Boekenarchief R-S

Zomerslaap
Martijn Simons


De in het boek naamloos blijvende, zeventienjarige hoofdpersoon is klaar met school en die snikhete zomer hangt hij bijna lethargisch rond, wachtend op het moment dat hij in de stad gaat wonen om daar te gaan studeren aan de universiteit. Het liefst zit hij op zijn favoriete bankje op de heuvel in het park.
Zijn oma, de moeder van zijn vader, is ernstig ziek. De oma waar hij kort geleden nog samen met Lisa mee tenniste.


"En ik herinnerde me die me de middagen op de tennisbaan, mijn grootmoeder, Lisa en ik. We waren ermee begonnen toen Lisa's moeder bij haar vader was weggegaan. Mijn grootmoeder had gezegd dat het haar vast zou opvrolijken en toen had ik haar uitgenodigd.
Iedere woensdagmiddag wachtte ik op Lisa op het grote kruispunt en daarna haalden we mijn oma op, die er elke keer belachelijk uitzag, met haar zonneklep of haarband en een shirt aan uit de vorige eeuw. Alsof ze het expres deed. Met zijn drieën fietsten we naar de banen aan de rand van het dorp. Mijn oma had een houten racket. Lisa en ik moesten altijd lachen als mijn grootmoeder het racket uit haar tas haalde. Als ik er iets van zei, antwoordde ze: 'Dit ding heeft meer ballen geslagen dan jullie met z'n tweetjes, een beetje ontzag graag.' En eerlijk waar, ze sloeg er prima mee."

Deze sportieve oma ligt nu dus in het ziekenhuis en heeft zoals het er naar uit ziet niet lang meer te leven. Sinds die tijd tennissen Lisa en de ik-figuur niet meer, waarom dat zo is, is de jongen een raadsel.
De ouders van de jongen zijn die zomer vijfentwintig jaar getrouwd, de zaal in de molen is geboekt, de lijst met bestellingen aan hapjes en drankjes is afgeleverd, de uitnodigingen zijn verstuurd en ondanks de weerzin van vader, die in gedachte constant bij zijn moeder is, gaat het feest door. Lisa, waar de jongen erg verliefd op is, laat zich niet zien. Het één jaar jongere broertje van de jongen raakt tijdens het feest verliefd op Anna 'het meisje van de molen'.

De moeder van de jongen onderneemt die zomer ook weinig, ze ligt voornamelijk in haar bikini op het ligbed te lezen in het boek over enneagrammen. Het boek dat ze van de jongen heeft gehad op het huwelijksfeest. Hij is een nr 5, een waarnemer, vertelt ze.
De jongen vindt zijn moeder erg mooi. Hij heeft een goed contact met haar. Hij herinnert zich het zwembad waar zij altijd als hij opdook naar hem zwaaide, hij denkt aan hoe zij hem opving als hij de glijbaan af kwam, of hoe hij bij het schaatsen regelrecht haar armen in schaatste, hij denkt aan het filmpje waarop hij en zijn moeder in een opblaasbadje zitten.


"De zon staat hoog aan de hemel en ik draag een wit strandmutsje. Verder ben ik naakt. Ik ben een jaar of drie. We zien er verdomd goed uit, mijn moeder en ik."


Vader is een beetje zakkerig, een bijfiguur, die nauwelijks aanwezig is omdat hij regelmatig in het huis van oma slaapt vanwege de te verzorgen huisdieren. Moeder vindt dat niet prettig en laat ook merken dat ze het maar onzin vindt.


Die hele warme zomer hangt de jongen wat rond, denkend aan Lisa, hopend dat zij naar het bankje in het park komt waar ze vaak Mastermind speelden. Hij begrijpt niet waarom ze hem ontloopt, waarom ze niet meer wil tennissen, waarom ze niet meer met hem praat. En eindelijk, op een dag komt ze... en vertelt hem iets waardoor alle puzzelstukjes in elkaar vallen.


Deze ontwikkelingsroman is erg knap opgebouwd en dat besef je pas goed als je het boek uit hebt. Elke keer geeft Martijn Simons (1985) kleine verwijzingen naar gebeurtenissen die komen gaan. Op het moment van lezen neem je die verwijzingen voor kennisgeving aan maar naderhand begrijp je waarom op bepaalde zaken de nadruk werd gelegd.
Die zomer is voor de jongen de zomer van afscheid nemen. Afscheid van zijn vertrouwde woonomgeving, zijn jeugd, van Lisa en mogelijk van zijn oma.  Het lethargische gedrag lijkt niet voor niets, kennelijk heeft de jongen dat nodig om zijn nieuwe leven te kunnen starten.
In hoeverre het verhaal dat Lisa hem vertelt alles verandert, komen we niet te weten maar dat geeft niet, dat maakt juist dat je het boek niet snel vergeet.
Het is erg knap om een boek te schrijven van ca. 140 pagina's waarin ogenschijnlijk weinig gebeurt maar waarvan het verhaal toch blijft boeien. Bovendien ga je de jongen aardig vinden, het ergert je niet dat hij zo weinig onderneemt, sterker nog je hebt het amper in de gaten. Het is dat zijn omgeving zo zeurt dat hij wat moet gaan doen. Wij weten namelijk hoe druk hij het heeft alleen is dat niet te zien, alles gebeurt in zijn hoofd.
Een uitstekend debuut van een schrijver waar hopelijk veel meer boeken van volgen.


ISBN 9789023458395 paperback 142 pagina's Uitgeverij  De Bezige Bij November 2010

© Dettie, 8 mei 2011

Lees de reacties op het Leestafelforum en/of reageer, klik HIER