Boekenarchief M

altWanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit geweest is
Joachim Meyerhoff


De vader van Joachim - de ik-verteller Josse in het boek - is de directeur van Hesterberg, een kliniek  in Sleeswijk-Holstein, voor jeugdige psychiatrische patiënten en lichamelijk gehandicapten. ‘Schizo’s, spasten, mafketels, mongolen en lijpo’s’ worden ze door de jongens genoemd. Sommigen wonen er hun hele leven, omdat je het hen niet kon aandoen hen weg te sturen van de plek waar ze zich thuis voelen.
Het huis waarin het gezin woont staat midden tussen de gebouwen. Het is bepaald geen normale omgeving waarin de jongen opgroeit samen met zijn twee oudere broers, maar voor hem is het zo normaal dat hij zich rustig in slaap laat wiegen door het geschreeuw van de patiënten.


Het relaas begint als Josse een jaar of zeven is, en eindigt als hij na de dood van zijn vader een laatste keer het terrein bezoekt. Het is geen roman met een spanningsboog, maar een chronologische opeenvolging van anekdotes.
We lezen over de vreemde jeugd van Josse, hoe vertrouwd hij is met mensen die er anders uitzien, die zich anders gedragen. Met sommigen is er een goed contact: als zijn vader jarig is komen ze gezellig op zijn verjaardag. Er is een haast hilarisch verhaal over de hond, met wie hij een bloedbroederschap sluit, hetgeen tussen baasje en hond in plaats van een innige vriendschap juist een vertrouwensbreuk teweegbrengt.


Humor zit er overigens volop in het boek, maar het is wel humor met een tragische ondertoon. Het is vooral de vader die veel voorkomt in de verhalen. De man met de forse buik, de man met de snor, die op zijn veertigste besluit een totale ommezwaai te maken: niet meer zo veel eten, niet meer roken en gaan sporten. Hoe dol zijn vader was op het vragenspel met de hele familie waarbij iedereen vragen kreeg over zijn eigen specialisme, en dat altijd gewonnen werd door zijn vader. Over het vakantiehuisje, met ook daar buren die niet helemaal normaal waren, en bij wie zijn vader zich ‘dus’ betrokken voelde.


De jongen wordt ouder, en de verhalen veranderen. Begint het met beschrijvingen van bijzondere voorvallen in zijn jeugd, en met belevenissen met de patiënten, later worden het verhalen over de realiteit. De wereld is anders dan hij dacht, en de rol van zijn vader daarin is niet altijd even positief. Wat niet zo vreemd is - want is dat niet bij de meeste mensen zo? - hij ontdekt dat het leven van zijn moeder en dat van zijn vader niet was zoals hij het zag. De wereld die voor hem zo normaal, zo fijn was, blijkt door anderen zeer eigenaardig gevonden te worden. En pas als hij niet meer om de buitenwereld heen kan, beseft hij dat het inderdaad niet normaal is als iemand je constant wil omhelzen, of als iemand praat als ‘owatzietdietaarterlekkeruitikwordnietgoed.’


Het is een autobiografische roman, hetgeen inhoudt dat er ook verzonnen is. In het eerste verhaal vindt de jongen, zeven jaar oud, het lichaam van een dode man. Hij ontdekt dat de waarheid niet altijd geloofd wordt. En dat hij juist door te overdrijven en zijn verhaal te veranderen, wèl geloofd wordt.  Ook leert hij dat mensen smeuïge details willen horen, al of niet verzonnen. Hoe meer hoe liever.


Moeten we zijn boek ook zo lezen? In de grond is het een waargebeurd verhaal, maar de lezer weet niet wat klopt en wat er bij verzonnen is. Een autobiografie is een relaas vol feiten. Joachim Meyerhoff heeft er voor gekozen een mooi verhaal te schrijven, hetgeen helemaal gelukt is. De kern is de waarheid, en als het niet waar is, is het mooi verzonnen!


Het is het tweede deel van een serie, waarin hij nog meer over zijn leven vertelt. Over de dood van zijn broer, over zijn grootouders.
Joachim Meyerhoff (1967) is in Duitsland een bekende acteur.


ISBN 9789056725082 | paperback |336 pagina's | Uitgeverij Bruna | februari 2015
Vertaald uit het Duits door Josephine Rijnaarts

© Marjo, 8 juni 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER