jeugd 10-12 jaar

Simon van der Geest

http://www.simonvandergeest.nl

Zie ook Leestafel-recensies over boeken van Simon van der Geest in de categorie jeugd 6-9  jaar.

 

altSpijkerzwijgen
Simon van der Geest


‘Als je maar hard genoeg rijdt, vlieg je terug in de tijd.’


De hoofdpersoon in dit boek, de twaalfjarige Vonkie, zou dat wel willen. Terug in de tijd. Terug naar de tijd dat het allemaal koek en ei was tussen haar vader en moeder. Want de reden dat ze nu bij opa op de boerderij logeert, is dat haar ouders tijd nodig hebben. Zeggen ze.


Vonkie kan alleen maar hopen dat ze die tijd goed besteden en dat ze haar weer gezellig samen komen halen. Die twee weken bij opa heeft ze er dan wel voor over, al is het er maar een saaie boel op het platteland.
Maar opa kan wel verhalen vertellen. Verhalen over vroeger. En dan komt niet alleen het verleden tot leven, ook ziet ze nu de omgeving rondom de boerderij met andere ogen. Opa woonde er ooit met zes broers: Teur, Tenk en Sleutel. Bijnamen natuurlijk. Zelf heette opa Spijker, ‘omdat ze me zo eigenwijs vonden. Zo eigenwijs als een kromme spijker. Probeer een kromme spijker maar eens recht te slaan.’ Zijn één jaar oudere broer werd Buts genoemd. Met Buts beleefde hij avonturen. Zijn vriend.


Maar er is ook iets goed fout. Opa vertelt het niet allemaal, maar Vonkie komt er toch wel achter. De broers hebben al in geen twintig jaar contact gehad. Er was iets met een molen, die molen verderop, waarvan opa haar sterk afraadt er heen te gaan. Ook had het te maken met een meisje.
Vonkie vindt het maar vreemd dat opa en zijn lievelingsbroer elkaar niet meer schijnen te kunnen luchten of zien. Nu woont de broer ver weg, dus het zal niet meevallen, maar ze vindt dat ze weer goed moeten worden samen. Vonkie probeert samen met haar achterneef Sven, die vlakbij woont, ook bij zijn opa, de geheimen te ontsluieren. En dan moeten ze wel bij de molen gaan kijken...
Kunnen zij en Sven in hun jeugdige onwetendheid en overmoed het voor elkaar krijgen dat de twee broers die koppig volharden in hun zwijgen, toch weer met elkaar praten? In ieder geval bellen?


Zoals we gewend zijn van Simon van der Geest staan er weer prachtige zinnen in dit boek.
‘Als je zo oud bent zit je hoofd vast zo vol met herinneringen dat gewone gedachten er maar traag doorheen sijpelen.’
Over de eventuele roeping van zijn broer: ‘Als God ooit Buts ging roepen, dan moest hij weten dat ik nog harder kon roepen.’


Het verhaal is ook mooi: een meisje probeert met alles wat ze in huis heeft het leven van haar opa te regelen zoals zij denkt dat goed is. Aan de toestand tussen haar ouders kan ze niets doen, nu ze ’verbannen’ is, dus haar opa is de klos. Het houdt haar bezig, en geeft haar inzichten mee, zoals iedere tiener die op de een of andere manier mee moet krijgen.
Mooie dialogen, avonturen die een serieus doel hebben maar vaak grappig verlopen, en een groeiende vriendschap, in een mooi sfeervol boek.

Simon van der Geest
werd in 1978 geboren in Gouda. Hij groeide op in een piepklein dorpje tussen eindeloze weilanden. Dat komt terug in dit boek.
Je vindt er ook een plattegrond en een leuke stamboom in.


ISBN 9789045116815 | Hardcover | 232 pagina's | Uitgeverij Querido  | april 2015
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 1 juni 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSpinder
Illustraties: Karst-Janneke Rogaar
Simon van der Geest


‘Je weet niet wat je in je handen hebt.
In dit schrift dat jij nu vasthoudt heb ik de oorlog beschreven tussen mij en mijn broer.’


Hidde, de schrijver van deze woorden, hoopt dat zijn schrift in goede handen is, want zijn broer is niet te vertrouwen. Ze hebben al drie jaar een geheim samen, en dat hebben ze nog steeds, maar Hidde denkt er hard over om het maar te gaan vertellen. Want zijn broer Jeppe wil de kelder hebben!
En daar heeft Hidde gedurende die jaren een mooie insectenverzameling opgebouwd. Het is zijn grote fascinatie, allerlei kleine friemelbeestjes heeft hij in bakken, hij voert ze en verzorgt ze. Hij kan nergens anders heen! Dan zijn zijn duizendpoten en sprinkhanen, zijn wormen en slakken, zijn  wandelende takken en rozenkevers ten dode opgeschreven.
'Ik kan mijn insecten niet kwijtraken. Dan heb ik niets meer.' Zware woorden, maar het is inderdaad het enige waar de jongen voor leeft.


Helaas voor hem heeft Jeppe, drie jaar ouder en sterker, ook zo'n almvattende hobby: de muziek. Hij wil zijn drumstel in de kelder zetten, want die past binnen niet. En Hidde heeft de kelder nu drie jaar gehad, dat is het wel genoeg geweest.
Zijn er dan geen ouders die dat in overleg kunnen regelen, vraag je je af. De vader blijkt al lang geleden verdwenen te zijn en de moeder werkt dag en nacht en is blij met twee zulke zelfstandige zonen. Er was, drie jaar geleden, nog een broer, Ward, wat hem is overkomen is een deel van het geheim, van ‘de Deal’. Net als de kelder zelf een geheim is.
Het wegvallen van de broer in combinatie met het Geheim heeft de twee broers samengebracht. Ze waren maatjes, en probeerden hun moeder te ontzien. Ook mag zij niets weten van het Geheim, ze kunnen haar er niet bij halen.
Dus moeten de jongens het zelf uitvechten, en dat gaat er steeds harder aan toe.
Hidde - die overigens Spinder wordt genoemd, en de reden daarvan is een tragi-komisch verhaal op zich – houdt het logboek bij, waardoor we de strijd kunnen volgen. Er worden meisjes bij betrokken; Jeppe weet het schrift een enkele keer in handen te krijgen en schrijft er dan ook in, en Hidde kan goed tekenen, ook in zijn schrift. Wat het verhaal erg bijzonder maakt is de insectenmanie: om de haverklap vergelijkt de jongen het gedrag van mensen met het gedrag van insecten.


‘Hij kwam alleen om mij bang te maken. Dat ken ik wel, bij insecten heet dat imponeergedrag. Een wesp zwaait met zijn angel. Een vliegend hert knipt met zijn kaken in de lucht. Jeppe staat met zijn handen in zijn zij. Hij schreeuwt en schreeuwt.’


Simon van der Geest heeft goed door dat boeken als ‘leven van een loser’ en  ‘Geronimo’ met hun speelse bladvulling het goed doen bij kinderen. Met  Karst-Jan Rogaar  is hij een goede samenwerking aangegaan: veel tekeningen in dit boek. Ook zijn er plannen in een ander lettertype, briefjes, en schematische tekeningen die zijn plannen duidelijk maken. Het geeft het boek een speels karakter.
Maar vergis je niet: het is een zwaar onderwerp. De oorlog tussen de broers is gemeend en ze gaan erg ver; het achterliggende geheim is heftig.
En voor de smulpaap: er zitten prachtige vondsten in en mooie stilistische zinnen. Kom daar maar eens om bij dat populaire leesvoer.


ISBN  9789045112800  | hardcover | 112 pagina's | Querido |april  2012
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 12 februari  2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Geel gras



Fieke, een meisje van tien jaar, is met haar ouders op vakantie in Frankrijk. Ze slaapt in haar eigen tentje, naast dat van haar ouders. Tot die ene dag dat ze wakker wordt en tot de ontdekking komt dat er op de plek van de grote tent een grote lege plek is met geel gras! Geen tent! Geen auto! En... geen ouders!
Nu is ze blijkbaar wel gewend van haar ouders dat die dingen vergeten, en dat ze de afwasteil en de rode theedoeken vergeten zijn, vooruit, dat snapt ze nog wel, maar ze zullen toch wel terug komen voor haar?
Als ze in de loop van die ochtend nog niet teruggekomen zijn, wordt het wel wat eng. Ze heeft gisteren wel voor een vervelende situatie gezorgd in het kasteel vlakbij, maar zo erg was dat toch ook weer niet?
Fieke twijfelt. Of ze komen haar zo halen en het was niet erg. Of ze zijn haar expres vergeten en ze moet het nu verder maar in haar eentje uitzoeken.
Ze wil niet huilen, en besluit maar iets te ondernemen. Boven op de berg bij het kasteel hangt ze haar roze trui aan een stok. Een soort uithangvlag. Voor haar ouders, dan kunnen ze zien waar ze is.
Maar er komen geen ouders. Er komt niemand. De enige die reageert is een jongen van haar leeftijd, ook Nederlander gelukkig, die vertelt dat hij weggelopen is van zijn overbezorgde moeder, Jan Antoine heet hij. Jantwan.
Ze hebben alleen elkaar, en al houden ze zich groot, het valt niet mee om als tienjarigen in een vreemd land tussen mensen die je niet verstaat je weg te vinden! Ze beleven een paar akelige avonturen in het Franse dorpje, en beginnen steeds meer te verlangen naar hun ouders. Dan bedenkt Jantwan een goed plan...


Dit is een fris en fruitig verhaal! Jonge ( en vooruit: ook oudere) lezers kennen vast wel fantasieën over zo'n vakantieavontuur, zonder je ouders. Natuurlijk moet het dan wel goed aflopen, en dat doet het ook, dat kan ik best verklappen. Alleen zeg ik niet wat voor een leuke ontknoping het verhaal heeft.
Het is een grappig verhaal, vlot geschreven in een duidelijke taal. Fieke is een meisje dat de wereld laconiek bekijkt en zich niet zo snel uit het veld laat slaan.


'Jantwan loopt iets voor me uit. Of nou ja, hij sluipt. Hij trippelt van boom naar boom. James Bond, maar dan te klein. En te dik. Ik haal mijn neus op. 'Waarom loop jij zo debiel?' vraag ik.
'Dat is niet debiel. Dat is undercover,' zegt hij.'


ISBN 9789045109879 Hardcover 103 pagina's | Querido Kinderboek | juni 2009
Leeftijd 10+

© Marjo, maart 2010


Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER