jeugd 10-12 jaar

Aefke ten Hagen

Mijn moeder kookt soep van tafelpoten
Aefke ten Hagen


Hoe zou jij het vinden als je moeder de ene keer een tijdje heel somber in bed ligt en je beter maar niet met haar kunt praten, en de andere keer heel vrolijk is, bijna té vrolijk, en energie voor tien heeft. Vermoedelijk zou je dat best lastig vinden.


Dat vindt de elfjarige Fiep ook best lastig. Ze is gek op haar moeder maar ze weet eigenlijk nooit waar ze aan toe is. Ze houdt op mama's sombere dagen haar vriendinnetjes liever uit de buurt, zelfs haar beste vriendin Sofie, want ze schaamt zich dan wel een beetje voor de troep en ongezelligheid in huis. De andere keer is alles precies tegenovergesteld. Dan is mama heel enthousiast, vrolijk en druk en vindt ze niets te gek, alles mag, alles kan, zelfs 4 paar schoenen tegelijk bestellen. Maar ook dat is niet altijd leuk, bijvoorbeeld als je moeder bijvoorbeeld heel enthousiast in een elfenjurk naar school komt. Fiep weet wel dat mama een ziekte heeft waardoor ze zo is. Die heet bipolaire stoornis.


Mama heeft het al heel vaak uitgelegd. Dan voelt ze zich niet goed, terwijl er niet echt iets aan de hand is. Soms reageert ze dan boos of geïrriteerd. Ze kan dan heel droevig zijn zonder reden. En als mensen zeggen dat ze naar mooie dingen moet kijken, heeft dat helemaal geen zin. 'Ik snap wel dat ze dat zeggen, maar de somberheid zit in mijn hoofd. Die kan niemand weghalen. Ik probeer wel om met verschillende medicijnen mezelf zo goed mogelijk te voelen, maar dat lukt niet altijd. En als het wel lukt, kan ik ook té vrolijk en gelukkig worden.'


Dat klinkt natuurlijk gek, té gelukkig. Maar Fieps moeder raakt soms zo enthousiast en vindt alles dan zo leuk en mooi dat ze geen grenzen meer kent. Ze gaat maar door.  En dat is ook niet goed én heel vermoeiend.


De ziekte van Fieps moeder wordt goed beschreven. Gelukkig gaat het gezin er goed mee om, het is zoals het is en het is, en ze letten ook altijd goed op of mama niet weer in een depressie of manie (het vrolijk en druk doen) schiet. Fiep vindt het ook niet zo heel erg dat haar moeder ziek is alleen weet ze niet hoe ze dat aan de buitenwereld moet vertellen. Want dan wordt ze vast 'Fiep met die gekke moeder'. Haar beste vriendin vermoedt wel iets en helemaal na een bezoek aan de Efteling heeft ze wel door dat er iets is met Fieps moeder. Maar ze zegt niets en blijft gewoon Fieps vriendin.


Maar nu moet Fiep spelen tijdens de eindmusical, op haar gitaar. En daarvoor moet ze oefenen maar mama kan niet altijd tegen het geluid van de gitaar en al helemaal niet als ze steeds hetzelfde riedeltje speelt.  Ook haar muziekleraar wil dat ze meer oefent, maar ze wil hem niet vertellen hoe het thuis is, waarom ze zo weinig kan oefenen. En dan stelt de leraar voor om samen met Mats te gaan oefenen, hij kan goed spelen maar Fiep weet meer gevoel in haar spel te leggen en zo kunnen ze elkaar mooi aanvullen. Fiep vindt het geweldig want Mats is wel een héél leuke jongen... Maar hoe moet dat nu? Ze durft hem niet thuis te vragen want wie weet wat haar moeder zal doen.


Het is een uitstekend boek waarin goed duidelijk gemaakt wordt wat een bipolaire stoornis is en het wordt zonder drama en ellende verteld. Mama's ziekte is gewoon een onderdeel van Fieps leven wat ze de ene keer beter kan hanteren dan de andere keer. Soms haalt ze haar schouders op, soms wordt ze boos om mama's gedrag. Maar meestal leven ze gewoon hun dagelijkse leventje. Het is in feite een vrolijk boek waarin ook veel gelachen wordt. Een verhaal dat bovendien lekker gekruid wordt met een snuifje verliefdheid.


Het enige minpunt vind ik die 'soep van tafelpoten'. Dat is nu net wat iemand met een bipolaire stoornis volgens mij niet doet. Vaak weten ze ergens best wel wat ze doen, (niet altijd) alleen gebeurt alles is het extreme. Teveel kopen, teveel willen, teveel doen, té blij zijn of juist helemaal niets willen en heel somber zijn. Tenminste dat geldt voor de mensen die ik ken met een bipolaire stoornis. Maar kinderen zullen die soep van tafelpoten vast heel leuk vinden!


Het eind van het boek is ook heel goed. Op haar nieuwe school begint Fiep helemaal opnieuw, er zijn geen geheimen meer, en dat scheelt enorm! Openheid is belangrijk. Achterin het boek staat nog een korte toelichting over een bipolaire stoornis en een KOPP-kind (Kind van ouders met Psychiatrische Problemen)


Kortom, een prima boek! Het is goed dat dit in een kinderboek besproken wordt. Een KOPP-kind zal er zeker blij mee zijn.
Ik geef het boek een dikke acht.


Aefke ten Hagen
(1975) schrijft graag en veel. Ze debuteerde in 2010 met de roman In naam van mijn vader, over een vader en dochter met een bipolaire stoornis. In datzelfde jaar kwam onder pseudoniem het boek Koosje uit, over haar eigen ervaringen met een bipolaire stoornis, en later verscheen Tijdens kantooruren, een boek over een pathologisch leugenaar op de werkvloer. Ze schreef ook diverse korte verhalen die in de prijzen vielen en verfilmd zijn (NCRV).


Lees ook het interview in de boekenkrant


ISBN 9789020624861 | hardcover | 160 pagina's | Uitgeverij Kluitman | maart 2019
Met kleine zwart-wit illustraties van Iris Boter | leeftijd 10+

© Dettie, 4 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER