras is niet hetzelfde als drasland. Moeras is een oord van licht, waar gras in water groeit en het water overloopt in de lucht. Traag meanderende stroompjes voeren de bol van de zon met zich mee naar zee en langpotige vogels verheffen zich met een onverwachte gratie, alsof ze niet op vliegen zijn gebouwd, tegen het achtergrondgeraas van ontelbare sneeuwganzen.
Het echte drasland, met de zompige veenpoelen kruip hier en daar het moeras binnen, verborgen in klamme wouden. Het veenwater staat stil, is donker, heeft het licht opgeslokt in zijn modderstrot. Zelfs aardwormen leven hier overdag. Er zijn natuurlijk wel geluiden, maar vergeleken met het moeras is het drasland stil, want ontbinding is een proces op celniveau. Het leven vergaat en stinkt en keert terug tot rottende humus; een penetrant geurende omwenteling van dood naar leven.’


Zo begint het boek en de toon is meteen gezet. Dit wordt smullen. En dat was het ook.


Twee jongens vinden een man in het drasland, dood. Het is een van de meest geliefde mannen van Barkley Cove (North Carolina), en lang wordt er getwijfeld: is het een ongeluk geweest? Of was er toch iemand die hem dood wilde?
Als het steeds meer op het laatste lijkt wordt het meisje Kya verdacht. Zij woont in het moeras, alleen.
Haar moeder vertrok toen het kind zes was, en al snel volgden de oudere broers en zus. Omdat haar vader een dronkaard is met een kwade dronk, vertrekt ook haar vier jaar oudere broer als hij zestien is. Hij heeft niet langer zin zich te laten mishandelen.


In de tussentijd heeft Kya wel geleerd hoe ze haar vader te vriend moet houden, ze heeft een beetje leren koken en het huishouden doen, verder blijft ze ver weg van hem, en neemt dan haar intrek in een bouwvallige hut verderop. Daar wordt ze opgemerkt door een jongeman, Tate, die haar leert lezen en schrijven.
Dit betekent het begin van een heel ander leven. Nog steeds in het moeras, nog meer alleen als haar vader ook verdwijnt, maar nu gaat de wereld voor haar open. In boeken leest ze over de natuur, over dieren en planten.


Het zijn de jaren vijftig, de samenleving is (nog meer) bekrompen: rassenscheiding, discriminatie. En een meisje alleen in het moeras, ze is wild, want ze is niet opgevoed, ze moet wel een heks zijn. Haar enige contact is een zwart echtpaar dat aan het water woont, en haar helpt te overleven. Maar Kya ontwikkelt zich tot een mooie jonge vrouw, en behalve haar eigen hormonen, spelen ook die van enkele jongens in het dorp op. Zo fungeert het meisje als een manier om te laten zien dat je ‘volwassen’ bent, en zijn er later jongens die meer van haar willen.


‘De stemmen werden luider. ‘Hier komen we, moerasmeisje!’
‘Hé, ben je daar? Aapmens!’
‘Laat je tanden zien! Laat je moerasgras zien!’ Ze schaterden.
Ze dook diep achter de halfhoge afscheiding van de veranda weg. De voetstappen kwamen dichterbij. De vlammen flakkerden woest en doofden toen helemaal. Vijf jongens van een jaar of’ dertien, veertien renden over het erf.’


Het verhaal springt heen en weer van de jaren vijftig tot 1969, het jaar waarin de man gevonden wordt. Prachtig zijn de natuurbeschrijvingen, zoals ook de psychologische ontwikkeling van het meisje heel mooi uit de doeken gedaan wordt. Vanaf het begin is er dat ‘drassige’ sfeertje, dat door Delia Owens uitgewerkt wordt met een verrassende ontknoping.
Een fantastisch verhaal met mooie zinnen en fraaie vergelijkingen, dat nog aangevuld wordt door een topografische kaart van de omgeving voor in het boek.


‘In Barkley Cove wordt de godsdienst hardgekookt en doorbakken opgediend.’


‘Je moet wasberen niet allemaal dezelfde boom in jagen.’


Delia Owens won een prijs voor schrijven over de natuur (the John Burroughs Award for Nature Writing). Terecht naar blijkt uit deze debuutroman.


ISBN 9789044354065  | Paperback | 384 pagina's | The House of the Books | oktober 2018
Vertaald uit het Engels door Mariëtte van Gelder

© Marjo, 8 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER