Non-fictie

Argentijnse avonden
Carolijn Visser


Rotterdam 1937

"Het diploma van bouwkundige, waarvoor hij jarenlang in de avonduren had gezwoegd terwijl hij overdag als timmerman werkte, bood geen enkel perspectief. Naar bouwkundigen was geen vraag. Het enige waar hij op kon rekenen, volgens de krantenberichten, was dat zijn loon verlaagd zou worden; en hij verdiende maar zeven gulden per week. Eerder die maand was hij vierentwintig geworden. Hij moest gaan vond hij, met seizoenen kon hij geen rekening houden. Zijn bestemming was Nederlands-Indië. Daar werd nog veel gebouwd, had hij gehoord. Omdat het hem ontbrak aan de ruim vijhonderd gulden die een bootreis naar Batavia zou kosten, ging hij op de fiets."


Je zou bijna denken dat hiermee een nieuw reisverhaal van Carolijn Visser start. Niets is minder waar, hoewel...
De bouwkundige in het citaat is Rinus van Mastrigt, kruidenierszoon uit de Rotterdamse Zwart Janstraat. Met een slaapzak en een koffer op zijn bagagedrager gebonden stapt hij 26 november 1937 op zijn oude stadsfiets om zijn heil te zoeken in Nederlands-Indië. Hij neemt afscheid van zijn vriendin Ida, na in haar ouderlijk huis 15 boterhammen en twee glazen melk naar binnen gewerkt te hebben, en daar gaat hij... Zingend fietst hij Nederland uit, Duitsland in waar hij zijn eerste Autobahn ziet. Dwars door sneeuw, regen, storm fietst hij door Oostenrijk, Boedapest, Belgrado, Bulgarije om op nieuwjaarsdag Istanboel binnen te fietsen waar hij overdonderd wordt door de schoonheid van de moskeeën. Via Istanbul per schip naar Yolava, Turkije en verder gaat de reis. 'De Turken zijn heel hartelijk. Hoe verder je van Holland komt, hoe royaler de mensen zijn.' schrijft hij naar zijn ouders. Hij ontmoet bijzondere mensen die hem zijn leven lang zullen bijblijven.
Op 18 januari is Rinus al in Bagdad waar hij eveneens zeer gastvrij wordt opgevangen evenals in Basra. Het bevalt hem in Irak zelfs zo goed dat hij overweegt te blijven, maar wie geen Irakees was, mocht niet werken in het land, dus verder maar weer. Op 13 april passeert hij de Thaise grens en 22 april bereikt hij Malakka en dan wordt het stil. Zijn ouders en Ida horen een tijd niets meer van Rinus... Rinus blijkt letterlijk doodziek. Ida's moeder zegt 'Je kunt Rinus daar niet alleen laten sterven' en hals over kop vertrekt Ida op 15 augustus naar de Oost.


Je vraagt je naderhand af wat er gebeurd zou zijn als Rinus niet ziek was geworden. Zou Ida dan ook naar Indië gegaan zijn? Hoe zou hun leven dán verlopen zijn? Maar nu Ida eenmaal In Nederlands-Indië is en Rinus alles overleefd heeft, moeten ze verder. Rinus moet een inkomen zien te krijgen en ze moeten ergens wonen, voorlopig apart natuurlijk want ze zijn nog niet getrouwd... Rinus vindt werk en het stel vertrekt daardoor op 1 december naar Batavia. 15 maart 1939 trouwen ze en 8 maanden later wordt dochter Ida geboren, nog geen jaar later gevolgd door dochter Miep. En dan breekt de oorlog in Nederland uit gevolgd door de oorlog in Nederlands-Indië in december 1942. De wereld staat op zijn kop. Ida en Rinus worden gescheiden. Rinus moet als dwangarbeider in de jappenkampen werken. Ida blijft met de kinderen in Batavia. Pas 3 jaar later zullen ze elkaar weer zien... en dan is alles kapot. Het huwelijk is over, Ida doet afstand van haar kinderen en deze worden moederziel alleen naar de hun onbekende familie in Nederland gestuurd. Ida is zes, Miep net vijf. De reis zal hun eeuwig bijblijven.
Rinus blijft in Indië en mag weer komen werken voor De Assoicatie, zijn oude werkgever, dit keer in Menado op Celebes. De berichten uit Nederland zijn goed, het bevalt de kinderen daar, Ida en Miep zijn gek op hun oma, die echter inmiddels wel tegen de zestig loopt en dacht het wat rustiger te krijgen. In 1947 krijgt Rinus 3 maanden verlof en reist naar Nederland, naar zijn ouders en kinderen. Moeder valt bijna flauw als ze hem zo onverwacht ziet. Rinus keert niet meer terug naar Indië maar vertrekt wel weer uit Nederland, hij stikt in het kleine landje waar alles vastgelegd is in regeltjes. Dit keer is Argentinië het droomland. Daar zal hij opnieuw beginnen, het land is groot en leeg, het heeft vaklui als Rinus nodig. Zijn kostje is gekocht denkt hij. Zo gauw hij geld genoeg heeft en een woonplek zal hij de kinderen over laten komen... Inwendig denk je als je dit leest, dit kan niet, je kunt die twee kinderen niet weer weghalen uit een vertrouwde omgeving. Oma van Mastrigt is er ook niet blij mee ondanks de extra zorg die ze heeft voor de meisjes. Maar Rinus is eigenwijs en drijft zijn zin door.


Wat volgt is de tweede eenzame reis van de kinderen die opnieuw aan een nieuw land en een nieuwe omgeving moeten wennen, deze keer spreken ze zelfs de taal niet. Hun vader is een vreemde die ze meer kennen van zijn brieven dan door visueel contact. Bovendien blijkt Rinus geen prettige vader, hij snapt niets van kinderen en hij heeft een driftig karakter. In het tweede deel van het boek volgen we de levens van de twee meisjes. Maar ook hoe een Nederlandse kolonie in Tres Arroyos, vijfhonderd kilometer ten zuiden van Buenos Aires, probeert een nieuw bestaan op te bouwen onder een bewind van inhalige regeringsleiders en hun vrouwen zoals o.a. Evita Perron. Een land waar deze landverhuizers te maken krijgen met zeer corrupte politieagenten, handelaren etc. Het leven is opnieuw erg zwaar, lukt het Rinus om daar wél zijn draai te vinden en wat op te bouwen?


Carolijn Visser is een meeslepend schrijfster, allereerst is daar al het bijzondere verhaal van Rinus en zijn ongelofelijke fietstocht die ze zeer beeldend weet te brengen. En dan de bizarre tijd in Nederlands-Indië waar Ida en Rinus ook hun draai maar moeten zien te vinden. De schrijfster weet zich heel goed te verplaatsen in Ida, Rinus en later de twee meisjes die van hot naar her werden gestuurd en in feite nergens welkom waren. 
Het verhaal is het ware verhaal van Ida van Mastrigt, de Hollandse consul in Tres Arroyos, en haar vader Rinus en zus Miep. Het is adembenemend en soms aangrijpend. Vooral de houding van moeder Ida is iets wat je lang bijblijft. Toch schrijft Carolijn Visser niet veroordelend, soms verwondert zij zich wel zoals over bepaalde foto's, die ook in het boek staan. Ze vraagt zich af waarom Miep zo'n uitdagende houding toont, bij een man waar zij niets mee heeft. Wat ging er op die andere foto in het hoofd van die magere Rinus met zijn felle ogen om?
Maar ook vragen ze zich af waarom de ouders van Rinus zich zo gedroegen. Hoe was het voor moeder Ida om op een schip naar een onbekend land te vertrekken, wetend dat je vriend mogelijk overleden is als je aankomt.
Kortom, het is een prachtig verteld verhaal over een familie dat geen doorsnee leven geleid heeft. Zeer boeiend en interessant om het leven van zo'n bijzondere familie te kunnen volgen.

Beluister het interview met Carolijn Visser in het programma Brands met boeken

Zie het interview met Carolijn Visser bij het programma vpro boeken


ISBN 9789045705200 Hardcover 253 pagina's, met foto's,  Uitgeverij Atlas Contact mei 2012

© Dettie, 3 juni 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER!