jeugd 10-12 jaar

Annejan Mieras

https://www.annejanmieras.nl

 

Homme en het noodgeval
Annejan Mieras


Een noodgeval kan van alles zijn maar voor Homme is - in het begin van het boek - zijn klasgenootje Pien het noodgeval. Deze Pien komt namelijk tot zijn ellende een tijdje in hun huis wonen en zij krijgt ook nog eens zijn kamer! Homme moet maar even bij zijn broer Tim op de kamer slapen. Volgens zijn moeder gaat het bij Pien thuis niet goed. Haar moeder moet naar een rusthuis, ze is heel moe. Het zou wat, die rare moeder is gewoon lui, denkt Homme.


Homme baalt heel erg, uitgerekend Pien met die rare vlechten en die enorme handen en voeten! Pien die altijd stuntelt op school en bovendien ook stinkt! komt bij hun in huis. En zij gaat ook nog eens in zijn kamer en in zijn bed slapen! Moes wil geen tegenspraak horen, bovendien staat alles al vast. Pien komt de volgende dag al.


Gelukkig voor Homme heeft hij zijn werkplaats in de schuur waar hij zijn ijzerdieren maakt, veel onderdelen daarvoor haalt hij bij Kees de fietsenmaker want tot zijn geluk mag hij van Kees altijd de oude handremmen, spaken en dergelijke meenemen. Homme is graag bij Kees. En het is deze zelfde Kees die Homme aanhoort in zijn klaagzang over Pien. Kijk het eerst maar eens even aan, adviseert Kees. En dat doet Homme, hij spreekt zijn bevindingen zelfs in op een bandje zodat Kees mee kan leven.


Van Pien komen we aanvankelijk niet veel te weten. Aan het eind van elk hoofdstuk lezen we een aantal - veel doorgehaalde - vrij onbegrijpelijk, korte, zinnetjes van haar hand. Deze schrijft zij elke avond in een schrift. Stellen die zinnetjes haar gevoelens of indrukken voor? Soms denk je van wel, maar niet altijd. Waarom doet ze dat? Wat hebben ze te betekenen?


Pien krijgt extra aandacht van Moes, Homme moeder, en ook wordt ze een beetje voorgetrokken, wat Homme heel oneerlijk vindt. En Pien stelt zich soms ook wel een beetje aan, ze is soms net een verwende prinses vindt Homme. Tot zijn verbazing zegt ze dat ze dat ook is, en wel een Poolse prinses.  Volgens Kees - waar Homme elke keer verslag doet over de perikelen thuis - kan dat niet, want in Polen is geen vorstenhuis. Soms liegt Pien dus gewoon een beetje en daar confronteert Homme Pien en zijn vader en moeder gelijk maar mee natuurlijk. Ze moeten wel blijven zien wie Pien écht is!


Maar hoe afschuwelijk Homme het aanvankelijk ook vindt, er verandert in de loop van de weken toch iets tussen die twee. Helemaal als er een ander noodgeval zich aandient en Homme en Pien wel met elkaar om móeten gaan. Beiden leren ze uiteindelijk elkaar van een andere kant kennen en zien ze in dat niet alles is wat het lijkt. Ondertussen lezen we ook hoe het Piens moeder vergaat en komen we het schrijnende verhaal  achter de zinnetjes van Pien te weten.


Op zich is het een mooi, ontroerend verhaal dat ik met veel plezier gelezen heb, maar toch denk ik dat kinderen van rond de 10 jaar niet alles zullen begrijpen. Persoonlijk denk ik namelijk dat Annejan Mieras teveel thema's in het boek wilde stoppen. Het verhaal rond Pien en haar moeder is in feite al genoeg. De krabbeltjes aan het eind van elk hoofdstuk maakte het geheel wel aparter en spannender maar de uitleg daarover is denkelijk te ingewikkeld.


Toch is het boek wel een aanrader. Het heeft een mooie, prettige en gezellige huiselijke sfeer maar gaat de realiteit van een soms harde kinderwereld niet uit de weg. Dit alles heeft Annejan Mieras goed weten te verwoorden.


ISBN 978904711827 | Hardcover | 188 pagina's | NUR code 283 | Uitgeverij Lemniscaat | september 2019
Leeftijd 10+

© Dettie, 20 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Portiek Zeezicht
Annejan Mieras


Als haar ouders uit elkaar zijn, gaat Fenna met haar moeder in een portiekflat wonen (Een flatgebouw dat vier etages hoog is, met een trappenhuis in plaats van een lift), waar geen andere kinderen zijn. Fenna gaat noodgedwongen veel om met de volwassenen in de verschillende woningen, haar moeder is hele dagen weg.


Maria, zoals ze door Fenna genoemd wordt, is kunstenares. Ze krijgt bloemen van de Pool Janek, die boven hen woont. Ook de bejaarde tweeling Bakker woont er, dat zijn nieuwsgierige roddeltantes! Er zijn een paar studenten, die zich niet vaak laten zien, en de begrafenisondernemer en zijn vrouw. Verhuizer Sjaak werkt hard, en tante Afiba is een gezellig mens. In de achtste, zojuist leeggekomen woning, komt Benedict wonen, een man van wie ze geen hoogte krijgt. In zijn flat staan nauwelijks tot geen meubels, hij is de hele dag thuis, en iedere woensdag komt er een meisje bij hem. Een meisje, dat nogal boos reageert als Fenna haar aanspreekt.


Op school heeft Fenna geen vriendinnen. Omdat ze uit de polder komt vinden ze haar vreemd. En al die opdrachten die ze krijgen! Er moet een stamboom gemaakt worden, er moet een boekenverslag gemaakt worden van een boek over de Tweede Wereldoorlog en dan moet ze ook nog een snuffelstage regelen. Vooral de stamboom is een probleem: ze wil wel naar haar vader toe, die nog in de polder woont, ook om hem vragen te stellen, maar hij belt steeds af: hoofdpijn, of een ander smoesje. Tess, de bitch in de klas, regelt bovendien dat er de maandag na Vaderdag vaders naar school komen, en Fenna baalt stevig. Als Tess haar weer eens pest, bijt Fenna in haar arm. Maria wordt gebeld, ze moet haar dochter komen halen. Maria zit er niet zo mee, integendeel: ze haalt kippenpootjes:
‘Niet dat we wat te vieren hebben, maar hier kun je zonder problemen je tanden in zetten.’


Het is wel tekenend voor de relatie tussen moeder en dochter. Maria vindt haar dochter oud en wijs genoeg. Dus als er vreemde dingen in de portiek gebeuren, probeert Fenna in haar eentje uit te zoeken waar die plantjes en deurmatten gebleven zijn. De bejaarde tweeling verdenkt de nieuwkomer Benedict, maar Fenna gelooft hen niet. Intussen heeft ze ook meer contact met het boze meisje, dat Charlie blijkt te heten. Ze leren elkaar beter kennen, en samen gaan ze alle problemen te lijf, zelfs Fenna’s vader in de polder…


‘Dingen zijn soms anders’, is een quote waarmee het boek begint. Het verhaal gaat dan ook over een samenleving zonder vooroordelen. Het meisje Fenna wordt opgevoerd als hoofdpersoon, maar eigenlijk is de portiekflat de belangrijkste 'figuur'. Er zijn wel veel personages. Fenna maakt een overzichtstekening, wie waar woont, heel handig is dat voor als je het even niet meer kunt volgen. Overigens is het verhaal opgedeeld in korte hoofdstukken en de gebezigde taal is eenvoudig. Deze twee aspecten maken het geheel toch wel te behappen voor jonge kinderen.
Een ander thema is gescheiden ouders. 'Helaas' begrijpt de jeugd van nu dat wel, maar kinderen kunnen wat meer moeite hebben met nog een thema: de dood. Dat thema wordt evenwel kindvriendelijk aangepakt.
Je zou kunnen zeggen dat het sprookjesachtige slot daar ook wel bij past. Alles sal reg kom…


De stijl van Annejan Mieras is nogal onderkoeld, een spanningsboog is er nauwelijks. er is geen drama, geen pathos, zelfs niet als de dingen die gebeuren best moeilijk zijn. Fenna lijkt een heel gewoon kind, al is ze dat niet.
Portiek Zeezicht is het debuut van Annejan Mieras, in het dagelijkse leven lerares op een basisschool.


ISBN 9789047711001 | hardcover| 156 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | november 2018
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 10 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER