jeugd 6-9 jaar

John Kelly

De beestachtige bedreiging
De monsterdokter - deel 2
John Kelly


In het eerste deel is Appie zomaar assistent geworden van de monsterdokter, Annie v.d. Keuken-Trap. Zij heeft haar praktijk om de hoek van een straat waar de mensenwereld overgaat in de monsterwereld.


In dit nieuwe avontuur komt hij Morris Mors tegen, een monster dat hij in het eerste avontuur ook geholpen heeft. Hij laat een hond uit die geen .ont heeft, maar wel twee koppen. Hij moet zelf zo hard lachen als hij vertelt hoe de honden heten dat zijn oren er af vliegen. Hij gaat dus maar mee naar de praktijk van de monsterdokter, dan kan Appie de oren er weer aan naaien. Maar er is iets aan de hand daar: ze horen een enorm kabaal dat uit de praktijk lijkt te komen. Een kabaal, een enorm gebonk! Wat is dat in hemelsnaam? Het moet wel heel erg zijn, want alle patiënten die in de wachtkamer zaten rennen en vliegen de wachtruimte uit. Compleet in paniek!


’Waarom zijn jullie in hemelsnaam zo bang?’ vroeg ik. ‘Er is toch zeker niets wat jullie nog iets kan doen? Jullie zijn hartstikke dood!’
‘Groentjes als jij hebben echt geen idee hoe gevaarlijk zo’n Lieve is voor monsters en dingen, hè?’ zei Morris schamper. ‘Dat zombies dood zijn, wil nog niet zeggen dat ze niets hebben om voor te leven hoor!’


Even later stuitert er een kanonskogel door het raam. Maar het is helemaal geen kogel, het is de dokter! Appie is nieuwsgierig: wat is er toch aan de hand? Wat is dat lieve waar ze zo bang voor zijn? Is dat misschien die groene stengel die zich om het been van de dokter wikkelt? En waarom bang zijn voor iets liefs? Hij snapt er niets van.
Dat zal de dokter hem eens haarfijn uitleggen, terwijl ze druk is zich te bevrijden van de Trifid. Want dat is die groene stengel. Die is enorm groot, een kwestie van verkeerde verzorging, dat kan Appie wel oplossen.


Het is niet zo gemakkelijk als hij dacht! En het is niet de Schijn-Heilige waar het om gaat!
Het probleem ontdekt hij als de telefoon gaat: ze worden gesommeerd naar Zwartegat te komen, waar een Schijn-Heilige gesignaleerd is. Het is een Lieve S.
Huh? Een wat? Appie zoekt het maar even op in zijn Dr Zalvers almanak van monsterkwalen. Lieve S.staat voor: ‘Lieve Is Echt Verschrikkelijk Eng Schattig’.  Reuze cute. Onweerstaanbaar schattig dus.
Waarom is dat een gevaar voor monsters?  En waarom heeft de dokter ineens zo’n haast als ze hoort dat inspecteur Schaarmans al naar Zwartegat onderweg is?


De beschrijving van Lieve is hilarisch! Het gaat om een bolletje van dons, zacht en mooi roze van kleur, blijkbaar gevaarlijk voor monsters. Niet voor Appie, maar die raakt op zijn eigen manier in de ban van QTie, als ze haar eenmaal gelokaliseerd hebben. Foute boel, want zo kan hij de monsters niet helpen. Zal het de dokter en Appie lukken om QTie te temmen? Of worden alle QTies vernietigd zoals Schaarmans dat wil?


Het avontuur zit vol met grappige vondsten, niet alleen verhaalelementen, maar ook in de taal. Er zijn kaders uit de Almanak die nadere uitleg geven indien nodig. bijvoorbeeld over Lieve S. Meneer Wijngaard is een slak; mevrouw Vingerling een monster met tentakels; er is sprake van een insta-tuk-tukaccount; er zijn  slush-puppy’s en nog veel meer van zulke dingen. Ontzettend grappig.


Ook de tekeningen, zwart-wit, gemaakt door Kelly himself, zijn grappig. Soms is het een klein tekeningetje, soms paginagroot. Er wordt gespeeld met de typografie, en er is een voorproefje van het volgende boek.
De vertaling is uitstekend!


John Robert Kelly (1964, Stockton-on-Tees, Engeland) is illustrator en ontwerper van kinderboeken. Zijn boeken zijn onder andere The Robot Zoo en Everyday Machines, die beide werden genomineerd voor de Rhône-Poulenc Junior Prize.


ISBN 9789048854714  | Hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Moon | april 2021
Vertaald uit het Engels door Willem Jan Kok | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 15 augustus 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Monsterdokter
John Kelly


‘Op een ochtend liep ik over straat, toen de man voor me zijn linkerarm op de grond liet vallen.’

Verbaasd lees je die eerste zin. En de ik-verteller, Appie, is ook best verrast, het overkomt hem niet iedere dag, zegt hij, maar of jij zou doen wat hij doet? (Zeker niet als je de man zou zien!) Appie raapt de arm op en loopt achter de man aan.


’Ik geloof dat u iets hebt laten vallen.’


Voor hij het weet is Appie een soort van assistent van de dokter, Annie v.d. Keuken-Trap, waar de man, Morris Mors, hem mee naar toe neemt. Het is een monsterdokter, maar dat wil niet zeggen dat ze zelf een monster is:


‘Dit moest de monsterdokter zijn.
Ze was niet langer dan één meter vijftig en zag er simpel gezegd uit als een kanonskogel. Haar armen waren zo groot als die van een gorilla, maar ze had kleine, tengere handen. Haar hoofd was zo puntig als het uiteinde van een raket met daarop het verbazingwekkendste kapsel dat ik ooit had gezien. Volgens mij kun je dat soort haar alleen maar krijgen door je hoofdhuid in te smeren met secondelijm en dan een complete paardenstaart aan de rechterzijde van je schedel te plakken. En dan moet je nog op zoek naar een tweede paardenstaart voor de linkerzijde.’


De patiënten zijn echter wel degelijk monsters: behalve Morris Mors is er een meisje wiens hoofd helemaal achterstevoren zit, en er is een Yeti met zere voeten.  
Annie ziet het wel zitten: Appie als assistent, hij is zelfs slimmer dan ze denkt. Maar dat ontdekt ze later pas.
Eerst is er een monsternoodgeval, waar ze onmiddellijk naar toe moet. Appie gaat mee in een bizar vervoermiddel: een levende ambulance. Die heeft vleermuisnavigatie, met de leuke naam Tim-Tim. Als ze bij Vesuvia de zieke draak arriveren, kan Appie meteen bewijzen hoe nuttig hij wel niet is. Als hij geweten had dat het zo gevaarlijk zou zijn!


Behalve de uit elkaar vallende zombie en de levende ambulance zijn er nog veel meer bijzondere, verbijsterende en monsterlijke wezens. Ze worden leuk beschreven, en ook nog grappig getekend, net als de omslag. Op iedere pagina vind je tekeningetjes, soms zijn ze ook bladvullend.


Het originele verhaal is hilarisch, en al gaat het over monsters en kunnen de rillingen je af en toe over je lichaam lopen, door de manier waarop het verteld wordt weet je dat dit niet echt is en dat maakt het minder eng. De tekst wordt ook nog ‘versierd’ doordat er verschillende lettertypen en lettergroottes gebruikt worden. Ook de keuze in namen is zo leuk!
Een ontzettend grappig boek voor kinderen met een levendige fantasie. Ze zullen genieten van dit verhaal. Zelfs de woordenlijst achterin is grappig.
Weet je wat ridders op witte paarden zijn? Dat raad je nooit! Of een leraar? Vooruit, die krijg je, dat is:


'Oeroude levensvorm die zich in lang vervlogen tijden afsplitste van de gemeenschappelijke voorouders van het monster en de mens.'


Na het verhaal De Monsterdokter volgt er een lekkermakertje: een fragment uit het vervolg, dat zal verschijnen in 2021.


John Robert Kelly (1964, Stockton-on-Tees, Engeland) is illustrator en ontwerper van kinderboeken. Zijn boeken zijn onder andere The Robot Zoo en Everyday Machines, die beide werden genomineerd voor de Rhône-Poulenc Junior Prize.


ISBN 9789048854103 | Hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Moon | juni 2020
Vertaald uit het Engels door Willem Jan Kok | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 9 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER