Barry Smit

Bloedwonder
Barry Smit


1882, Engel is de zoon van Frans en Jannek Smit, die met hun molen het waterpeil op niveau houden in de nabije omgeving van Alkmaar. Hoewel zijn vader er op rekent dat hij hem zal opvolgen, zoals hij zelf zijn vader heeft opgevolgd, heeft Engel al vanaf zijn vierde jaar andere ideeën. Toen was hij getuige van de komst en het vertrek van de heteluchtballon van de Franse ingenieurs Raguin en Millavet. ‘Ze gaan zo hoog dat ze God straks een hand kunnen geven.’  Woorden van zijn vader.


Engel ging graag naar de kerk, genoot van de verhalen die verteld en afgebeeld waren, en was gefascineerd door de rituelen. Engels jeugd in de polder was rustig, de wereld was duidelijk, alles was een schepping van God. Engel ging in de leer als timmermansknecht. Hij wilde in de voetsporen van Jozef en Jezus treden. Zijn droom was molens bouwen, niet onderhouden.
Toen zijn vader de molen verliet en brugwachter werd, verhuisde het gezin naar de stad.


Een akelig voorval zal Engels leven bepalen: hij is getuige van een drama waarbij twee doden vallen.
Hij weet zeker dat de jonge man die beschuldigd werd van aanranding onschuldig was. Had hij kunnen voorkomen dat de man achtervolgd en doodgeslagen werd? Hij voelt zich schuldig, te meer omdat hij het niemand vertelt, en ziet vanaf dat moment alle tegenslag als een straf van God.


Het leven lijkt hem aanvankelijk toe te lachen – hij wordt verliefd, trouwt en er komt een kind. Maar de kleine Johannes sterft al snel en wordt omdat het niet gedoopt is in ongewijde grond begraven.
Het is dan nog niet gedaan met de tegenspoed.


Dan wordt in het Heilige Jaar 1900 in Alkmaar het Heilig Bloedwonder gevierd. De pastoor vertelt het verhaal over de soldaat Folkert, die in 1426, tijdens de Hoekse en Kabeljauwse Twisten, ondanks alle moord en doodslag die hij op zijn geweten heeft, priester wordt. Zonder zijn zonden op te biechten.
Maar bij zijn eerste mis knoeit hij met de witte wijn: op zijn priesterkleed verschijnen rode bloeddruppels. Als hij zijn kleed wil verbranden, spuugt het vuur het uit.
Later wordt ook nog een wonderbaarlijke redding op zee toegeschreven aan het lapje stof en in 1897 wordt het tot een heus relikwie verheven in de Sint Laurentiuskerk in Alkmaar.
Het verhaal van Folkert die door alles op te biechten tenslotte weer in de genade van God werd aangenomen, maakt grote indruk op Engel.
Waarom zou dat hem ook niet kunnen gebeuren?


Ook dit jaar werd in Alkmaar het Bloedwonder gevierd. https://www.matthiaslaurentius.nl/heilig-bloedwonder


Voor het Alkmaars ontzet was het de gewoonte ieder jaar op de 1e dag van mei met het reliek van het Bloedwonder vanuit de Grote of St. Laurenskerk, via de processiepoort aan de oostkant van de kerk, in processie door de stad te gaan. Dit heeft vanaf 1573 niet meer plaats gevonden, tot 2009. In dat jaar is het reliek weer even terug geweest op de plaats waar het wonderlijke verhaal zich afspeelt. Pas toen de kerk is overgedragen aan de gemeente werd dit weer mogelijk. De kerk en het Bloedwonder horen onlosmakelijk bij elkaar en maken deel uit van de cultuurhistorie van Alkmaar.


Dit is de basis van het boek dat Barry Smit schreef en dat de vraag stelt hoeveel tegenspoed een mens aan kan voor hij zijn geloof verliest?
De stijl is ietwat gedragen, passend bij de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Misschien dat het niet iedereen aanspreekt, maar wie geïnteresseerd is in geschiedenis en/ of godsdienst, zeker wel.


Barry Smit werkte op het Binnenhof als voorlichter en tekstschrijver, en gaf campagnetrainingen in Egypte en Tunesië. Hij schrijft momenteel als scenarist voor film, televisie en videoclips en publiceert onregelmatig in onder andere de Volkskrant en De Revisor. In 2013 verscheen zijn prozadebuut Om het nu.


ISBN 9789048849413  | Hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij Lebowski | mei 2019

© Marjo, 24 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER