Boekenarchief B

altKom hier dat ik u kus
Griet op de Beeck


‘Liegen is in onze familie de nationale sport, dat hebben we zo geleerd toen we nog kleine kinderen waren, het is in onze lichamen gaan zitten, zoals bij andere mensen bloed en water.’


Het boek bestaat uit drie delen, met dezelfde hoofdpersoon. Mona is negen als het verhaal begint. Ze is een ‘oud’ kind, vroegwijs. Ze voelt dat de grote mensen er geheimen op na houden, en omdat ze erg nieuwsgierig is, weet ze meer dan die  volwassenen denken, maar tegelijk begrijpt ze niet alles en interpreteert ze op een eigen manier. (de lezer weet vaak beter)
Alleen al wat betreft de manier waarop ouderen spreken: ‘een luchtje scheppen’. Mona ziet meteen mensen voor zich die met een schop staan te scheppen. Raar toch! Of ‘het water breekt’. Dat kan immers niet...


Ze heeft geleerd haar mond te houden en dus heeft ze het zwaar met al die geheimen, van al die dingen waar ze zich als kind niet mee bezig zou hoeven houden. Maar de gezinssituatie is niet normaal: haar moeder is streng en liefdeloos, Mona kan niet veel goed doen, en wordt nogal eens opgesloten in een akelige donkere ruimte in de kelder. We kunnen het haar niet kwalijk nemen als ze niet zo erg rouwt als haar moeder overlijdt. Een auto-ongeluk; het fijne weet ze er niet van. Ter illustratie van de manier waarop ze omgaat met al die halve waarheden en onwaarheden: als ze zich even onbespied weet, gaat ze stiekem naar het autokerkhof waar ze de nog niet schoongemaakte auto van haar ouders vindt en bekijkt.


Men spreekt er schande van, met name Mona’s oma, als al heel snel haar vader aan komt zetten met een andere vrouw, Marie, een nieuwe moeder. Helaas is Marie niet sterk genoeg om tegenwicht te bieden aan de vader, en ook wat betreft de kinderen: ze doet haar best maar ze claimt teveel.
Het jongere broertje, Alexander, heeft weinig moeite met een nieuwe moeder, maar begrijpelijk kijkt Mona de kat uit de boom. Er wordt een zusje geboren. Anne-Sophie wordt meer verzorgd door Mona dan door Marie, hetgeen weer voor jaloezie zorgt. De vader trekt zich steeds meer terug.
En zo groeit Mona op, en gaan we in deel twee verder met de vierentwintigjarige.


- ‘Buiten is de hele ochtend er al’. Prachtige beginzin! -
Mona heeft een opleiding gevolgd en is dramaturg. Ze komt te werken bij Marcus, een toonaangevende regisseur. En ze leert Louis, een bekende schrijver, kennen, en wordt verliefd. Het zit Mona niet mee, ook deze twee mannen behandelen haar niet erg goed, vinden een vrouw de mindere. Of ligt het ook aan haarzelf? Ze heeft immers niet echt geleerd om voor zichzelf op te komen, ze laat dingen te makkelijk over aan de ander. Het verschil tussen verbondenheid en gebondenheid is klein. Zoals liefde niet verward moet worden met afhankelijkheid.
En dan volgt deel drie dat zich tien jaar later afspeelt. Haar vader wordt ziek. Mona weet - ondanks Marie, die haar kans schoon ziet eindelijk haar echtgenoot te betuttelen - nu echt contact te maken met hem, en blijkt de spil  van de bijna-apotheose die volgt.


Afgezien van het feit dat de vierentwintigjarige Mona minder boeiend is dan haar negenjarige en vijfendertigjarige ik, is deze tweede roman opnieuw ontroerend en boeiend. De manier waarop Griet op de Beeck een vrouwenleven schetst is poëtisch, Vlaams ook. Dat geeft extra cachet natuurlijk, maar buiten dat is het verhaal an sich, over aantrekken en afstoten, over liefde en dood, over geheimen die misschien wel nooit ontrafeld kunnen worden vanwege de menselijke aard, opnieuw een mooie psychologische ontrafeling van een vrouwenleven.


Nu blijft nog het raadsel van de omslag: een man  en een vrouw in het wit gekleed op een witte bank, feesthoedjes op, ballonnen erbij. De vrouw zoekt contact, de man zit afgewend. Hun gezichten zijn niet erg feestelijk en dat is het verhaal ook niet. Maar verder?


ISBN  9789044623109 | Paperback| 336 pagina's | Uitgeverij Prometheus | september 2014

© Marjo, 25 november  2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER