jeugd 10-12 jaar

Stefan Boonen

http://www.stefanboonen.be


Zie ook de recensies  op Leestafel over boeken van Stefan Boonen voor jongeren van 4-5 jaar

Zie ook de recensies op Leestafel over boeken van Stefan Boonen voor jongeren van 6-9 jaar

 

Floris Oudbloed
illustraties: Tom Schoonooghe
tekst: Stefan Boonen


Gelijk vanaf het begin weet je dat het boek dat je gaat lezen bijzonder zal zijn. Door de titel weet je natuurlijk al dat het over ene Floris zal gaan maar als je voorafgaande aan het verhaal de lijst met personages leest, vallen onmiddellijk een aantal dingen op. De ouders en het zusje van Floris leven niet meer. Davy Doksels en Belinda Andermans zijn de bijna-ouders van Floris. Er bestaat een tante die gek is op het woordje 'meedogenloos' er is een meneer Panda, een fietsenmaker met een strafblad en een groot hart en ook nog ene Suzy Rouphooft ofwel Big Suzy die lid is van de Familie Circusmens...  Dat belooft wat! Maar het is wel Stefan Boonen die het boek geschreven heeft en van hem kun je altijd alles verwachten.


Laten we maar beginnen met de bijna-ouders van Floris, ze zijn 'zo saai als een gevouwen zakdoek'. Ze houden van verre planeten en rustige zondagen. Maar dat is niet erg. Floris valt zelf ook niet graag op. Op school is hij bijna onzichtbaar. Hij wordt daar soms een beetje goedmoedig mee geplaagd en ook dat laat Floris maar over zich heen komen. Van zich af bijten doet hij niet. Hij haalt liever zijn schouders op.
Maar alles verandert door de Floris spreekbeurt over wormen die afgewezen wordt door meester Sander, de spreekbeurt is... jawel, te saai. Floris krijgt de opdracht om na de kerstvakantie een spreekbeurt over de maffia te houden, dát is pas spannend. Floris vindt het maar niets, wat weet hij nou over de maffia? Maar als hij op zoek gaat naar informatie ontdekt hij wonderbaarlijke dingen en het zal later nog véél merkwaardiger worden! Maar dat weet hij op dat moment gelukkig nog niet.


Floris gaat ondertussen gewoon naar meneer Panda, de aardige fietsenmaker die Floris in dienst heeft genomen omdat hij zo handig is. Floris vindt het heerlijk om fietsen te repareren totdat ze tiptop in orde zijn. Floris wil vertellen over zijn spreekbeurt maar ook bij meneer Panda is het anders dan anders. Wat nooit gebeurt, gebeurt nu wel, Floris moet een eenwieler bezorgen bij ene Suzy, een vriendin van meneer Panda. Dat doet meneer Panda anders altijd zelf... van haar krijgt hij een cadeautje voor zijn twaalfde verjaardag, ook al zo gek, want hij is pas over twee maanden jarig. En waarom noemt die vrouw hem steeds Florian?


Daarna gebeuren er steeds meer heel vreemde dingen, Floris wordt bedreigd maar menen ze het nou echt? Hij wordt zelfs ontvoerd en weggestopt in een caravan. Maar er is ook iets met een gestolen schilderij én... de maffia!  Floris snapt er niets meer van. Hij piekert zich suf. Wat hebben meneer Panda, Suzy en 'tante' Martine Martina Oudbloed ermee te maken? Wat zijn ze met hem van plan? Zouden zijn bijna-ouders niet ongerust zijn? Wie is Jitta? Hoort zij ook bij de die rare mensen of is ze echt weggelopen, zoals ze beweert?
Lees het boek en je komt het te weten!


Het bijzondere is dat dit verhaal zich in drie weken afspeelt, van 18 december tot 7 januari.  Er wordt mooi ingespeeld op het jaargetijde en de kerstsfeer die in het land heerst. Zelfs de vroegere sluitingstijden op oudejaarsavond spelen een rol.
Het gaat o.a. ook over keuzes maken, staan voor wie je bent, wat wil je eigenlijk wel en niet in je leven? Floris wordt er op een onverwachte manier mee geconfronteerd, wat soms best moeilijk en een beetje griezelig voor hem is. Maar hij slaat zich er prima doorheen en dat onzichtbare? Dat is hij voorgoed kwijt!


Het is een spannend, origineel verhaal zoals alleen Stefan Boonen kan bedenken. Zijn verhalen gaan meestal over bijzondere kinderen, ze hebben altijd iets aparts, iets mysterieus, iets ongrijpbaars en toch ook iets vrolijks en dat is nu net de aantrekkingskracht van zijn boeken. Van de afbeeldingen van Tom Schoonooghe kan hetzelfde gezegd worden. De beide heren vullen elkaar mooi aan. Verhaal en afbeeldingen vormen namelijk een uitstekend geheel.
Kortom, opnieuw een erg fijn en bijzonder boek.


ISBN 9789461315397 | hardcover | 159 pagina's | Uitgeverij Van Halewyck | juli 2016

© Dettie, 2 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De reus van de Zomerflat
tekst: Stefan Boonen
illustraties: Tom Schoonooghe


"Op de eerste dag van de vakantie viel er een hond uit de lucht. Het arme mormel heette Fluffie. Een geen-merkhond met een bruine vacht en te korte pootjes."


Als je dit leest dan weet je al dat je een bijzonder boek in handen hebt. Het is Stefan Boonen weer gelukt om een heel apart verhaal te schrijven.

Fluffie is de hond van mevrouw Urgel, die in de Zomerflat woont, net als Albert Loofloos. Albert is elf jaar en woont met zijn moeder en vijf zussen op de zevende etage. Het flatje is heel klein, net als alle flats in de Zomerflat. Er is een keukentje, een badkamer zo groot als een zakdoek en twee slaapkamers. In de ene slaapkamer slaapt moeder, en in de andere de vijf zussen. Albert slaapt op de bank. Albert is gek op de Zomerflat, hij kent elk hoekje en gaatje van de flat. In feite is het een haveloze flat in een armoedig wijkje. Enkele verdiepingen staan leeg, maar dat vindt Albert juist wel spannend. Op de 5e etage heeft Rosie een winkeltje in haar huiskamer gemaakt, ze verkoopt alles, van brood tot balpennen, postzegels, kruiden, worst, zeep en wintersokken. De flat staat op een heuveltje en vlakbij is iets wat op een park lijkt.


Eigenlijk is Albert een beetje eenzaam, er wordt thuis nauwelijks naar hem omgekeken. Moeder is veel te druk om van zijn lange, magere zussen beroemdheden te maken, wat steeds maar niet lukt. 'Ik denk dat jij een vergissing bent' had zijn moeder ooit eens tegen hem gezegd. Misschien had de verpleegster in het ziekenhuis twee baby's verwisseld... Albert moet zichzelf maar zien te vermaken. Gelukkig heeft hij fantasie genoeg maar toch denkt hij dat het best wel eens een lange saaie vakantie kan worden.
Maar... op die eerste vakantiedag komt Kalinda, een meisje van Alberts leeftijd, in de flat wonen, op de 3e etage. Ze vindt de piepkleine flat vreselijk, wat moet ze hier? 's Nachts kan ze er niet van slapen en staart naar buiten en dan ziet ze hem! Ze gelooft haar ogen niet. Dat kan niet! denkt ze. Vier verdiepingen hoger ziet Albert hem ook, en hij weet zeker dat echt is. Hij ziet een reus!
De twee kinderen durven het nauwelijks aan elkaar te vertellen maar als ze het eenmaal weten dat hij en zij ook echt, eerlijk waar een reus gezien hebben gaan ze de reus zoeken. Waar weten ze niet maar hij moet toch ergens zijn. Ze maken plannen maar waar is de reus gebleven? Ze zoeken overal maar vinden hem niet.


Als de niet zo gevaarlijke bende van Snelle Djie op een dag Albert en Kalinda weer eens plaagt en ze moeten vluchten voor die vervelende bendejongens, ontdekken de twee kinderen de voetafdruk... een heel grote voetafdruk, de voetafdruk van de reus! En de reus komt tevoorschijn en praat met ze! Hij heet Frikxswald Pjiep, noem me maar Pjiep, zegt hij. De reus spreekt een apart taaltje maar ze begrijpen hem wel. Pjiep vertelt waar hij vandaan komt en wat hij komt doen. Maar de kinderen moeten beloven dat ze niemand vertellen over hem, en dat doen ze, hoewel Albert het wel héél jammer vindt. Hij wilde al zo lang dat er iets gebeurde waarvan de wereld zou opkijken... vooral zijn moeder. Dat ze zouden zeggen: 'Wow, dat is Albert Loofloos van de Zomerflat!'
Wat volgt is een verhaal dat deels ontroerend, deels vermakelijk maar vooral heel fantasierijk en bijzonder is. Er gebeurt van alles rond de Zomerflat, er komt zelfs een enorme storm langs de oude flat razen, zal dat allemaal wel goed gaan? Kunnen de kinderen hun geheim bewaren? Waar moet de reus heen en hoe komt hij ongezien aan eten? Blijft de bende van Snelle Djie de twee kinderen plagen? En hoe gaat het verder met Fluffie? Maar vooral hoe gaat het verder met Albert?

Stefan Boonen raakt precies de juiste toon zodat je meeleeft met de flinke, stoere, beetje eenzame Albert, met de bijdehante, slimme Kalinda en de vriendelijke goedige reus. Het is een verhaal met een vleugje melancholie maar ook veel humor.
De afbeeldingen van Tom Schoonooghe stralen precies dezelfde sfeer uit. Aan een kant is er die geestigheid en vrolijkheid en aan de andere kant zie je dat er zich meer afspeelt rond de personages dan alleen maar de vrolijke en uiterlijke zaken.
Het is een boek om te koesteren en vele malen te herlezen. Een prachtig verhaal!


ISBN 9789022327333 Hardcover 165 pagina's Uitgeverij Manteau oktober 2012
Leeftijd 10+

© Dettie, 21 november 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altElvis de Draak en de zeven zombies
illustraties: Bart Schoofs
Stefan Boonen


‘Rechtdoor,’ mompelde Elvis. ‘Dat is de kortste weg.’
Maar ook die langs het oude kerkhof, dacht hij erachteraan. Hij fronste. Normaal, op gewone dagen, maakte het hem geen moer uit. Al lagen er honderd kerkhoven op weg naar huis. Maar nu, in dat grauwe grijs en met die nattigheid, zag alles er anders uit. ‘


Dit lezen we al op de eerste pagina. Stefan Boonen heeft de lezer meteen te pakken.
Brrr, dat wordt vast en zeker griezelen… te verwachten met zo’n titel, maar je weet maar nooit met deze schrijver!
En ja hoor, ik verklap niet veel als ik nu al zeg dat hij je op het verkeerde been heeft gezet. Zijn zombies zijn namelijk de aardigste wezens die je je maar kunt voorstellen! Wordt er niet gegriezeld dan? Nou ja, dat toch wel… niet aan te ontkomen als je het hebt over dode mensen, die op een vreemde manier doorleven.
Elvis kennen we uit eerdere boeken, hij heeft er al wat avonturen op zitten. Dit keer wordt hij door zijn ouders op reis gestuurd.  Hij moet namens de familie die absoluut niet reislustig is, de begrafenis bijwonen van oudtante Ursula. Zij woont, woonde dus  ‘ergens in het Noorden.  Zweden of Noorwegen of nog verder weg. Een dorp in de heuvels, geloof ik.’ Zegt zijn vader.
Elvis gaat wel, het is toch herfstvakantie en er is thuis niets te beleven. Zijn ouders vinden raadspelletjes op de radio belangrijker.
En natuurlijk is het een avontuurlijke reis, met onverwachte gebeurtenissen. Behalve zombies is er een meisje van zijn leeftijd, een dorp waar het gevaarlijk is, en een bende die een attractie zoekt voor hun avonturenpark.
Het is een leuk en spannend verhaal, eigenlijk vind ik dit het leukste verhaal tot nu toe. Dit verhaal is realistischer, je moet het dus veel meer hebben van gewone humor. Die zit er volop in!
Niet dat zombies ‘normaal’ zijn, maar toch normaler dan een dronzel of krimpsel. Maar zeker niet saai, zoals hij thuis vertelt!


‘Je ziet er uit alsof je in een bos hebt gelogeerd. Ik dacht dat je een paar dagen langer weg bleef.’
‘Nah, het was er nogal…saai.
Ma de Draak hield haar hoofd scheef. ‘Je hebt toch niets doms gedaan?’


Ha  nou, als je wilt weten wat hij beleefd heeft op het verre eiland, dan moet je dit boek lezen! Veel plezier er mee!

ISBN 9789044818277  | hardcover | 176 pagina's | Clavis | december 2012
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 26 december 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Elvis de Draak en het ei van Zirzoel
illustraties: Bart Schoofs


Het boek begint al goed namelijk met een recept voor Krimpsel (goed voor 112 dosissen) 'Enkel te gebruiken in geval van grote nood en bloedstollend gevaar' staat er nog bij.


Maar wat is Krimpsel? Dat weet Elvis in ieder geval nog niet. Hij moet die dag gewoon naar school en wil dat liever niet. Het is namelijk gedichtendag en nu moet hij samen met Bonita, het nieuwe meisje in de klas, een gedicht voordragen. Een stom saai gedicht getiteld De dansschool. Over een meisje dat op dansles wil en een jongen die van zijn moeder dansen moest.  Op school laat Bonita ook nog eens een paar hoge hakken zien, die zal ze aantrekken dan is hij net als in het gedicht kleiner als haar. Maar als ze met zijn tweeën voor de klas staan wordt Elvis misselijk. Hij heeft heel erge kramp. Hij rent naar het toilet. En dan gebeurt het. Een man draait de deur aan de buitenkant open en bedwelmt Elvis... Hij wordt ontvoerd!


Elvis weet nauwelijks wat hem overkomt, hij wordt naar een leegstaande fabriek gebracht door Freddy Viervingers.
Daar ontmoet hij dokter Wankel die Zirzoel, een grote schaduwvogel, op zijn schouder heeft. Dokter Wankel vertelt dat Elvis een uitstekend proefkonijn is. Hij pakt een spuitje met Krimpsel en dan gebeurt het... Elvis, wordt piepklein. Dokter Wankel is blij, het is gelukt!
Elvis is minder blij, hij wil gewoon weer groot zijn maar dat lukt natuurlijk niet. Elvis komt er achter dat Zirzoel en zijn jongen heel belangrijk zijn. Hun eieren vormen een belangrijk ingrediënt voor het Krimpsel. Maar er zijn niet meer zoveel schaduwvogels vandaar dat dokter Wankel ze gevangen houdt.
Via allerlei omwegen weet Elvis toch te ontsnappen maar Freddy Viervingers en dokter Wankel gaan natuurlijk op zoek naar hem. En dan volgt een spannend verhaal waarbij Elvis steeds maar op de vlucht moet want nu hij zo klein is lijkt hij wel op een lekker hapje voor vogels of voor Zorro de kat. Ook denken mensen dat hij een heel knap in elkaar gezet robotje is en willen ze hem wel even openschroeven om te kijken hoe hij gemaakt is... Elvis heeft het er maar druk mee en ondertussen moet hij ook proberen die rare dokter tegen te houden want die heeft heel enge plannen.
Het grappige is dat dat rare nieuwe meisje van zijn klas, Bonita, nog een grote rol speelt bij zijn bevrijding.


Het is een enorm humoristisch en fantasievol verhaal, ik heb het met veel plezier gelezen.
De zwart-wit afbeeldingen, gemaakt door cartoonist Bart Schoofs, die her en der in het boek geplaatst zijn vind ik persoonlijk nogal stijf en een beetje fantasieloos, dat kan hij wel beter denk ik. Maar dat is natuurlijk mijn mening, niemand hoeft het daar mee eens te zijn.
Enkele gebeurtenissen in het boek zijn af en toe wel heel erg toevallig of een beetje ongeloofwaardig.  Maar ja, Krimpsel bestaat ook niet en het is wel een enorm leuk verhaal geworden dat vol vaart gebracht wordt. Kinderen zullen erg genieten van alle dolle en dwaze avonturen en het is nog lekker spannend ook.


Zie ook http://www.elvisdedraak.net


ISBN 9789044816075 Hardcover 158 pagina's Clavis oktober 2011
Leeftijd 10+

© Dettie, 31 oktober 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altElvis de Draak en de voorlaatste dronzel
illustraties: Bart Schoofs


Al op de eerste pagina wordt duidelijk dat Elvis geen brave jongeman is: hij spijbelt!
Zijn ouders bekommeren zich niet zoveel om hem, en waarom zou hij er niet van profiteren? Hij heeft een hekel aan gym.
En juist op die dag dat hj alleen thuis is, wordt er een envelop bezorgd: post voor hem! Van wie is dat? Maar voor hij kan kijken gaat de telefoon, en een onbekende vraagt of ‘hij er zin in heeft’.
Tja, Elvis heeft de envelop nog niet goed bekeken, en de beller hangt meteen weer op.
In de envelop zit een cd-rom, waarin hem verteld wordt dat hij een oom heeft: Oom Hendrik die op het eiland Mabazo woont. En die oom vraagt hem of hij wil komen logeren in de herfstvakantie! Dat wil Elvis wel, een avontuur! Hij zal daar nee zeggen! Maar zijn ouders doen dat in eerste instantie wel, zijn moeder weet niet eens van het bestaan van haar mans broer. Maar als het doordingt geven ze al snel permissie: misschien is die oom wel rijk, en s Elvis de enige erfgenaam. En zo stapt een tienjarige jongen in z’n eentje op het vliegtuig. Naar Miami. Al onderweg gebeuren er vreemde dingen. Iemand wil weten of hij soms Elvis is. Een andere onbekende duwt hem een doosje in zijn handen. En in dat doosje, want Elvis kan het niet laten om te kijken, zit een vreemd klein wezentje. Het kan praten ook! Het is Wub, de voorlaatste Dronzel. En omdat er mensen zijn die Wub willen hebben, zal Elvis heel wat meemaken voor hij eindelijk zijn oom Hendrik zal leren kennen.


Het is het eerste boek over Elvis. In de andere delen gaat het verhaal verder, maar gebeuren er ook op zichzelf staande avonturen. Zullen we in die nieuwe avonturen Harry, de piloot ook nog tegenkomen? Dat Elvis van Dr Wankel nog niet af is, dat lijkt wel duidelijk. En wat voor iemand is zijn oom Hendrik? En misschien zal Wub een vast vriendje blijven… of heeft die meer belangstelling voor de laatste Dronzel?
Een spannend verhaal, dat met veel humor en vooral veel fantasie verteld wordt.


ISBN 9789044809367| hardcover | 150 pagina's | Clavis Uitgeverij | juni 2010
Leeftijd: 10-12 jaar

© Marjo, 30 oktober 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altElvis de Draak en het geheim van Grimp
illustraties: Bart Schoofs


Een speciaal bericht voor pipo’s
Er zijn er die denken dat de verhalen van Elvis de Draak over een draak gaan.
Dat is niet zo!
Elvis is een jongen.
Bijna een doodgewone jongen.
De Draak is zijn achternaam.
Simpel & Niks aan te doen.
Snappie?’


Gelukkig maar dat Stefan Boonen zijn boek zo begint, want ik was ook zo’n pipo.
Maar ook al is dat misverstand snel uit de wereld, het blijkt toch wel prettig te zijn als je de serie over Elvis begint met deel een. Dit is boek twee, en ik weet niets van het voorafgaande. Ik heb geen idee wie of wat een dronzel is. Nu kun je dit boek als zelfstandig verhaal lezen, maar toch, je mist iets.


Elvis logeerde bij zijn oom op een eiland: Mabazo, bij Barbados. Nu gaat hij naar huis. Als hij afscheid neemt van zijn oom zit die in een boek te lezen over de grotten van Grimp. Een legende zegt hij. Maar Elvis zal ontdekken dat dat niet helemaal klopt.
Op de overtocht naar Barbados ontmoet hij een stel meiden die zich zo aanstellerig gedragen dat Elvis het niet laten kan. Hij vraagt of ze misschien Mirabella gezien hebben. Dat is mijn spin, zegt hij, ‘zo groot’ en hij doet zijn handen ver uit elkaar. Natuurlijk laten de meisjes hem daarna met rust. Ze rennen echter wel naar de kapitein.
Maar ja, nu hij zoiets verteld heeft, gelooft de kapitein hem niet als hij waarschuwt dat er piraten aankomen. Weer zo’n stomme grap, denkt de kapitein.
En niets is minder waar. Het is het begin van een avontuur, waarin een lokhoorn, vreemde figuren en gevaarlijke grotten voorkomen.  Ook leert Elvis Angela kennen, een vrouw die niet opkijkt van vreemde gebeurtenissen, en die haar mannetje staat.


Het is duidelijk dat het geen straf zal zijn om ook deel een eens te lezen, want dat is vast net als dit verhaal een spannend avontuur, met  soms Vlaamse humor, en leuke vondsten. Soms is het verhaal wel wat ongeloofwaardig, maar dat mag gerust in een kinderboek vind ik. Je weet immers dat het geen realistisch verhaal is, dat is al wel duidelijk uit de eerste regels.


ISBN 9789044811186| hardcover | 142 pagina's | Clavis | juli 2009
Leeftijd : 10-12 jaar Illustraties door Bart Schoofs

© Marjo, 24 oktober

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mooi niet
Over hedendaagse kunst
tekst: Stefan Boonen
illustraties en vormgeving: Willo Gonnissen



In dit boek krijg je een rondleiding door een oude fabriek waar vroeger kaas, yoghurt en room werd gemaakt. Nu hebben een aantal kunstenaars hun atelier, hun werkplaats, in 'De Fabriek'. Sommigen slapen er ook.
De Fabriek wordt gehuurd door een jonge kunstenaar, die de loper wordt genoemd omdat hij vaak door het park rent. Hij verhuurt op zijn beurt de ateliers aan de anderen zoals beeldhouwers, schilders, videokunstenaars en glasbewerkers en...
Sinds een poos woont er ook een jongen in het gebouw. De Melkjongen noemen ze hem en hij is de gids, hij geeft je de rondleiding door De Fabriek.


De Melkjongen praat graag en veel en vertelt je alles over de mensen die in De Fabriek werken en wonen. Maar dat niet alleen, hij vertelt ook hoe ze hun kunstwerken maken, hoe ze op het idee zijn gekomen, welke materialen ze gebruiken en waarom ze juist dát kunstwerk gemaakt hebben.
De Melkjongen bezorgt niet alleen melk, koffie en chocolademelk, hij houdt de boel in de gaten en bewaart verhalen...
De rondleiding begint bij Ewald, die doet dingen met bloemen en glas. Van de lege melkflessen maakt hij kunstwerken. Hij slaat de flessen kapot en maakt van de scherven vazen in allerlei vormen en soms verwerkt hij stukjes van een bloem in de vaas. Hij snijdt zich wel twaalf keer per dag aan die scherven. De broer van de Melkjongen vindt de vazen wel knap gemaakt, maar niet mooi.
Een andere kunstenaar doet iets met oud glas vertelt De Melkjongen, en Marlies maakt dieren in glas, niet van die kleine glazen beeldjes maar heel grote dieren van drie of vier meter groot. Ze heeft een tentoonstelling in het bos gehouden. Dat was heel maf. Tussen de bomen stonden reuzegrote glazen beelden, allemaal belicht met spots in een of andere kleur en daarbij werd keiharde muziek gespeeld.


Je mag in alle ateliers kijken van de Melkjongen en hij vertelt steeds wat de kunstenaars doen. Zoals Louise die steeds schilderijen maakt van mensen die weggaan. Dit doet ze omdat er al vaak mensen van haar zijn weggegaan, haar achterlieten.
Ook vertelt de Melkjongen dat hij niet precies weet wat kunst is. Moet je iets mooi vinden omdat het kunst genoemd wordt? Nee, dat hoeft niet, zegt hij, je kan gewoon iets mooi of lelijk vinden.
Hij vertelt je van alles over allerlei soorten kunstenaars. Je hebt kunstenaars die dingen ontwerpen die je thuis gebruikt zoals een zoutvaatje of een koffiezetapparaat, een bank of een koelkast.
Ook zijn er kunstenaars die expres 'rare' dingen maken omdat ze willen dat mensen er over praten. Of kunstenaars die heel gewone dingen anders laten zien, zoals bijvoorbeeld een krat met lege melkflessen dat tegen de muur gehangen wordt met een knalrood vlak eronder. Er zijn ook mensen die verhalen vertellen of schrijven, dat is ook kunst.


In het boek staat op bijna elke bladzijde een afbeelding. Daar kun je naar kijken en over nadenken, vind je het mooi, lelijk, gek of stom. Wordt het mooier of lelijker als je er langer naar naar kijkt. Daarnaast zijn er bladzijden waarboven staat 'Doe het zelf'. Op die bladzijden worden bijvoorbeeld dingen verteld wat je kunt doen als je op een tentoonstelling bent en naar een kunstwerk kijkt. Of hoe je een regenboog kunt vangen. Ook wordt gevraagd eens heel goed te kijken naar een gewoon ding, een vork of een paperclip, een pen, een schoen. Je krijgt allemaal ideeën over wat je er mee kunt doen.


Het is een heel apart en goed boek, echt een aanrader als je meer over moderne kunst wil weten. Je wordt rechtstreeks aangesproken door de Melkjongen, alsof je echt in gesprek bent met hem, en dat geeft het iets heel bijzonders.
Het boek laat allerlei dingen van een andere kant zien en vooral zorgt het ervoor dat je beter en op een andere manier kijkt, voelt, proeft, hoort en ruikt. Want dat is wat een kunstenaar doet! 


ISBN 9789044810233 paperback 87 pagina's | Clavis B.V.B.A., Uitgeverij | september 2008

© Dettie, november 2008

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

alt100 procent Lena
Stefan Boonen


Dat heb je nou als je tevoren geen flapteksten leest. Bovendien had ik de boekjes van een andere 100 %  serie in mijn hoofd, toen ik dit boek van Stefan Boonen begon te lezen. En dus kreeg ik een klap in mijn gezicht toen op pagina zeventien gebeurde waar een ander al zou wachten.
Bas, een jongen van twaalf vertelt het verhaal. Het begint allemaal heel blij, hij komt net kijken op het pad van de ontluikende puber, en kijkt op tegen zijn oudere zus Lena. Het is het verhaal van een gewoon doorsnee gezin, totdat Lena zomaar, zonder aankondiging in wat voor vorm ook, een einde aan haar leven maakt.
Het begint er al mee dat Bas uit de klas wordt gehaald door de directeur, en natuurlijk dat eerst op zichzelf betrekt. Wat heeft hij gedaan? Waarvoor krijgt hij op zijn donder? Maar als tot hem doordringt wat er gebeurd is, staat zijn wereld op zijn kop. Lena? Dat kan niet!  Zijn zus had hem ’s morgens nog gevraagd ‘Speel straks een liedje voor me, Bas.’

Dan volgt het verhaal van de verwerking. Gewoon doen kan niet meer. Het is alsof er een stempel op hem gedrukt is. Iedereen is gespitst op zijn reacties. Als hij lacht, voelt hij dat men naar hem kijkt. En toch moet het allemaal doorgaan: school, gitaarlessen, zwemmen, spelen met zijn vrienden. Bas heeft het met zichzelf al moeilijk, en dan komt er ook nog het verdriet van zijn ouders bij. Thuis is de sfeer om te snijden. Moeder huilt, vader zegt niets, en Bas houdt ook zijn mond. Ze zijn de familie Zielig.
Gelukkig is er de hond Mozart. De buurman vraagt hem met de hond te wandelen, en dat doet Bas steeds vaker. Met Mozart kan hij ellenlange gesprekken voeren. En onverwacht krijgt hij steun van Kirstin, die haar vader verloren is. Aan haar vraagt hij: ‘hoe lang duurt verdriet?’
Lena sterft op 25 april, het boek eindigt 4 augustus. Het verdriet is nog lang niet over, zoals Kirstin al zei. Maar ze moeten een weg vinden.


Het is een ontroerend boek, een zwaar verhaal ook. Kun je vertellen hoe je moet omgaan met verdriet? Stefan Boonen doet een poging in een fraaie stijl, met treffende zinnetjes, zonder aanstellerij, zonder opsmuk. Gewoon eenvoudig en mooi. Ook de veelvuldige witregels, de korte hoofdstukken werken daar aan mee. Je kan steeds op adem komen.
Het is waarschijnlijk voor kinderen die een geliefd persoon verloren hebben erg indringend en aangrijpend, want dat is het ook als je niets van dat hebt meegemaakt. Er staan dus adressen waar je terecht kunt, voor vragen of als je hulp wilt, achter in het boek, maar Stefan Boonen is een Vlaming, dus die adressen zijn allemaal in België.


‘Midden in de nacht. Tien over drie. Ik lig klaarwakker in mijn bed. Als ik mocht kiezen, zou ik nu baantjes trekken in het zwembad. Heen en weer, heen en weer.
Waarom huil ik niet?
Beneden hoor ik pa stommelen. Ma slaapt, dankzij de slaappillen die de dokter haar gegeven heeft. Als ik wil, mag ik bij haar in bed gaan liggen. Ik wil niet.
De komende dagen hoef ik niet naar school.
Lena is dood,‘ fluister ik tegen het donker. Wel tien of twintig keer. Speel straks een liedje voor me. Het laatste wat ze tegen me zei. Wist ze toen al wat ze zou gaan doen? Voor een trein springen. Hoe kon ze zo idioot zijn?
Ik knip mijn leeslamp aan en staar naar mijn prikbord. Daar hangt een groenblauw kaartje. Op Lena’s kamer hangt er ook zo een. We mochten samen naar een concert van The Chiefs, een groep waarvan ik maar één liedje ken. Lena heeft er twee cd’s van. De kaartjes waren een cadeautje van pa. Lena was pa om de hals gevlogen en had mij een flinke por gegeven. ‘Dat wordt een superavond, broertje.’


ISBN 9789044806366 Hardcover | 128 pagina's | Clavis | januari 2007
De illustraties, in de vorm van een soort collages, zwart-wit, zijn van Greet Bosschaert
Leeftijd: Vanaf 10 jaar

© Marjo, 18 april 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De race van de rat
illustraties: Jan de Kinder


Jacks vader is er een tijdje tussenuit, hij zwerft ergens in Zuid-Amerika of zo. Jack wacht op zijn thuiskomst. Met zijn moeder, hoewel hij wel voelt dat tussen zijn ouders iets wringt.
Mama staat met een ijscokar in het park, en doet heel goede zaken. Jack helpt er als hij kan. Ze redden het wel samen. Moeders ijs is beroemd. Het is dan ook een heel oud familierecept. Op de achtergrond is er Koning opa, van wie mama de kar heeft overgenomen nadat hij een lichte hartaanval had gehad.
Opa mag zich niet opwinden, zegt de familie, en ze kijken dan ook met scheve ogen als opa Jack helpt met zijn zeepkist voor de jaarlijkse race: de race van de Rat. Want bij zo’n kist bouwen hoort natuurlijk ook het uitproberen. Niet dat opa er nog in gaat zitten, maar het is wel spannend...

Veel spannender blijkt evenwel de komst van meneer Hoflak, een concurrent. De eerste kennismaking loopt al fout, maar dat is niet zo gek. Hij laat duidelijk blijken dat hij aast op het plekje waar Jacks moeder staat. Natuurlijk wil zij daar niet op in gaan. Maar Hoflak houdt aan, en schuwt geen enkele methode.
Dan blijkt dat die Hoflak ook al betrokken is bij de zeepkistrace, doordat zijn akelige neven daar aan meedoen. Die neven doen nog meer wat Jack niet zint. Gelukkig is Jack niet alleen: Opa helpt hem, en Mattias, zijn vriend ook. Mattias heeft een leuk nichtje te logeren, die Jacks hart steelt en goede ideeën heeft. Zal het Hoflak lukken om het plekje te krijgen? En komt Jacks vader nog thuis?


Een spannend verhaal, over de dingen waar je als enige zoon met een enkele ouder tegen aan kunt lopen. Het legt een verantwoordelijkheid op de schouders van een kind, die daar maar mee om moet zien te gaan. Het is een vlot lopend, en spannend verhaal met genoeg humor om het allemaal niet te zwaar te maken. Vooral de streken die de twee vrienden elkaar leveren. Brr! Moet er niet aan denken dat ik daar het slachtoffer van zou zijn!


ISBN 9789044802412 | Hardcover | 170 pagina's | Clavis | juni 2004
Leeftijd vanaf 10 jaar Illustraties van Jan de Kinder

© Marjo, 13 mei 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER