jeugd 10-12 jaar

Victor Kammeyer

altDe zandzuiger
Victor Kammeijer


De zomervakantie is begonnen. Maar het is geen goed begin. Als Bruno  in zijn eentje met zijn voetbal aan het voetballen is, wordt hij lastig gevallen door een jongen van de ‘aso-school’. Die jongen pakt niet alleen zijn bal af, hij duwt Bruno ook met zijn hoofd in de zandbak.
'Ik laat echt niet los, eerst een hapje zand opzuigen en doorslikken,' hoort hij de jongen zeggen.


Bruno is dan ook helemaal niet rouwig om dat hij de volgende dag vertrekt. Hij gaat op vakantie met zijn zus Immanuelle (Immy) naar Denemarken, het eiland waar Morten en Henning wonen. (zie Kammeijers debuut:  ’De Walnotenkraker). Broer en zus reizen met Grote mam, hun oma. Hun vader is nu een jaar dood, en hun moeder moet werken, ze kan zich geen lange vakantie veroorloven.
De drie vakantiegangers logeren bij Morten, maar waarom doet hij zo geheimzinnig over Henning? Waar is die eigenlijk?  
De grootste gebeurtenis is toch wel het aanspoelen van de blauwe vinvis. Is de zandzuiger uit de titel dan toch niet Bruno? En zal Bruno’s nieuwe vriend een blijvertje zijn?


Hun reis en het verblijf op het eiland is behoorlijk avontuurlijk. Net als in het eerste boek maakt Kammeijer zijn lezers blij met allerlei taalgrapjes.
Ik vraag me wel af of een kind van tien op school niet al geleerd heeft over de Tweede Wereldoorlog? Bruno blijkt namelijk geen idee te hebben wie Hitler is. Als Grote Mam vertelt dat Duitsland zijn grote snelwegen te danken heeft aan Hitler:


‘Is Hitler die man met die rare snor, die op tv altijd zo loopt te gillen?’
“Liep’, zegt Immy, terwijl ze haar ogen op haar mobieltje houdt. ‘Het is een dooie Duitser.’
‘O… Heeft hij soms te hard op zijn eigen wegen gereden en is hij toen uit de bocht gevlogen of zo?’ vraagt Bruno. ‘Als ik een eigen weg had, zou ik altijd superhard rijden.’
‘Nee, Hitler is niet uit de bocht gevlogen,’ zegt Grote Mam, ’maar gelukkig liepen zijn wegen uiteindelijk wel allemaal dood.’


Daarna hebben ze een gesprek over of je goed en fout tegelijk kunt zijn.
In dit boek komen veel van dit soort scenes voor. Humoristisch, en filosofisch tegelijk.
Immy is in dit boek duidelijk de oudere zus, ze begint heel andere interesses te krijgen. En dat schept weer vreemde situaties, want Bruno begrijpt het niet allemaal. Ik hoop dat Victor Kammeijer nog meer verhalen verzint rond Bruno. Het is een grappig joch. En vergeet niet op de site te kijken...

http://www.victorkammeijer.nl

ISBN 9789044828030 | Hardcover | 119 pagina's | Uitgeverij Clavis | juli 2016
Illustraties van Helen van Vliet | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 19 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Bewaren

 

De walnotenkraker
Victor Kammeijer


Alles wat voor Bruno belangrijk is begint met de letter b. Zijn lievelingskleur is blauw, en zou het liefst elke dag blauwe kleren dragen en als ontbijt bastognekoeken willen eten. Maar zijn moeder denkt daar - natuurlijk - anders over.
Op een morgen als iedereen nog slaapt vertrekt Bruno op zijn gele(!) fiets met een pak bastognekoeken en een flesje bessensap in zijn tas naar het park. Daar vindt hij een blauwe bal en die schiet hij per ongeluk tegen een oude man aan. Die man praat nogal raar en ziet er vrij sjofel uit maar Bruno geeft hem het voordeel van de twijfel. Ze vinden elkaar eigenlijk wel leuk en zo begint de vriendschap tussen Bruno en de Deense Morten Kierkegaard.

Doordat Morten zo gebrekkig Nederlands praat ontstaan er nogal wat spraakverwarringen en soms zijn er gesprekken die een beetje filosofisch aandoen. Als Morten hem bijvoorbeeld wat lekkere walneuden (walnoten) aanbiedt vraagt Bruno of hij een kinderlokker of een pedo is.


Een pedo?  roept Morten met verschrikte blik. 'Zie ik er dan zo uit?'
Eh, weet ik veel? Hoe ziet een pedo er eigenlijk uit?
'Tja, niet alle vreemde mannen die kinderen iets lekkers aanbieden, zijn pedo's. En je kunt pedo's ook niet aan iets herkennen of zo. Ze zien er niet allemaal hetzelfde uit,' zegt Morten aarzelend.
'Waarom vraagt u dan of u eruit ziet als een pedo, dat klopt dan toch niet? zegt Bruno.
'Eh, nej...'
'Dus ik kan niet zien of u wel of niet een pedo bent?
'Nej. Het is aan jou of je me vertrouwt of niet.'


Morten vertelt dat zijn broer Henning al dertien jaar gevangen zit maar dat zijn broer onschuldig is. Henning heeft iemand doodgestoken. Maar het was noodweer... 'Wat maakt het nou uit wat voor weer het was?' vraagt Bruno dan. Morten wil zijn broer heel graag terug in Denemarken hebben en samen bedenken ze een plan om Henning te bevrijden.

Waarschijnlijk heeft de schrijver bewust voor de naam Kierkegaard gekozen, naar de filosoof Søren Kierkegaard. Het boek wordt ook aangeprezen als zijnde een boek voor denkers en doeners. Maar persoonlijk vind ik het soms wel erg flauw. bijv. als het gesprek over weekdieren gaat vraagt Bruno of er ook maand- en jaardieren zijn. Ik vind het eigenlijk erg vermoeiend lezen al die 'filosofische' gesprekjes door het eigenlijke verhaal heen.

Het verhaal zelf is aardig, soms grappig, maar ook wel erg cliché. De Deen spreekt alles met een eu uit, de Chinese man die ze ontmoeten kan natuurlijk de r niet zeggen en eet pekingeend, het plan zelf is ook vrij onwaarschijnlijk. Persoonlijk vind ik het dus allemaal, zoals gemeld, redelijk flauw en vergezocht maar kinderen zullen de grapjes en rare taaltjes denkelijk wel waarderen. Doorheen het boek staan enkele paginagrote zwart-wit illustraties van Helen van Vliet.

Tip: Vergeet vooral niet de website van de schrijver te bezoeken, die is erg de moeite waard en staat vol informatie en leuke weetjes.


ISBN 9789044825312 | Hardcover | 79 pagina's| Uitgeverij Clavis | augustus 2015
Leeftijd vanaf 10 jaar

Dettie, 8 oktober 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe walnotenkraker
Victor Kammeyer


‘In Nederland en Vlaanderen spreekt men haast in elke plaats met een ander accent. Hoe kunnen al die mensen elkaar begrijpen? In mijn boek leiden spraakverwarringen tot grappige misverstanden.’


Ik citeer de schrijver zelf, en heb dan meteen de kracht van dit debuut te pakken. Het is erg grappig.

‘Mijn broer en ik waren eusterfiskers. We woonden in Danmark, op een prachtig eiland.’
‘Wat zijn dat toch, eusters?’ onderbreekt Bruno hem.
‘Ik geloof dat jullie ze oesters noemen,’ zegt Morten. ‘Het zijn weekdieren.’
’ Weekdieren? Heb je ook maanddieren dan?’


Flauw natuurlijk, maar tegelijk moet je er om lachen. Bruno is nog maar een kind, en hij uit zijn nieuwsgierigheid nu eenmaal op een grappige manier. 
Bruno heeft iets met de letter ‘b’. Zijn lievelingskleur is blauw; hij eet ’s morgens een bruine boterham. Daar zou hij het liefst bastognekoeken op doen, maar dat mag niet van zijn moeder. De wereld van de volwassenen vindt hij maar lastig, wat is er mis met bastognekoeken?
Als hij op een dag erg vroeg opstaat en het huis verlaat - terwijl zijn moeder nog slaapt, dus met een stuk of zes bastognekoeken! – gaat hij een stukje fietsen. Naar het park. Daar ontmoet hij een oude man, die ook nog vreemd praat. Bruno is voorzichtig, maar de man begrijpt dat wel.


‘Ik ben voor jou misskien een vreemde, maar ik vind mezelf helemaal niet vreemd, al kom ik wel uit een vreemd land.’


Bruno is een nieuwsgierig joch. Wie is die oude man, met zijn rimpelige gezicht en felblauwe ogen? Hij draagt een viezig donkerbruin pak, en op zijn schoenen zit modder. Hij besluit de man het voordeel van de twijfel te geven. Niet dat hij weet wat dat betekent, maar het klinkt goed. De man moet er om lachen. Het is het begin van een uitzonderlijke vriendschap. En hij wil niets liever dan de oude man, die zich voorstelt als Morten, helpen.
Maar wat als het enige dat Morten wil is zijn broer terug? En als die broer in de gevangenis zit?


Het wordt een grappig avontuur, vol kleine filosofietjes. Steeds zijn er kleinigheden, zinnetjes, voorvalletjes die de lezer spelenderwijs aan het denken (kunnen) zetten. Het doet denken aan de boeken van Guus Kuyer, eveneens een schrijver die kinderen aan wil zetten om eens wat verder de wereld in te kijken dan hun neus lang is. Behalve dat is het ook een leuk verhaal over een eigenwijs joch.
Geslaagd debuut!


ISBN 9789044825312 | Hardcover |79 pagina's| Uitgeverij Clavis | augustus 2015
Leeftijd vanaf 10 jaar Illustraties van Helen van Vliet

© Marjo, 4 oktober 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER