Boekenarchief K-L

Unamuno
Michiel Löffler


Bij het schrijven van zijn debuut is Michiel Löffler geïnspireerd door de filosoof Miguel de Unamuno (1864-1936, Bilbao). Unamuno had grote invloed op het intellectuele leven in Spanje. Gedurende zijn leven werd hij dikwijls heen en weer geslingerd tussen de dictaten van de rede en de verlangens van het hart. Net als Tolstoi verlangde Unamuno ernaar te kunnen leven als een eenvoudige boer. Maar dat kon niet meer – de twijfelende en kritische rede had dat alles verstoord.

Dit bovenstaande staat te lezen op de site van de uitgever en inderdaad het hele boek gaat over de verlangens van het hart en het dictaat van de rede.


In Parijs leeft een groep mensen, vermoedelijk hippies, die in vrede en vrijheid willen leven, het liefst op het platteland, zij zullen het ‘nieuwe volk’ vormen. Geen oorlogen meer, geen geweld meer.

Ze willen een plek, een familiehuis, waarnaar ze altijd kunnen terugkeren, waar ze 's winters zullen zijn.
Een plek waar de kinderen gebaard zullen worden. Waar de moederkoeken begraven worden. En later zijzelf. Waar hun zielen kunnen huizen. Een plek, een dak, wat grond.


Jean en Christine zijn een stel, zij willen die plek ook, ze gaan naar de landbouwschool, ze leren alles over kippen, koeien, schapen. Als zij in de Vogezen een vervallen huis zien, weten ze dat dit de plek is. De groep is enthousiast maar meebetalen is wat anders. De een wil nog naar Amerika, de ander wil liever aan zee...
Met veel moeite weten de twee het geld bij elkaar te sprokkelen. Ze zijn vol plannen, hier komt het atelier, daar een werkruimte om te schrijven.  Ze zullen geiten en kippen houden  en zelf kaas maken. De droom komt uit... Hun verlangen is waarheid geworden. De groep zal het goed hebben.

De eerste winter zijn Christine en Jean alleen in het droomhuis, ze genieten van elkaar en de omgeving. Ze bouwen een stal, een kaasmakerij. De eerste sneeuw wordt gevierd. De hond Una bevalt, ze houden alle  jongen. In het voorjaar rijdt de bus hun erf op. De groep is gearriveerd mét vijf geiten. Ze praten over de wereld, oorlog en vrede, Vietnam... Maar de bus vetrekt ook weer.


Jean en Christine blijven achter. Met negen honden. Zeven geiten. Drie kippen. Eén poes. Geblaf. Gemekker. Getok.


De winter komt en gaat. In mei arriveert de groep weer. Ze praten, lachen, schilderen, boetseren, filmen. Geitjes worden geboren. De eerste kaas wordt gemaakt en verkocht. De winter komt en gaat, Jean en Christine zijn alleen met de dieren.
Rekeningen stapelen zich op.  Ze kunnen niet alle jongen geiten houden, ze moeten ze verkopen of...  De groep komt en raakt verdeeld. Geitjes slachten en verkopen? Dat was toch niet... Kunnen ze niet...
De winter komt en gaat, de groep wordt kleiner, Igor moet filmen, en de anderen... wat doen zij?
De winter komt en gaat. Geblaf. Gemekker. Getok. De winter komt en gaat. Geblaf. Gemekker. Getok.
De realiteit neemt het over van de dromen, er is geen weg terug, of wel? Heel even lijkt het erop. Maar dan...

Een indringend verhaal. Vooral door de schrijfstijl die bijna knappend te noemen is. Als brekende takken springen de zinnen het boek uit. Op het eind lijken de zinnen zelfs zo'n vaart te maken dat je het gevoel hebt dat je aan het rennen bent. Totdat...
Het verhaal is dus  letterlijk adembenemend. In het begin moet je wennen aan deze  korte, knallende zinnen maar als je eenmaal in het verhaal zit kun je nauwelijks meer stoppen met lezen.  Prachtig debuut. 


ISBN 978-94-6068-007-6 Hardcover 191 pagina's Uitgeverij Marmer oktober 2009

© Dettie, februari 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER