Boekenarchief R-S

Zomerslaap
Martijn Simons


‘Mijn moeder liep met korte passen door de ruimte, de warmte leek haar niet te raken. Ze had haar haar opgestoken en het stond haar goed. Ik wilde er wel met mijn hand doorheen,m maar dan zou ze vast boos worden. Ze droeg een donker jurkje dat haar jong maakte, en ze had een felrode lippenstift op. Haar hakken tikten op de vloer.’


Dergelijke beschrijvingen van hoe zijn moeder er uit ziet komen we vaak tegen in dit boekje dat een zomer in het leven van een zeventienjarige jongen beschrijft. Hij is de ik-verteller, we zien de wereld door zijn ogen. En we zien vooral zijn moeder.
Ze moet nogal een stuk zijn, als we hem moeten geloven. Het is de eerste stap naar een seksuele ontluiking: kijken naar de vrouw die hij zijn hele leven al kent, die veel voor hem betekent, en waarvan hij nu inziet dat ze niet alleen een moeder is, maar een vrouw. Een mooie vrouw.
Er zijn wel andere vrouwen in zijn leven, maar Lisa is nog maar een meisje. En bovendien lijkt ze niets meer met hem te maken te willen hebben. Hij begrijpt niet waarom. Ze hebben een heerlijke tijd samen gehad, vooral het tennissen onder leiding van zijn oma was heel bijzonder. Waarom Lisa nu niet meer wil tennissen, hij heeft geen idee. En de overgang van jongen naar man maakt hem verlegen: hij durft haar niet aan te spreken, zwerft wat om de plekken heen waar ze misschien is. Belangstelling voor andere jongeren heeft hij niet. Laat ze maar rondhangen op dat zwembad. Ook al is het snikheet, hij hoeft niet zo nodig.
De derde vrouw in zijn leven is zijn oma, die in het ziekenhuis ligt. Zijn vader is in oma’s huis, en dat is waarschijnlijk niet alleen om voor de poezen te zorgen.


Het is een hete zomer waarin alles stil lijkt te staan. Het vormt een overgang van jongen naar man, de overgang van school naar universiteit, en misschien ook de overgang van leven naar dood, en van liefde naar onverschilligheid. Martijn Somers schetst een sfeer, hij vertelt niet met woorden, maar tussen de regels door kunnen  we veel begrijpen. Melancholie, heimwee naar de periode die nu afgesloten zal worden. Die afgesloten moét worden.
Je proeft het in stukjes als deze:


‘In het water rond de rozentuin dreven een stuk of wat eenden, de enige levende wezens die zich nergens wat van aan leken te trekken. Af en toe klapte er eentje met zijn vleugels.’


Er gebeurt niets in dit boek, maar het is prachtig, juist omdat er eigenlijk heel veel gebeurt..


ISBN 9789023458395 | paperback |142 pagina's | De Bezige Bij | November 2010

© Marjo, 14 juni 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER